← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2016:3117

parketnummer: 23-003885-15 datum uitspraak: 29 juli 2016 TEGENSPRAAK (raadsman gemachtigd) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 september 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-048314-14 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Kameroen) op [geboortedag] 1979, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 juli 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: zij op of omstreeks 23 november 2013 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen zeven, althans een of meer portemonnee(s) (met een totale waarde van 449,30 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf de Bijenkorf (gevestigd aan [adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s). Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat de verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd en gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Vrijspraak Met de raadsman is het hof van oordeel dat de inhoud van het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om op grond daarvan met de voor een bewezenverklaring benodigde zekerheid vast te kunnen stellen dat de verdachte al dan niet met een ander met het voor diefstal vereiste oogmerk van wederechtelijke toe-eigening heeft gehandeld, zodat zij dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. A.P.M. van Rijn en mr. T. de Bont, in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 juli 2016. mr. T. de Bont is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.