GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.164.813/01 zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/559186/HA ZA 14-156 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 2 februari 2016 inzake de vennootschap naar het recht van de Bondsrepubliek Duitsland MAYA FOOD GMBH, gevestigd te Bochum, Duitsland, appellante, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Y] IMPORT-EXPORT B.V., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde, advocaat: mr. A. Kara te Maastricht. 1Het verdere procesverloop Partijen worden hierna Maya Food en [Y] genoemd. Bij tussenarrest van 6 oktober 2015 heeft het hof een comparitie van partijen bepaald om met partijen te bespreken: - welk recht van toepassing is op de vraag wat voor [Y] en Maya Food de gevolgen zijn van de omstandigheid dat [X] onbevoegdelijk namens Maya Food de overeenkomst van 23 maart 2013 heeft ondertekend, - wat dat toepasselijk recht inhoudt, alsmede om: - van partijen nadere informatie te verkrijgen over feiten en omstandigheden waaruit kan volgen dat [Y] in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat aan [X] een toereikende volmacht was verleend om Maya Food te vertegenwoordigen, en - de mogelijkheid van een schikking te beproeven. De comparitie heeft plaatsgevonden op 12 januari 2016. Het proces-verbaal van de zitting bevindt zich bij de stukken. Bij brief van 29 december 2015 heeft Maya Food ten behoeve van de comparitie haar standpunt toegelicht en twee producties overgelegd. Ter gelegenheid van de comparitie hebben partijen hun standpunten aan de hand van pleitaantekeningen nader toegelicht. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over het ten deze toepasselijke recht en zijn niet tot een schikking gekomen. Beide partijen hebben een bewijsaanbod gedaan. Vervolgens is arrest gevraagd. 2De verdere beoordeling 2.1. Het hof dient thans eerst vast te stellen op basis van welk recht moet worden beoordeeld wat voor [Y] en Maya Food de gevolgen zijn van de omstandigheid dat [X] onbevoegdelijk namens Maya Food de overeenkomst van 23 maart 2013 heeft ondertekend. 2.4. Ingevolge artikel 10:125, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt het recht dat toepasselijk is op vertegenwoordiging bepaald door het op 14 maart 1978 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging (hierna: het Haags Vertegenwoordigingsverdrag). De Nederlandse vertaling van de authentieke Engelse en Franse tekst van het Haags Vertegenwoordigingsverdrag houdt, voor zover hier van belang, het volgende in: Artikel 1 Dit Verdrag bepaalt welk recht van toepassing is op internationale rechtsverhoudingen die ontstaan wanneer een persoon, de vertegenwoordiger, bevoegd is te handelen, handelt of beweert te handelen op naam of voor rekening van een andere persoon, de vertegenwoordigde, met een derde. (…) Artikel 4 Het door het Verdrag aangewezen recht is toepasselijk, ongeacht de vraag of het het recht is van een Verdragsluitende Staat. (…) Artikel 11 In de verhouding tussen de vertegenwoordigde en de derde, worden het bestaan en de omvang van de bevoegdheden van de vertegenwoordiger, alsmede de gevolgen van het werkelijk of beweerdelijk uitoefenen van zijn bevoegdheden, beheerst door het interne recht van de Staat waarin de vertegenwoordiger zijn kantoor had op het tijdstip dat hij handelde. Evenwel is het interne recht van de Staat waar de vertegenwoordiger heeft gehandeld toepasselijk, indien: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.