arrest ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.160.012/01 zaak/rolnummer rechtbank Amsterdam : 2119345 CV EXPL 13-15877 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 augustus 2016 inzake MUSEUM HERENGRACHT MONUMENTEN II B.V., gevestigd te Amsterdam, appellante, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam, tegen: 1 [geïntimeerde], wonende te [woonplaats],
- [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], geïntimeerden, advocaat: mr. L.M. Ravestijn te Amstelveen. 1Het verdere geding in hoger beroep Partijen worden hierna weer MHM, [geïntimeerde] en [geïntimeerde] (de laatsten gezamenlijk [geïntimeerden]) genoemd. Op 9 februari 2016 is een tussenarrest gewezen (hierna: het tussenarrest). In het tussenarrest is de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van MHM. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - akte uitlating schade van MHM, met productie (vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 8 februari 2016, zaaknummer 3751490 CV EXPL 15-511) ; - antwoordakte van [geïntimeerden] Vervolgens is arrest gevraagd. 2De verdere beoordeling 2.1 In het tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat [geïntimeerde] aansprakelijk is voor de door MHM geleden schade en zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich over de hoogte van die schade uit te laten. 2.2 In haar akte uitlating schade heeft MHM laten weten dat partijen zijn overeengekomen ter zake de begroting van de schade aan te sluiten bij het door de rechtbank Amsterdam, sector kanton, onder zaaknummer 3751490 CV EXPL 15-511 gewezen vonnis in de schadestaatprocedure van 8 februari
- In hun antwoordakte hebben [geïntimeerden] deze afspraak bevestigd. 2.3 Het hof zal de door MHM geleden schade overeenkomstig voornoemd vonnis van 8 februari 2016 vaststellen op - € 41.066,13 aan hoofdsom ter zake van de huurachterstand, vermeerderd met de contractuele rente vanaf de datum van opeisbaarheid van de maandelijkse huurtermijnen tot aan de voldoening; - € 47.660,06 aan hoofdsom ter zake van de contante waarde van de inkomsten vanaf 1 september 2014 tot 31 januari 2018, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2014 tot aan de dag van voldoening. [geïntimeerde] zal tot vergoeding van deze schade worden veroordeeld. 2.4 [geïntimeerde] zal als in het ongelijk te stellen partij in de kosten van MHM in het geding in eerste aanleg en in hoger beroep worden veroordeeld. Het bestreden vonnis zal voor het overige worden bekrachtigd. 3Beslissing Het hof: vernietigt het bestreden vonnis voor zover daarin de vorderingen tegen [geïntimeerde] zijn afgewezen; en in zoverre opnieuw rechtdoende: veroordeelt [geïntimeerde] om aan MHM te betalen: - € 41.066,13 aan hoofdsom ter zake van de huurachterstand, vermeerderd met de contractuele rente vanaf de datum van opeisbaarheid van de maandelijkse huurtermijnen tot aan de voldoening; - € 47.660,06 aan hoofdsom ter zake van de contante waarde van de inkomsten vanaf 1 september 2014 tot 31 januari 2018, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2014 tot aan de dag van voldoening. veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties, in eerste aanleg aan de zijde van MHM begroot op € 268,68 aan verschotten en € 1.200,= voor salaris en in hoger beroep tot op heden op € 784,78 aan verschotten en € 2.682,= voor salaris en op € 131,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 68,- voor nasalaris en met de kosten van het betekeningsexploot, ingeval niet binnen veertien dagen is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordeling(en) en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden; verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige. Dit arrest is gewezen door mrs. C.C. Meijer, J.C. Toorman en M.J. Schaepman-de Bruijne en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2016.