beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.173.499/01 NOT nummer eerste aanleg : AL/2014/124 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 12 juli 2016 inzake [naam], verblijvend te [plaats], appellant, tegen 1. mr. [naam], oud-notaris te [plaats], 2. mr. [naam], notaris te [plaats], geïntimeerden. 1Het geding in hoger beroep 1.1. Appellant (hierna: klager) heeft op 23 april 2015 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 16 april 2015 (ECLI:NL:TNORARL:2015:16). 1.2. De kamer heeft in de bestreden beslissing het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer van 30 januari 2015, waarbij klager in zijn klacht tegen de oud-notaris kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard en de klacht van klager tegen de notaris kennelijk ongegrond is verklaard, ongegrond verklaard. 1.3. Geïntimeerden (hierna tezamen: de notarissen) hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden gelegenheid een verweerschrift in te dienen. 1.4. De zaak is, voor zover het betreft de ontvankelijkheid van klager in zijn hoger beroep, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 9 juni 2016. Klager en de notarissen zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. 2Stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3De ontvankelijkheid van klager in het hoger beroep 3.1. Klager heeft op 21 september 2014 bij de kamer een klacht ingediend tegen de notarissen. De voorzitter van de kamer heeft op 30 januari 2015 een beslissing gegeven. Klager is in zijn klacht tegen de oud-notaris kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en de klacht van klager tegen de notaris is kennelijk ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft klager verzet ingesteld bij de kamer. De kamer heeft bij beslissing van 16 april 2015 het verzet ongegrond verklaard. 3.2. In het algemeen staat – op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) – tegen een beslissing van de kamer op een klacht het rechtsmiddel van hoger beroep bij dit hof open. Artikel 99 Wna bepaalt echter in de leden 5, 9 en 13 – verkort weergegeven en voor zover hier van belang – dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.