13/665586-15 GERECHTSHOF AMSTERDAM, MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Westelijke Jordaanoever) op [geboortedag] 1980, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, thans verblijvende in het huis van bewaring Almere Binnen te Almere, tegen de beschikking van de rechtbank te Amsterdam van 28 december 2015, houdende bevel tot zijn gevangenhouding. De feiten en de rechtsgang Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 31 december 2015, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank. Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. [naam]. De beoordeling Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust. Het hof is van oordeel dat gelet op de in raadkamer gegeven verklaring van de verdachte, in samenhang met de twee aangiftes waarbij sprake is van een soortgelijke modus operandi voldoende ernstige bezwaren aanwezig zijn. Aangezien de verdenking feiten betreft die zich hebben afgespeeld in de privé-sfeer van de slachtoffers, waarbij de verdachte de slachtoffers in staat van onmacht zou hebben gebracht, is er naar het oordeel van het hof sprake van een geschokte rechtsorde. De opgave van het adres van de vriendin van de verdachte is in de gegeven omstandigheden onvoldoende om aan te nemen dat er geen sprake is van een ernstig gevaar voor vlucht. Er zijn ernstige bezwaren dat de verdachte zich in korte tijd tweemaal schuldig heeft gemaakt aan diefstal tijdens de nachtelijke uren in een woning, waarbij de slachtoffers in staat van onmacht zijn gebracht. Op grond daarvan is het hof van oordeel dat ook het recidivegevaar onverkort aanwezig is. Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat er sprake is van een zeer ernstig feit en de geschokte rechtsorde mede ten grondslag ligt aan het bevel gevangenhouding. Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Daarvan is niet gebleken. Om die reden zal het hof het verzoek van de verdachte afwijzen. 13665586-15 De beslissing Het hof: WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking. WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Deze beschikking is gegeven op 27 januari 2016 in raadkamer van dit hof door mr. J.L. Bruinsma, voorzitter, mrs. M.J.G.B. Heutink en J.H. Wesselink, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. K.D.M. de Lange als griffier. De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte. Amsterdam, 27 januari 2016, de advocaat-generaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.