← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2016:2704

15/820370-16 GERECHTSHOF AMSTERDAM, MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep van de officier van justitie in de zaak van de verdachte [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedatum], zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, tegen de beschikking van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Schiphol van 8 juni 2016, houdende afwijzing van de vordering tot de gevangenhouding van verdachte voornoemd. De feiten en de rechtsgang Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Schiphol van 21 juni 2016, waarbij door de officier van justitie hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank. Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de verdachte, mr. R.W. van Zanden. De beoordeling Naar het oordeel van het hof zijn voldoende ernstige bezwaren aanwezig voor het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit. Het hof heeft daarbij acht geslagen op het feit dat de verklaring van de verdachte over de aanwezigheid en de bestemming van het geld aanzienlijk verschilt van de verklaringen van de door hem genoemde geldverstrekkers. Voorts heeft het hof gelet op de omvang van het geldbedrag en de omstandigheden waaronder het geld op de verdachte zou zijn overgedragen. Daar komt bij dat het bedrijf waarvoor de verdachte zegt werkzaam te zijn vooralsnog niet te vinden is. Nu verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft in Nederland en gelet op het feit waarvoor ernstige bezwaren aanwezig zijn en nu uit het dossier naar voren komt dat de verdachte veel internationale reisbewegingen maakt, is het hof van oordeel dat er sprake is van vluchtgevaar. Uit het dossier komt naar voren dat de verdachte zich klaarblijkelijk vaker bezighoudt met transacties als thans aan de orde. Gelet hierop is het hof van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld. Het hof ziet geen reden, gelet op het feit dat de verdachte al enige tijd op vrije voeten is (geweest) om de onderzoeksgrond mede aan de voorlopige hechtenis ten grondslag te leggen. Gelet op het bovenstaande is het hof met het openbaar ministerie van oordeel dat er ernstige bezwaren en gronden zijn voor de voorlopige hechtenis van de verdachte en zal het hof de beschikking van de rechtbank vernietigen en de gevangenhouding van de verdachte bevelen voor een termijn van 60 dagen, zoals door de officier van justitie bij de rechtbank gevorderd. 15820370-16 De beslissing Het hof: VERKLAART het hoger beroep GEGROND VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep. BEVEELT de gevangenhouding van de verdachte voor de duur van 60 (ZESTIG) DAGEN, welke beslissing afzonderlijk zal worden geminuteerd. Deze beschikking is gegeven op 6 juli 2016 in raadkamer van dit hof door mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter, mrs. J.L. Bruinsma en T. de Bont, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier. De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte. Amsterdam, 6 juli 2016, de advocaat-generaal G E R E C H T S H O F A M S T E R D A M BEVEL GEVANGENHOUDING Het hof heeft bij beschikking van heden in de zaak van: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedatum], zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, het beroep van de officier van justitie tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland locatie Schiphol van 8 juni 2016, houdende afwijzing van de vordering tot de gevangenhouding van de verdachte, gegrond verklaard en de beschikking waarvan beroep vernietigd. Voorts heeft het hof de gevangenhouding van de verdachte bevolen voor de gevorderde duur van 60 dagen, welke bij dit bevel afzonderlijk is geminuteerd. De beoordeling Naar het oordeel van het hof zijn voldoende ernstige bezwaren aanwezig voor de op de vordering inbewaringstelling vermelde feiten. Voorts is het hof van oordeel dat sprake is van vluchtgevaar en dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld. Het hof heeft gelet op de artikelen 65, 66, 67, 67a, 75 en 78 van het Wetboek van Strafvordering. Beslissing: Het hof: BEVEELT de gevangenhouding van de verdachte voor de duur van 60 (ZESTIG) DAGEN. Deze beschikking is gegeven op 6 juli 2016 in raadkamer van dit hof door mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter, mrs. J.L. Bruinsma en T. de Bont, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier. De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte. Amsterdam, 6 juli 2016, de advocaat-generaal

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.