rekestnummer: 000947-15 parketnummer: 23-001823-15 Op 12 juni 2015 is ter griffie van dit hof ingekomen een klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1963, wonende te [adres 1], voor deze zake domicilie kiezende ten kantore van [advocaat], advocaat te ([adres 2]) Amsterdam. 1Inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave aan klaagster van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voertuig, merk Opel met kenteken [kenteken]. 2Procesgang Het klaagschrift is op 24 maart 2015 bij akte ingediend ter griffie van de rechtbank Amsterdam. Op 30 april 2015 heeft de rechtbank de gemachtigde raadsvouw en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. Bij beschikking van 14 mei 2015 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard tot het afdoen van het klaagschrift en de stukken gesteld in handen van de griffier teneinde het klaagschrift ter afdoening aan het hof Amsterdam te verzenden. Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 15 januari 2016 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het klaagschrift in raadkamer gehoord, gelijktijdig met het onderzoek ter terechtzitting in de strafzaak met voormeld parketnummer. Klaagster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. De advocaat heeft op 14 januari 2016 per fax meegedeeld klaagster niet meer bij te staan. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot ongegrond verklaring van het klaagschrift. 3Beoordeling Het klaagschrift is tijdig namens klaagster ingediend. Op 17 februari 2015 is de auto van klaagster onder [zoon], zoon van klaagster – op de voet van artikel 94 Wetboek van Strafvordering – in beslag genomen. Klaagster heeft zich op het standpunt gesteld dat de auto aan haar toebehoort, dat zij daarvan geen afstand heeft gedaan en dat zij evenmin de auto door enig strafbaar feit heeft verkregen of onttrokken aan een rechthebbende of daarmee enig strafbaar feit heeft gepleegd. De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft in de strafzaak tegen klaagsters zoon (parketnummer 96-031972-15) bij vonnis van 20 april 2015 de inbeslaggenomen auto verbeurdverklaard. In hoger beroep heeft dit hof bij arrest van heden in de strafzaak tegen klaagsters zoon (parketnummer 23/001823-15) overwogen dat hij als degene aan wie de auto toebehoort in de zin van artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht moet worden aangemerkt, en de verbeurdverklaring van die auto door de politierechter bevestigd. Gelet hierop kan klaagster niet als rechthebbende op de auto worden aangemerkt, zodat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard. 4Beslissing Het hof: Verklaart het klaagschrift ongegrond. Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan klaagster. Deze beschikking is gewezen door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.L. Bruinsma, mr. D.J.M.W. Paridaens en mr. J.H.C. van Ginhoven, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens en J.G.W.M. Lut, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 januari 2016. Mr. J.H.C. van Ginhoven is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.