beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.172.879/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 2 februari 2016 inzake 1 [A] , wonende te [....] , advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, kantoorhoudende te Wassenaar, 2. [B], wonende te [....] , advocaat: mr. F.J. Kremer, kantoorhoudende te ’s-Gravenhage, VERZOEKERS, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [C] , gevestigd te [....] , VERWEERSTER, advocaat: mr. J. Koekkoek, kantoorhoudende te Haarlem. 1Het verloop van het geding 1.1 Partijen worden hierna (ook) als volgt aangeduid: verzoeker sub 1 met: [A] verzoekster sub 2 met: [B] verweerster met: [C] Voorts worden de volgende personen hierna (ook) als volgt aangeduid: [D] met: [D] [E] met: [E] [F] met: [F] 1.2 [A] en [B] hebben bij op 8 juli 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad – zakelijk weergegeven –: een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van [C] , primair over de periode vanaf 2003 tot 8 juli 2015, subsidiair vanaf 2010; bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding: a. [D] te schorsen als bestuurder van [C] ; b. de aandeelhoudersrechten van [D] , [E] en [F] op te schorten; c. te bepalen dat [D] gedurende zijn schorsing als bestuurder geen aanspraak heeft op enigerlei bestuurders- of onkostenvergoeding; d. [D] te veroordelen tot terugbetaling aan [C] van het salaris / de bestuurdersvergoedingen / de onkosten dat/die hij heeft opgenomen dan wel genoten als gevolg van besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders sinds 31 oktober 2011; e. het bestuur te verbieden juridische procedures te entameren welke vallen buiten de statutaire doelomschrijving van [C] ; f. het bestuur te verbieden om activa van [C] over te dragen aan een derde, of om de administratie van [C] buiten haar macht te brengen; g. te verbieden dat [D] optreedt als voorzitter van de algemene vergadering van aandeelhouders van [C] , zulks op verbeurte van een dwangsom van € 50.000 per overtreding; h. te verbieden dat J.B. Maarschalk AA (hierna: Maarschalk) en/of Horlings Accountants & Belastingadviseurs B.V. (hierna: Horlings) optreden/optreedt als boekhouder, projectbegeleider of opsteller van de jaarrekening van [C] en controle daarop uitvoeren/uitvoert, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 50.000 per overtreding, subsidiair een vervangende accountant te benoemen die de taken van Maarschalk en/of Horlings overneemt; i. een derde persoon te benoemen tot bestuurder van [C] , met bepaling van een zodanig salaris als de Ondernemingskamer geraden acht; j. ook overigens een scheiding der machten te gelasten binnen [C] en de bij [C] betrokkenen; met veroordeling van [C] in de kosten van het geding. 1.3 [C] heeft bij op 7 oktober 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift, tevens houdende een voorwaardelijk zelfstandig verzoek, met producties, de Ondernemingskamer verzocht [A] en [B] niet-ontvankelijk te verklaren in hun verzoek althans hun verzoek af te wijzen, althans de beslissing op hun verzoek aan te houden totdat de eindrapportage van drs. P. Hoiting RA RV (hierna: Hoiting) gereed is, en bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad – zakelijk weergegeven – bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding, [A] en [B] te veroordelen om hun aandelen om niet, althans ten titel van beheer over te dragen aan [C] dan wel aan [D] , dan wel aan [E] , dan wel aan [F] , dan wel aan deze drie personen gezamenlijk, althans zodanige onmiddellijke voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer geraden acht, met veroordeling van [A] en [B] in de volledige in dit geding gemaakte en nog te maken rechtsbijstandskosten van [C] en van [D] , [E] en [F] . 1.4 Ter griffie van de Ondernemingskamer is ingekomen op 23 oktober 2015 een tweetal nadere producties, ingediend door mr. Dietz de Loos voornoemd, met afschrift aan [C] . 1.5 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 29 oktober 2015. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht. Mr. Dietz de Loos en mr. Kremer voornoemd hebben dit ieder afzonderlijk gedaan aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en [C] overgelegde – aantekeningen. Mr. Dietz de Loos heeft namens – naar de Ondernemingskamer begrijpt – zowel [A] als [B] , het verzoek met betrekking tot de primair verzochte onderzoeksperiode ingetrokken en in aanvulling op het in 1.2 weergegeven verzoek, de Ondernemingskamer verzocht – zakelijk weergegeven – [C] te veroordelen in de in dit geding werkelijk gemaakte volledige rechtsbijstandskosten van [A] en [B] . Partijen hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord. 2De feiten 2.1 [C] is een familievennootschap die op 22 mei 2003 is opgericht en waarin een aantal onroerende zaken is ondergebracht, met als doel deze te ontwikkelen. 2.2 [D] , [B] , [A] en [E] zijn broers en zus van elkaar. [F] is een neef van hen. [D] , [B] , [A] en [E] houden ieder 12,5% van de aandelen in [C] . [F] houdt 50% van de aandelen. [D] is enig bestuurder van [C] . 2.3 [C] hield de aandelen in De Maalderij Heemstede B.V. (hierna: Maalderij) en Projectontwikkeling Glipstede B.V. (hierna: Glipstede). Deze twee vennootschappen zijn op 1 april 2010 ontbonden en op 10 september 2010 geliquideerd. 2.4 Tussen [A] en [B] enerzijds en [D] , [E] en [F] alsmede [C] anderzijds zijn, zowel zakelijk als privé, verschillende geschillen ontstaan. Hierover zijn en worden verscheidene gerechtelijke procedures gevoerd. 2.5 Op 7 februari 2012 hebben [A] en [B] een verzoekschrift met producties tot het houden van een enquête naar het beleid en de gang van zaken van [C] en tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen ingediend. Het verzoek – in de zaak die is geadministreerd onder zaaknummer 200.101.649/01 OK – is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 19 april 2012. Bij die gelegenheid hebben de bij die zaak betrokken partijen, te weten [D] , [A] , [B] , [E] , [F] alsmede [C] , het in die zaak gerezen geschil in der minne geregeld. De Ondernemingskamer heeft de regeling vastgelegd in een (nader uitgewerkt) proces-verbaal. De regeling houdt in – zakelijk weergegeven – dat een door de Ondernemingskamer aan te wijzen accountant als deskundige bij [C] een boekenonderzoek zal verrichten, overeenkomstig Standaard 4400. De formulering van de onderzoeksopdracht is als volgt: “het onderzoeken of er mogelijk op ongeoorloofde wijze waarden van materieel belang zijn ontvreemd aan de vennootschap dan wel de aandeelhouders”. Tevens is overeengekomen dat [A] en [B] het verzoek tot het bevelen van een enquête en tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen intrekken. Bij beschikking van 27 april 2012 heeft de Ondernemingskamer Hoiting aangewezen als deskundige zoals bedoeld in het proces-verbaal. Hoiting heeft het onderzoek ingesteld en op 2 mei 2014 een concept van het door hem opgestelde onderzoeksrapport aan partijen voorgelegd. Bij brief van 1 september 2014 heeft mr. Dietz de Loos namens [A] en [B] aan Hoiting geschreven “dat het rapport onvolledig is en niet blijkt geeft van een zorgvuldig onderzoek, zodanig dat het verworpen moet worden”. Eveneens op 1 september 2014 heeft [A] schriftelijk commentaar geleverd op het conceptrapport van Hoiting. Ook nadien is met Hoiting over zijn opdracht en zijn rapportage gecorrespondeerd. Het onderzoek van Hoiting heeft nog niet geresulteerd in een definitief eindrapport. 2.6 Blijkens de door Maarschalk, accountant-administratieconsulent bij Horlings, over [C] opgemaakte rapporten inzake jaarstukken over de jaren 2010 tot en met 2014 bedroeg het eigen vermogen op: 31 december 2009: € 2.838.998; 31 december 2010: € 221.214; 31 december 2011: € 21.839; 31 december 2012: € 160.978 negatief; 31 december 2013: € 184.877 negatief; 31 december 2014: € 189.279 negatief. Het resultaat na belastingen van [C] bedroeg volgens de respectievelijke winst-en-verliesrekeningen die van deze rapporten deel uitmaken: over het jaar 2009: € 125.791 negatief; over het jaar 2010: € 154.424 negatief; over het jaar 2011: € 199.375 negatief; over het jaar 2012: € 182.817 negatief; over het jaar 2013: € 23.899 negatief; over het jaar 2014: € 4.402 negatief. 2.7 Blijkens de accountantsrapportage van Maarschalk in de genoemde rapporten bedroegen de compensabele verliezen: tegen het einde van 2010: € 506.014; tegen het einde van 2011: € 622.964; tegen het einde van 2012: € 805.764; tegen het einde van 2013: € 829.663; tegen het einde van 2014: € 834.065. Hieraan is telkens de volgende opmerking toegevoegd: “(…) Dit verlies is, vanwege een wetswijziging die van kracht is met ingang van het boekjaar 2007, nog slechts beperkt toekomstig verrekenbaar (was onbeperkt). De voorwaartse verliesverrekening is thans vastgesteld op maximaal negen jaar. (…)” 2.8 In het rapport inzake jaarstukken 2011 is onder “Toelichting op de jaarrekening” opgenomen: “(…) Continuïteit De balans per 31 december 2011 laat zien dat de onderneming over onvoldoende liquiditeiten beschikt om de kortlopende schulden te kunnen voldoen. Om deze reden is de directie voornemens om de kortlopende vorderingen op aandeelhouders geheel of deels te incasseren. Wanneer deze vorderingen zijn geïncasseerd is naar de mening van de directie de continuïteit van de onderneming voldoende gewaarborgd. (…)” In het rapport inzake jaarstukken 2012 is onder “Toelichting op de jaarrekening” opgenomen: “(…) Discontinuïteit De balans per 31 december 2012 laat zien dat de onderneming over onvoldoende liquiditeiten dan wel vorderingen beschikt om de kortlopende schulden te kunnen voldoen. Voorts zijn de activiteiten van de vennootschap min of meer gestaakt, en rest de afwikkeling van een aantal lopende juridische procedures (…). Dientengevolge is er sprake van discontinuïteit. Om deze reden vervalt het continuïteitsbeginsel en is de balans opgesteld uitgaande van beoogde liquidatie van de vennootschap in de nabije toekomst. (…)” De rapporten inzake jaarstukken 2013 en 2014 bevatten onder “Toelichting op de jaarrekening” opmerkingen over discontinuïteit met eenzelfde inhoud en strekking (met dien verstande dat in 2014 melding wordt gemaakt van de afwikkeling van een lopende juridische procedure; niet van een aantal daarvan, zoals in 2012 en 2013). 2.9 Maarschalk heeft tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van 20 mei 2015, blijkens het daarvan opgemaakte transcript, over het compensabel verlies verklaard: “(…) het is al teloor gegaan. (…) (…) terug naar de jaarrekening (…) je zou kunnen veronderstellen dat er een compensabel verlies is, alleen de kans dat je dat nog kunt gaan incasseren wordt steeds kleiner, alleen al in tijd gemeten, en dus als je nog een project ter hand zou nemen dan moet dat dus winstgevend zijn afgerond binnen de resterende termijn die we nog hebben voordat de [de Ondernemingskamer leest: mogelijkheid de] verliezen [te] compenseren vervalt. (…) daar staat in totaal EURO 834.000,= aan verlies (…). Het grootste deel stamt al van enige jaren terug, want de laatste jaarrekeningen hebben we eigenlijk alleen maar administratieve kosten gehad. (…) het is nu nog maximaal 9 jaar compensabel maar vanaf het jaar van ontstaan. (…) dat betekent dat de grotere verliezen op kortere termijn gaan vervallen, en dat als je een project ter hand zou willen nemen, dan moet dat ook nog afgerond zijn voordat de compensabele verliezen komen te vervallen. Nou, die kans is al niet groot, daarnaast heb je te maken met de fiscus die kan stellen: wij vinden dat de onderneming beëindigd is, en dat als er een nieuw project wordt opgenomen dat dat eigenlijk een nieuwe onderneming is. Dus ook daar vandaan, los van de tijd, is de kans van verliescompensatie niet groot, en daarnaast hebben we te maken met aandeelhouders die (…) niet snel genegen zullen zijn om een nieuw project ter hand te kunnen nemen waarbij op korte termijn EURO 834.000,= kunnen compenseren. Jaarrekeningtechnisch kan ik dus die verliescompensatie niet opnemen, ook al omdat je zegt er is geen continuïteit, en dus zijn die compensabele verliezen niets waard. (…)” 3De gronden van de beslissing 3.1 [C] heeft betoogd dat [A] en [B] niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun verzoek. Zij hebben naar voren gebracht dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.