beslissing GERECHTSHOF AMSTERDAM rekestnummer: 001367-16 parketnummer: 23-004018-12 Datum beslissing: 22 september 2016 Beslissing op het bezwaarschrift op de voet van artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht van: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1962, postadres: [adres] Procesverloop en inhoud van het bezwaarschrift De veroordeelde is bij arrest van 12 september 2013, gewezen door het gerechtshof Amsterdam, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest volgens de maatstaf van 2 uren per dag. Bij beslissing van 30 april 2015 heeft het hof -kortgezegd en voor zover hier van belang- de termijn waarbinnen de veroordeelde de op dat moment resterende taakstraf van 148 uur moest verricht gesteld op één jaar na 30 april
- Het thans aan de orde zijnde bezwaarschrift richt zich tegen het bevel van het openbaar ministerie van (naar het hof begrijpt:) 21 juni 2016 om vervangende hechtenis van 28 (achtentwintig) dagen ten uitvoer te leggen, op de grond dat het op die datum resterende deel van de taakstraf van 55 (vijfenvijftig) uren niet is verricht. Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak onder voormeld parketnummer en heeft op 8 september 2016 de advocaat-generaal en de raadsman van de veroordeelde ter gelegenheid van de openbare behandeling van het bezwaarschrift op de terechtzitting gehoord. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van het bezwaarschrift. Beoordeling van het bezwaar Het bezwaarschrift is tijdig ingediend. De veroordeelde is bij het hiervoor vermelde arrest van 12 september 2013 veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest volgens de maatstaf van 2 uren per dag. Blijkens de brief van het Centraal Justitieel Incassobureau van 29 juni 2016 heeft de veroordeelde zijn door het hof opgelegde taakstraf niet geheel uitgevoerd. Het hof is uit de overgelegde medische stukken en het verhandelde ter terechtzitting gebleken dat de verdachte wegens een ernstige ziekte, ziekenhuisbezoeken en medische behandelingen van belastende aard niet in staat was zijn taakstraf verder te verrichten. Naar verwachting zal deze situatie niet binnen afzienbare termijn wijzigen. Het hof zal daarom beslissen als hieronder aangegeven. Beslissing Het hof: Verklaart het bezwaarschrift gegrond en stelt het aantal te verrichten uren taakstraf op nihil. Deze beslissing is gegeven door mr. J.W. Moors, mr. F.M.D. Aardema en mr. M.R. Cox, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 september
- De jongste raadsheer en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.