beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM Rekestnummer: R 000543-16 / (89 Sv HB) Rekestnummer rechtbank: RK 15/6200 Proces-verbaal nummer: 2015137901 Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 11 december 2015 op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001, domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. R.C. Fransen, Jozef Israëlkade 450, 1074 SW Amsterdam. 1Inhoud van het verzoek Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ten laste van de Staat ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane “virtuele” in verzekering stelling, welke schade als volgt is gespecificeerd: - langer dan 6 uur verblijf op het politiebureau (ad € 105,00 per dag) € 105,00 2Procesverloop De rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 11 december 2015 verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. Het hoger beroep is ingesteld namens verzoeker (hierna appellant). Het hof heeft kennisgenomen van de stukken in de strafzaak met voormeld proces-verbaalnummer en van de stukken met betrekking tot de behandeling van dit verzoek in eerste aanleg. Het hof heeft op 22 juni 2016 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De advocaat heeft bij de behandeling in raadkamer betoogd dat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd en dat de gevraagde vergoeding dient te worden toegewezen. De advocaat heeft daartoe aangevoerd dat appellant langer dan de 6-uurstermijn op het politiebureau heeft doorgebracht. Appellant had na 12.12 uur slechts op het politiebureau vastgehouden kunnen worden als hij in verzekering was gesteld. Nu de zaak tegen appellant is geëindigd in een sepot, heeft hij recht op schadevergoeding. Om die reden dient aan appellant een vergoeding toegekend te worden als ware hij in verzekering gesteld. Er is sprake van ‘virtuele inverzekeringstelling’, aldus de advocaat. De advocaat heeft ter ondersteuning van zijn standpunt verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 7 mei 2014 (NJFS 2014/169). De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van appellant in zijn verzoekschrift en heeft voor de motivering daarvan verwezen naar het oordeel van de rechtbank. 3Beoordeling van het verzoek Het hoger beroep is tijdig ter griffie van dit hof ingediend. De strafzaak is geseponeerd en derhalve geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Het hof stelt vast dat in de onderliggende strafzaak geen sprake is geweest van een inverzekeringstelling, klinische observatie of voorlopige hechtenis van appellant dan wel een andere vorm van vrijheidsbeneming als bedoeld in artikel 89 Sv. Gelet hierop heeft de rechtbank appellant terecht in het verzoek niet-ontvankelijk verklaard, nu de gevorderde schade niet het gevolg is van ondergane vrijheidsbeneming als genoemd in artikel 89 Sv en dus niet onder de reikwijdte van die bepaling valt. 4Beslissing Het hof: WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking. Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker. Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. J.L. Bruinsma, M.F.J.M. de Werd en J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 15 juli 2016.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.