parketnummer: 23-000194-15 datum uitspraak: 6 september 2016 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 januari 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15-184258-14 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 9 juni 2014 te Zaandam, gemeente Zaanstad opzettelijk en wederrechtelijk (de deur van) een auto (van het merk Toyota Prius en/of voorzien van het kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, door met kracht tegen (de deur) van de auto te schoppen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bespreking van een verweer De verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat hij de deur van de auto dicht heeft getrapt omdat de bestuurder van de auto de deur hard zou hebben opengedaan. Hij had derhalve geen opzet op vernieling en handelde uit verdediging, zodat hij van het tenlastegelegde zou moeten worden vrijgesproken. Het hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt. De aangever heeft verklaard dat hij de deur uit angst voor het slachtoffer op slot heeft gedaan (doorgenummerde dossierpagina 5). Deze verklaring vindt steun in de verklaring van de onafhankelijke getuige [getuige 1] (doorgenummerde dossierpagina 7), inhoudende dat hij de verdachte aan het portier van de auto zag trekken maar dat dit niet open ging. Deze getuige heeft voorts verklaard dat hij de verdachte meerdere keren met volle kracht tegen het voertuig heeft zien trappen. Ook de onafhankelijke getuige [getuige 2] (doorgenummerde dossierpagina 9) heeft verklaard dat hij de verdachte, nadat hij deze meerdere keren met zijn vuist op het raam had zien ‘rammen’, meerdere keren tegen het voertuig van aangever heeft zien schoppen. Op basis hiervan neemt het hof als vaststaand aan dat de deur op het moment van de trap gesloten was en dat de verdachte opzettelijk tegen (het portier van) de auto heeft geschopt. Aldus mist het verweer feitelijke grondslag. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op 9 juni 2014 te Zaandam, gemeente Zaanstad, opzettelijk en wederrechtelijk de deur van een auto van het merk Toyota Prius en voorzien van het kenteken [kenteken], toebehorende aan [slachtoffer], heeft beschadigd door met kracht tegen de deur van de auto te schoppen. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren. De politierechter heeft hieraan bijzondere voorwaarden verbonden. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaren. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft naar aanleiding van een conflict in het verkeer met opzet een auto, die aan een ander toebehoorde, beschadigd door tegen deze auto aan te trappen. Door aldus te handelen heeft de verdachte schade en overlast aan de benadeelde partij toegebracht. Daarnaast heeft de verdachte geen enkel respect getoond voor andermans eigendom en bijgedragen aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving door zo te keer te gaan op de openbare weg. Het hof heeft een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 11 augustus 2016 bij het oordeel betrokken, waaruit volgt dat verdachte eerder voor misdrijven is veroordeeld, waaronder voor mishandelingen, belediging en bedreiging, hetgeen in zijn nadeel weegt. Daarbij tekent het hof aan dat de pleegdatum van de laatste mishandeling dateert uit 2009, zodat ten voordele van de verdachte heeft te gelden dat deze delicten van langere tijd geleden dateren en niet is gebleken dat de verdachte sindsdien nog misdrijven heeft gepleegd. Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 15 oktober 2014, opgemaakt door M. Knippers. Blijkens dit advies kan de verdachte agressieve impulsdoorbraken niet goed reguleren. Gelet op het voorgaande, en gelet op de verklaring van de verdachte ter terechtzitting, inhoudende dat hij positief tegenover hulp en behandeling staat, acht het hof een voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden, waaraan het hof bijzondere voorwaarden zal verbinden, bestaande in een meldplicht en een behandelverplichting om te voorkomen dat de verdachte in de toekomst wederom een soortgelijk misdrijf zal begaan. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.231,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.