beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.149.154/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 3 februari 2016 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] , gevestigd te [....] , VERZOEKSTER, advocaat: mr. M.P.M. Fruytier, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BEST GREEN B.V., gevestigd te Bleiswijk, VERWEERSTER, advocaat: mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede, e n t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] , gevestigd te [....] , BELANGHEBBENDE, advocaat: mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede. 1Het verloop van het geding 1.1 In het vervolg zal verzoekster (ook) worden aangeduid met [A] , verweerster met Best Green en belanghebbende met [B] . 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 4 en 5 augustus 2014 en 8 oktober 2015 in deze zaak. 1.3 Bij de beschikkingen van 4 en 5 augustus 2014 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Best Green, mr. W.G. van Hassel (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, bepaald dat het onderzoek ten hoogste € 25.000 (exclusief btw) mag kosten, alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding - [A] en [B] geschorst als bestuurders van Best Green, ir. A. van de Walle benoemd tot bestuurder van Best Green, en bepaald dat alle aandelen in Best Green ten titel van beheer aan de benoemde bestuurder zijn overgedragen. 1.4 Bij brief (met bijlage) van 5 oktober 2015 heeft de onderzoeker een overzicht van de door hem aan het onderzoek bestede uren gegeven, en bericht dat de totale kosten van het onderzoek € 20.332 (exclusief btw) bedragen. 1.5 Bij de beschikking van 8 oktober 2015 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het op die dag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. Voorts heeft de Ondernemingskamer partijen bij die beschikking in de gelegenheid gesteld zich over de vast te stellen vergoeding van de onderzoeker uit te laten. Van partijen is daarop niet vernomen. 2De gronden van de beslissing Nu van partijen geen bezwaar is ontvangen en de Ondernemingskamer het door de onderzoeker opgegeven bedrag van € 20.332 (exclusief btw) niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer de vergoeding van onderzoeker op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW vaststellen op voormeld bedrag. 3De beslissing De Ondernemingskamer: bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 20.332 (exclusief BTW); verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en H. de Munnik en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer op 3 februari 2016.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.