parketnummer: 23-001708-15 datum uitspraak: 26 oktober 2016 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 april 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-674372-14 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , thans uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Vught, afdeling PPC, te Vught. 1Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 april 2016, 29 en 30 september 2016, 5 en 12 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. 2Tenlastelegging Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat: 1. primair hij op of omstreeks 18 februari 2014 te Amstelveen, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen - een aantal foto's en/of - een familieboek en/of - een of meer mobiele telefoon(
- s)(merk: Nokia en/of Samsung Galaxy Note II) en/of - een bankpas van ING en/of -een geldbedrag van 6500 euro, althans een hoeveelheid geld - een kentekenbewijs deel II behorende bij een Suzuki Splash en/of - een of meer paspo(o)rt(
- en)op naam gesteld van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of - een hoeveelheid sieraden en/of - een schoudertas en/of - een of meer geldkistje(
- s)met daarin gulden munten en/of - een Orde van Oranje Nassau op naam van [slachtoffer 2] en/of - een consoleklok in boulle-stijl en/of - een schilderij van Matthijs Schoevaerdts (Spaans landschap met kerk) en/of - een of meer schilderij(
- en)van Frans van Severdonck (Dieren in landschappen) en/of - een schilderij van Arnold Marc Gorter (Bebost landschap) en/of - een schilderij van Isaac Israels (Bois de Boulogne) en/of - een schilderij van L. Barberini (Zuid-Europese marktscene) en/of - een schilderij van J. Bosboom (Kerkinterieur met figuren) en/of - een beeld van gekleurd glas (gemaakt door [dochter van slachtoffers] ) en/of - een collectie judaïca zilver (ter waarde van 150.000 euro) en/of - een cameoglazen vaasje van Emile Galle en/of - een Hollandse geelkoperen Chanoeka lamp en/of - een schildpad parelmoer en/of een zilveren besnijdenisdoos en/of - een zilveren filigrein bruidskistje en/of - een rococo bronzen Menora en/of - een stel zilveren tafelkandelaars (middelhoog model) en/of - een of meer zilveren bekertje(
- s)en/of schaaltje(
- s)en/of - een collectie van 11, althans een aantal grote stuks zilveren speelgoed en/of - een collectie van 26, althans een aantal kleine stuks zilveren speelgoed en/of - een of meer grote zilveren sauskommen (met elk twee oren) en/of - een of meer antieke zilveren breipenhouders en/of - een zilveren lepeldoos (met oud-Hollands reliëfdecor) en/of - een zilveren antiek gegraceerde Chanoeka reiskandelaar en/of - een 3-delig achtkantig peper-en zout-mosterdstelletje met blauwglazen binnenbakjes en/of - een zilveren Hollands pepermuntdoosje en/of - een Hollands Empire kristallen mosterdpot en/of - zilveren speelgoed (te weten een kruiwagentje van G. Haspel te Antwerpen) en/of - een of meer zilveren vaasvormige tafelstrooier(
- s)en/of - een zilveren baluster tafelstrooier (met greep) en/of - een zilveren gecontourneerd ovalen bonbonschaaltje en/of - een zilveren achtkantige trommel (neo barokstijl met reliëfdecor van figuren) en/of - een zilveren schuitvormig dienblad (Louis XVI stijl) en/of - een zilveren bonbonmandje (Louis XVI stijl) en/of - een of meer zilveren tafelkandelaars en/of - een of meer zilveren gecontourneerde baluster tafelkandelaars en/of - 7, althans een aantal zilveren en pleet beker(
- s)(enkele met Hebreeuwse teksten) en/of - een of meer zilveren tafelkandelaars (laag model) en/of - een 5-delig Rouaan aardewerk polychroom kaststel en/of - een personenauto (Suzuki Splash [kenteken] met vrijwaringsbewijs, in elk geval enig goed (totale taxatiewaarde 811.470 euro), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat hij verdachte en/of zijn mededader(
- s)die [slachtoffer 1] - van achteren bij haar nek heeft/hebben beet gepakt en/of - een arm om haar nek heeft/hebben gelegd en/of - een hand op haar mond heeft/hebben gedrukt en/of - haar woning in heeft/hebben gesleurd en/of - de trap op heeft/hebben gesleurd en/of - heeft/hebben gezegd dat ze op haar knieën moest gaan zitten en/of "werk nou maar mee, anders doen we je man wat aan" en/of - haar polsen en/of enkels en/of bovenlichaam met tape heeft/hebben vast gebonden en/of - heeft/hebben gevraagd of ze een kluis had en/of - op haar knieën naar de kluis heeft/hebben getrokken en/of - heeft/hebben gezegd dat als het niet lukte met de code ze haar man verrot zouden slaan en/of - die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgepakt en/of - zijn polsen en enkels met tape heeft/hebben vastgebonden en/of - een sprei over zijn hoofd heeft/hebben gedaan en/of nadat [slachtoffer 2] had gezegd: "ik ben hartpatiënt en ik kan zo geen adem halen", dat sprei van zijn gezicht heeft/hebben gehaald en/of - heeft/hebben gezegd: "doe jij nou maar rustig anders doen wij jouw vrouw wat aan". 1. subsidiair dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer tot op heden onbekend gebleven daders op of omstreeks 18 februari 2014 te gemeente Amstelveen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen - een aantal foto’s en/of - een familieboek en/of - een of meer mobiele telefoon(
- s)(merk: Nokia en/of Samsung Galaxy Note II) en/of - een bankpas van ING en/of -een geldbedrag van 6500 euro, althans een hoeveelheid geld en/of - een kentekenbewijs deel II behorende bij een Suzuki Splash en/of - een of meer paspo(o)rt(
- en)op naam gesteld van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of - een hoeveelheid sieraden en/of - een schoudertas en/of - een of meer geldkistje(
- s)met daarin gulden munten en/of - een Orde van Oranje Nassau op naam van [slachtoffer 2] en/of - een consoleklok in boulle-stijl en/of - een schilderij van Matthijs Schoevaerdts (Spaans landschap met kerk) en/of - een of meer schilderij(
- en)van Frans van Severdonck (Dieren in landschappen) en/of - een schilderij van Arnold Marc Gorter (Bebost landschap) en/of - een schilderij van Isaac Israels (Bois de Boulogne) en/of - een schilderij van L. Barberini (Zuid-Europese marktscene) en/of - een schilderij van J. Bosboom (Kerkinterieur met figuren) en/of - een beeld van gekleurd glas (gemaakt door [dochter van slachtoffers] ) en/of - een collectie judaïca zilver (ter waarde van 150.000 euro) en/of - een cameoglazen vaasje van Emile Galle en/of - een Hollandse geelkoperen Chanoeka lamp en/of - een schildpad parelmoer en/of een zilveren besnijdenisdoos en/of - een zilveren filigrein bruidskistje en/of - een rococo bronzen Menora en/of - een stel zilveren tafelkandelaars (middelhoog model) en/of - een of meer zilveren bekertje(
- s)en/of schaaltje(
- s)en/of - een collectie van 11, althans een aantal grote stuks zilveren speelgoed en/of - een collectie van 26, althans een aantal kleine stuks zilveren speelgoed en/of - een of meer grote zilveren sauskommen (met elk twee oren) en/of - een of meer antieke zilveren breipenhouders en/of - een zilveren lepeldoos (met oud-Hollands reliëfdecor) en/of - een zilveren antiek gegraceerde Chanoeka reiskandelaar en/of - een 3-delig achtkantig peper-en zout-mosterdstelletje met blauwglazen binnenbakjes en/of - een zilveren Hollands pepermuntdoosje en/of - een Hollands Empire kristallen mosterdpot en/of - zilveren speelgoed (te weten een kruiwagentje van G. Haspel te Antwerpen) en/of - een of meer zilveren vaasvormige tafelstrooier(
- s)en/of - een zilveren baluster tafelstrooier (met greep) en/of - een zilveren gecontourneerd ovalen bonbonschaaltje en/of - een zilveren achtkantige trommel (neo barokstijl met reliëfdecor van figuren) en/of - een zilveren schuitvormig dienblad (Louis XVI stijl) en/of - een zilveren bonbonmandje (Louis XVI stijl) en/of - een of meer zilveren tafelkandelaars en/of - een of meer zilveren gecontourneerde baluster tafelkandelaars en/of - 7, althans een aantal zilveren en pleet beker(
- s)(enkele met Hebreeuwse teksten) en/of - een of meer zilveren tafelkandelaars (laag model) en/of - een 5-delig Rouaan aardewerk polychroom kaststel en/of - een personenauto (Suzuki Splash [kenteken] met vrijwaringsbewijs, in elk geval enig goed (totale taxatiewaarde 811.470 euro), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer tot op heden onbekend gebleven daders , welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(
- s)van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer tot op heden onbekend gebleven daders: - van achteren bij haar nek heeft/hebben beet gepakt en/of - een arm om haar nek heeft/hebben gelegd en/of - een hand op haar mond heeft/hebben gedrukt en/of - haar woning in heeft/hebben gesleurd en/of - de trap op heeft/hebben gesleurd en/of - heeft/hebben gezegd dat ze op haar knieën moest gaan zitten en/of "werk nou maar mee, anders doen we je man wat aan" en/of - haar polsen en/of enkels en/of bovenlichaam met tape heeft/hebben vast gebonden en/of - heeft/hebben gevraagd of ze een kluis had en/of - op haar knieën naar de kluis heeft/hebben getrokken en/of - heeft/hebben gezegd dat als het niet lukte met de code ze haar man verrot zouden slaan en/of - die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgepakt en/of - zijn polsen en enkels met tape heeft/hebben vastgebonden en/of - een sprei over zijn hoofd heeft/hebben gedaan en/of nadat [slachtoffer 2] had gezegd: "ik ben hartpatiënt en ik kan zo geen adem halen", dat sprei van zijn gezicht heeft/hebben gehaald en/of - heeft/hebben gezegd: "doe jij nou maar rustig anders doen wij jouw vrouw wat aan", tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 juli 2013 tot en met 18 februari 2014 te Almere en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar met dat opzet aan voornoemde [medeverdachte 1] (mondeling) de volgende inlichtingen te verschaffen: - dat er zich op het adres [adres] (zijnde de woning van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en/of zijnde verdachtes, (ex)-schoonouders) meerdere sieraden en/of zilverwerk en/of schilderijen en/of 30.000 euro in de kluis bevond(
- en)en/of - wat het dagschema/het dagritme van voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] was en/of dat dit binnenkort zou wijzigen (zodat het noodzakelijk was de overval spoedig te plegen); 2. primair hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 april 2014 tot en met 10 juni 2014 te Amstelveen en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om (meermalen) een of meer voorwerp(
- en)en/of een geldbedrag wit te wassen, door (van) een of meer voorwerp(en), te weten - een of meer mobiele telefoon(
- s)(merk: Nokia en/of Samsung Galaxy Note II) en/of - een bankpas van ING en/of - een geldbedrag van 6500 euro, althans een hoeveelheid geld en/of - een kentekenbewijs deel II behorende bij een Suzuki Splash en/of - een of meer paspo(o)rt(
- en)op naam gesteld van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of - een hoeveelheid sieraden en/of - een schoudertas en/of - een of meer geldkistje(
- s)met daarin gulden munten en/of - een Orde van Oranje Nassau op naam van [slachtoffer 2] en/of - een consoleklok in boulle-stijl en/of - een schilderij van Matthijs Schoevaerdts (Spaans landschap met kerk) en/of - een of meer schilderij(
- en)van Frans van Severdonck (Dieren in landschappen) en/of - een schilderij van Arnold Marc Gorter (Bebost landschap) en/of - een schilderij van Isaac Israels (Bois de Boulogne) en/of - een schilderij van L. Barberini (Zuid-Europese marktscene) en/of - een schilderij van J. Bosboom (Kerkinterieur met figuren) en/of - een beeld van gekleurd glas (gemaakt door [dochter van slachtoffers] ) en/of - een collectie judaïca zilver (ter waarde van 150.000 euro)en/of - een cameoglazen vaasje van Emile Galle en/of - een Hollandse geelkoperen Chanoeka lamp en/of - een schildpad parelmoer en/of een zilveren besnijdenisdoos en/of - een zilveren filigrein bruidskistje en/of - een rococo bronzen Menora en/of - een stel zilveren tafelkandelaars (middelhoog model) en/of - een of meer zilveren bekertje(
- s)en/of schaaltje(
- s)en/of - een collectie van 11, althans een aantal grote stuks zilveren speelgoed en/of - een collectie van 26, althans een aantal kleine stuks zilveren speelgoed en/of - een of meer grote zilveren sauskommen (met elk twee oren) en/of - een of meer antieke zilveren breipenhouders en/of - een zilveren lepeldoos (met oud-Hollands reliëfdecor) en/of - een zilveren antiek gegraceerde Chanoeka reiskandelaar en/of - een 3-delig achtkantig peper-en zout-mosterdstelletje met blauwglazen binnenbakjes en/of - een zilveren Hollands pepermuntdoosje en/of - een Hollands Empire kristallen mosterdpot en/of -zilveren speelgoed (te weten een kruiwagentje van G. Haspel te Antwerpen) en/of - een of meer zilveren vaasvormige tafelstrooier(
- s)en/of - een zilveren baluster tafelstrooier (met greep) en/of - een zilveren gecontourneerd ovalen bonbonschaaltje en/of - een zilveren achtkantige trommel (neo barokstijl met reliëfdecor van figuren) en/of - een zilveren schuitvormig dienblad (Louis XVI stijl) en/of - een zilveren bonbonmandje (Louis XVI stijl) en/of - een of meer zilveren tafelkandelaars en/of - een of meer zilveren gecontourneerde balustertafelkandelaars en/of - 7, althans een aantal zilveren en pleet beker(
- s)(enkele met Hebreeuwse teksten) en/of - een of meer zilveren tafelkandelaars (laag model) en/of - een 5-delig Rouaan aardewerk polychroom kaststel en/of - een of meer geldbedrag(
- en)(in totaal 300.000 euro): - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing te verbergen en/of te verhullen, althans te verbergen en/of te verhullen wie de rechthebbende op die/dat voorwerp(
- en)en/of die/dat geldbedrag(
- en)is en/of wie die/dat voorwerp(
- en)en/of die/dat geldbedrag(
- en)voorhanden heeft en/of - te verwerven en/of voorhanden te hebben en/of over te dragen en/of om te zetten, althans van voornoemd(
- e)voorwerp(
- en)en/of geldbedrag(en), gebruik te maken, terwijl hij en/of zijn mededader(
- s)wist(en), althans redelijkerwijs moesten vermoeden, dat voornoemd(
- e)voorwerp(
- en)en/of geldbedrag(
- en)-onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders daartoe de navolgende handelingen verricht: - het bezorgen bij de [slachtoffers] van een plastic tas, inhoudende een hoeveelheid sieraden en/of een of meer foto('
- s)en/of een familieboek toebehorende aan die [slachtoffers] (zijnde goederen die bij hetzelfde misdrijf zijn buitgemaakt als bovengenoemde goederen) door deze aan de voordeur van de woning van die [slachtoffers] te hangen en/of - het bezorgen bij die [slachtoffers] van een of meer brieven aan die [slachtoffers] over het tegen een vergoeding overdragen van bovengenoemde goederen en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(op andere wijze) getracht (een deel) van bovengenoemde goederen te verkopen, teneinde een geldbedrag van 300.000 euro aan te nemen en/of te ontvangen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. subsidiair hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 april 2014 tot en met 10 juni 2014 te Amstelveen en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk voordeel te trekken uit de opbrengst van de door misdrijf verkregen goederen, te weten - een of meer mobiele telefoon(
- s)(merk: Nokia en/of Samsung Galaxy Note II) en/of - een bankpas van ING en/of - een geldbedrag van 6500 euro, althans een hoeveelheid geld en/of - een kentekenbewijs deel II behorende bij een Suzuki Splash en/of - een of meer paspo(o)rt(
- en)op naam gesteld van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of - een hoeveelheid sieraden en/of - een schoudertas en/of - een of meer geldkistje(
- s)met daarin gulden munten en/of - een Orde van Oranje Nassau op naam van [slachtoffer 2] en/of - een consoleklok in boulle-stijl en/of - een schilderij van Matthijs Schoevaerdts (Spaans landschap met kerk) en/of - een of meer schilderij(
- en)van Frans van Severdonck (Dieren in landschappen) en/of - een schilderij van Arnold Marc Gorter (Bebost landschap) en/of - een schilderij van Isaac Israels (Bois de Boulogne) en/of - een schilderij van L. Barberini (Zuid-Europese marktscene) en/of - een schilderij van J. Bosboom (Kerkinterieur met figuren) en/of - een beeld van gekleurd glas (gemaakt door [dochter van slachtoffers] ) en/of - een collectie judaïca zilver (ter waarde van 150.000 euro)en/of - een cameoglazen vaasje van Emile Galle en/of - een Hollandse geelkoperen Chanoeka lamp en/of - een schildpad parelmoer en/of een zilveren besnijdenisdoos en/of - een zilveren filigrein bruidskistje en/of - een rococo bronzen Menora en/of - een stel zilveren tafelkandelaars (middelhoog model) en/of - een of meer zilveren bekertje(
- s)en/of schaaltje(
- s)en/of - een collectie van 11, althans een aantal grote stuks zilveren speelgoed en/of - een collectie van 26, althans een aantal kleine stuks zilveren speelgoed en/of - een of meer grote zilveren sauskommen (met elk twee oren) en/of - een of meer antieke zilveren breipenhouders en/of - een zilveren lepeldoos (met oud-Hollands reliëfdecor) en/of - een zilveren antiek gegraceerde Chanoeka reiskandelaar en/of - een 3-delig achtkantig peper-en zout-mosterdstelletje met blauwglazen binnenbakjes en/of - een zilveren Hollands pepermuntdoosje en/of - een Hollands Empire kristallen mosterdpot en/of -zilveren speelgoed (te weten een kruiwagentje van G. Haspel te Antwerpen) en/of - een of meer zilveren vaasvormige tafelstrooier(
- s)en/of - een zilveren baluster tafelstrooier (met greep) en/of - een zilveren gecontourneerd ovalen bonbonschaaltje en/of - een zilveren achtkantige trommel (neo barokstijl met reliëfdecor van figuren) en/of - een zilveren schuitvormig dienblad (Louis XVI stijl) en/of - een zilveren bonbonmandje (Louis XVI stijl) en/of - een of meer zilveren tafelkandelaars en/of - een of meer zilveren gecontourneerde balustertafelkandelaars en/of - 7, althans een aantal zilveren en pleet beker(
- s)(enkele met Hebreeuwse teksten) en/of - een of meer zilveren tafelkandelaars (laag model) en/of - een 5-delig Rouaan aardewerk polychroom kaststel, de navolgende handelingen heeft/hebben verricht: - het bezorgen bij de [slachtoffers] van een plastic tas, inhoudende een hoeveelheid sieraden en/of een of meer foto('
- s)en/of een familieboek toebehorende aan die [slachtoffers] (zijnde goederen die bij hetzelfde misdrijf zijn buitgemaakt als bovengenoemde goederen) door deze aan de voordeur van de woning van die [slachtoffers] te hangen en/of - het bezorgen bij die [slachtoffers] van een of meer brieven aan die [slachtoffers] over het tegen een vergoeding overdragen van bovengenoemde goederen en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(op andere wijze) getracht (een deel) van bovengenoemde goederen te verkopen, teneinde een geldbedrag van 300.000 euro aan te nemen en/of te ontvangen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 2. meer subsidiair dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of [veroordeelde] en/of [betrokkene] en/of een of meer tot op heden onbekend gebleven daders op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 april 2014 tot en met 10 juni 2014 te Amstelveen en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of [veroordeelde] en/of [betrokkene] en/of een of meer tot op heden onbekend gebleven daders voorgenomen misdrijf om (meermalen) een of meer voorwerp(
- en)en/of een geldbedrag wit te wassen, door (van) een of meer voorwerp(en), te weten - een aantal foto’s en/of - een familieboek en/of - een of meer mobiele telefoon(
- s)(merk: Nokia en/of Samsung Galaxy Note II) en/of - een bankpas van ING en/of - een geldbedrag van 6500 euro, althans een hoeveelheid geld en/of - een kentekenbewijs deel II behorende bij een Suzuki Splash en/of - een of meer paspo(o)rt(
- en)op naam gesteld van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of - een hoeveelheid sieraden en/of - een schoudertas en/of - een of meer geldkistje(
- s)met daarin gulden munten en/of - een Orde van Oranje Nassau op naam van [slachtoffer 2] en/of - een consoleklok in boulle-stijl en/of - een schilderij van Matthijs Schoevaerdts (Spaans landschap met kerk) en/of - een of meer schilderij(
- en)van Frans van Severdonck (Dieren in landschappen) en/of - een schilderij van Arnold Marc Gorter (Bebost landschap) en/of - een schilderij van Isaac Israels (Bois de Boulogne) en/of - een schilderij van L. Barberini (Zuid-Europese marktscene) en/of - een schilderij van J. Bosboom (Kerkinterieur met figuren) en/of - een beeld van gekleurd glas (gemaakt door [dochter van slachtoffers] ) en/of - een collectie judaïca zilver (ter waarde van 150.000 euro)en/of - een cameoglazen vaasje van Emile Galle en/of - een Hollandse geelkoperen Chanoeka lamp en/of - een schildpad parelmoer en/of een zilveren besnijdenisdoos en/of - een zilveren filigrein bruidskistje en/of - een rococo bronzen Menora en/of - een stel zilveren tafelkandelaars (middelhoog model) en/of - een of meer zilveren bekertje(
- s)en/of schaaltje(
- s)en/of - een collectie van 11, althans een aantal grote stuks zilveren speelgoed en/of - een collectie van 26, althans een aantal kleine stuks zilveren speelgoed en/of - een of meer grote zilveren sauskommen (met elk twee oren) en/of - een of meer antieke zilveren breipenhouders en/of - een zilveren lepeldoos (met oud-Hollands reliëfdecor) en/of - een zilveren antiek gegraceerde Chanoeka reiskandelaar en/of - een 3-delig achtkantig peper-en zout-mosterdstelletje met blauwglazen binnenbakjes en/of - een zilveren Hollands pepermuntdoosje en/of - een Hollands Empire kristallen mosterdpot en/of -zilveren speelgoed (te weten een kruiwagentje van G. Haspel te Antwerpen) en/of - een of meer zilveren vaasvormige tafelstrooier(
- s)en/of - een zilveren baluster tafelstrooier (met greep) en/of - een zilveren gecontourneerd ovalen bonbonschaaltje en/of - een zilveren achtkantige trommel (neo barokstijl met reliëfdecor van figuren) en/of - een zilveren schuitvormig dienblad (Louis XVI stijl) en/of - een zilveren bonbonmandje (Louis XVI stijl) en/of - een of meer zilveren tafelkandelaars en/of - een of meer zilveren gecontourneerde balustertafelkandelaars en/of - 7, althans een aantal zilveren en pleet beker(
- s)(enkele met Hebreeuwse teksten) en/of - een of meer zilveren tafelkandelaars (laag model) en/of - een 5-delig Rouaan aardewerk polychroom kaststel en/of - een personenauto (Suzuki Splash [kenteken] met vrijwaringsbewijs: - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing te verbergen en/of te verhullen, althans te verbergen en/of te verhullen wie de rechthebbende op die/dat voorwerp(
- en)en/of die/dat geldbedrag(
- en)is en/of wie die/dat voorwerp(
- en)en/of die/dat geldbedrag(
- en)voorhanden heeft en/of - te verwerven en/of voorhanden te hebben en/of over te dragen en/of om te zetten, althans van voornoemd(
- e)voorwerp(
- en)en/of geldbedrag(en), gebruik te maken, terwijl hij en/of zijn mededader(
- s)wist(en), althans redelijkerwijs moesten vermoeden, dat voornoemd(
- e)voorwerp(
- en)en/of geldbedrag(
- en)-onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf, immers hebben [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of [veroordeelde] en/of [betrokkene] en/of een of meer tot op heden onbekend gebleven daders daartoe de navolgende handelingen verricht: - het bezorgen bij de [slachtoffers] van een plastic tas, inhoudende een hoeveelheid sieraden en/of een of meer foto('
- s)en/of een familieboek toebehorende aan die [slachtoffers] (zijnde goederen die bij hetzelfde misdrijf zijn buitgemaakt als bovengenoemde goederen) door deze aan de voordeur van de woning van die [slachtoffers] te hangen en/of - het bezorgen bij die [slachtoffers] van een of meer brieven aan die [slachtoffers] over het tegen een vergoeding overdragen van bovengenoemde goederen en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(op andere wijze) getracht (een deel) van bovengenoemde goederen te verkopen, teneinde een geldbedrag van 300.000 euro aan te nemen en/of te ontvangen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 februari 2014 tot en met 10 juni 2014 te Almere en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar met dat opzet aan voornoemde [medeverdachte 1] (mondeling) de volgende inlichtingen te verschaffen: - dat die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] bovengenoemde goederen terug zouden kopen en/of - dat hij, verdachte, een Italiaan kende die bovengenoemde goederen wilde kopen; 2. meest subsidiair dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of [veroordeelde] en/of [betrokkene] en/of een of meer tot op heden onbekend gebleven daders op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 april 2014 tot en met 10 juni 2014 te Amstelveen en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of [veroordeelde] en/of [betrokkene] en/of een of meer tot op heden onbekend gebleven daders voorgenomen misdrijf om opzettelijk voordeel te trekken uit de opbrengst van de door misdrijf verkregen goederen, te weten - een of meer mobiele telefoon(
- s)(merk: Nokia en/of Samsung Galaxy Note II) en/of - een bankpas van ING en/of - een geldbedrag van 6500 euro, althans een hoeveelheid geld en/of - een kentekenbewijs deel II behorende bij een Suzuki Splash en/of - een of meer paspo(o)rt(
- en)op naam gesteld van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of - een hoeveelheid sieraden en/of - een schoudertas en/of - een of meer geldkistje(
- s)met daarin gulden munten en/of - een Orde van Oranje Nassau op naam van [slachtoffer 2] en/of - een consoleklok in boulle-stijl en/of - een schilderij van Matthijs Schoevaerdts (Spaans landschap met kerk) en/of - een of meer schilderij(
- en)van Frans van Severdonck (Dieren in landschappen) en/of - een schilderij van Arnold Marc Gorter (Bebost landschap) en/of - een schilderij van Isaac Israels (Bois de Boulogne) en/of - een schilderij van L. Barberini (Zuid-Europese marktscene) en/of - een schilderij van J. Bosboom (Kerkinterieur met figuren) en/of - een beeld van gekleurd glas (gemaakt door [dochter van slachtoffers] ) en/of - een collectie judaïca zilver (ter waarde van 150.000 euro)en/of - een cameoglazen vaasje van Emile Galle en/of - een Hollandse geelkoperen Chanoeka lamp en/of - een schildpad parelmoer en/of een zilveren besnijdenisdoos en/of - een zilveren filigrein bruidskistje en/of - een rococo bronzen Menora en/of - een stel zilveren tafelkandelaars (middelhoog model) en/of - een of meer zilveren bekertje(
- s)en/of schaaltje(
- s)en/of - een collectie van 11, althans een aantal grote stuks zilveren speelgoed en/of - een collectie van 26, althans een aantal kleine stuks zilveren speelgoed en/of - een of meer grote zilveren sauskommen (met elk twee oren) en/of - een of meer antieke zilveren breipenhouders en/of - een zilveren lepeldoos (met oud-Hollands reliëfdecor) en/of - een zilveren antiek gegraceerde Chanoeka reiskandelaar en/of - een 3-delig achtkantig peper-en zout-mosterdstelletje met blauwglazen binnenbakjes en/of - een zilveren Hollands pepermuntdoosje en/of - een Hollands Empire kristallen mosterdpot en/of -zilveren speelgoed (te weten een kruiwagentje van G. Haspel te Antwerpen) en/of - een of meer zilveren vaasvormige tafelstrooier(
- s)en/of - een zilveren baluster tafelstrooier (met greep) en/of - een zilveren gecontourneerd ovalen bonbonschaaltje en/of - een zilveren achtkantige trommel (neo barokstijl met reliëfdecor van figuren) en/of - een zilveren schuitvormig dienblad (Louis XVI stijl) en/of - een zilveren bonbonmandje (Louis XVI stijl) en/of - een of meer zilveren tafelkandelaars en/of - een of meer zilveren gecontourneerde balustertafelkandelaars en/of - 7, althans een aantal zilveren en pleet beker(
- s)(enkele met Hebreeuwse teksten) en/of - een of meer zilveren tafelkandelaars (laag model) en/of - een 5-delig Rouaan aardewerk polychroom kaststel, de navolgende handelingen heeft/hebben verricht - het bezorgen bij de [slachtoffers] van een plastic tas, inhoudende een hoeveelheid sieraden en/of een of meer foto('
- s)en/of een familieboek toebehorende aan die [slachtoffers] (zijnde goederen die bij hetzelfde misdrijf zijn buitgemaakt als bovengenoemde goederen) door deze aan de voordeur van de woning van die [slachtoffers] te hangen en/of - het bezorgen bij die [slachtoffers] van een of meer brieven aan die [slachtoffers] over het tegen een vergoeding overdragen van bovengenoemde goederen en/of heeft/hebben [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of [veroordeelde] en/of [betrokkene] en/of een of meer tot op heden onbekend gebleven daders (op andere wijze) getracht (een deel) van bovengenoemde goederen te verkopen, teneinde een geldbedrag van 300.000 euro aan te nemen en/of te ontvangen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 februari 2014 tot en met 10 juni 2014 te Almere en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar met dat opzet aan voornoemde [medeverdachte 1] (mondeling) de volgende inlichtingen te verschaffen: - dat die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] bovengenoemde goederen terug zouden kopen en/of - dat hij, verdachte, een Italiaan kende die bovengenoemde goederen wilde kopen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. 3Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere bewijsbeslissingen komt dan de rechtbank. 4Het bewijs 4.1.Vrijspraak ter zake van het onder 2 tenlastegelegde Onder 2 wordt aan de verdachte verweten dat hij betrokken is geweest bij de feitelijke handelingen van het bezorgen van brieven waarin aan de slachtoffers het aanbod werd gedaan de gestolen voorwerpen terug te kopen en/of bij het aanbieden van een deel van de ontvreemde goederen in een plastic tasje. Dit is – samengevat – ten laste gelegd als medeplegen van poging tot witwassen van goederen door te proberen deze terug te verkopen aan de slachtoffers (primair), medeplegen van poging tot heling van de weggenomen goederen (subsidiair), en meer en meest subsidiair medeplichtigheid aan deze handelingen. Het hof overweegt het volgende. Hoewel uit het dossier kan worden afgeleid dat de verdachte heeft meegedacht met [medeverdachte 1] in de financiële afwikkeling van de woningoverval, kan niet worden vastgesteld dat de verdachte specifieke betrokkenheid heeft gehad bij de ten laste gelegde feitelijke handelingen van de poging de slachtoffers een deel van de buit terug te laten kopen. In dit verband merkt het hof op dat uit een OVC-gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (p. 1234) afgeleid zou kunnen worden dat de verdachte gesuggereerd heeft dat de slachtoffers de goederen wel terug zouden kopen om de emotionele waarde, maar dit geen bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen. Zo verklaart [medeverdachte 2] (p. 507) dat [medeverdachte 1] het idee van het terug verkopen van de goederen zelf had bedacht. Het hof acht daarom de onder 2 tenlastegelegde feiten – anders dan de advocaat-generaal – niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij. 4.2. Bespreking van ter terechtzitting gevoerde bewijsverweren ten aanzien van feit 1 4.2.1. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde nu het voor medeplegen en medeplichtigheid vereiste dubbele opzet op de deelneming én de gepleegde woningoverval niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De kern van het betoog van de verdediging is dat ondanks zeer uitvoerig onderzoek niet is gebleken van directe en concrete instructies/opdrachten van de verdachte aan anderen tot het plegen van de woningoverval. De raadsman heeft betoogd dat uit dient te worden gegaan van de verklaringen die de verdachte bij de politie en ter terechtzitting in beide instanties heeft afgelegd en die in de kern neerkomen op het volgende. De verdachte is onrechtvaardig behandeld door zijn ex-schoonfamilie na het overlijden van zijn vrouw en is hierover een tijdlang erg kwaad geweest. Zijn ex-schoonfamilie heeft hem belet bij de begrafenis van zijn vrouw aanwezig te zijn en heeft zich spullen die van hem en zijn vrouw waren toegeëigend. Hij heeft zijn ongenoegen over de wijze waarop hij door zijn schoonfamilie is behandeld met meerdere personen gedeeld, zo ook met de medeverdachte [medeverdachte 1] . Hij heeft op enig moment met [medeverdachte 1] gefilosofeerd over het plegen van een inbraak in de woning van zijn ex-schoonouders om spullen terug te halen, maar zich uiteindelijk krachtig uitgesproken tegen het plegen van een inbraak omwille van de veiligheid en de gezondheid van zijn schoonouders. Hij heeft [medeverdachte 1] nooit opdracht gegeven tot een overval, noch is hij anderszins betrokken geweest bij de totstandkoming of uitvoering van de overval. Hij heeft evenmin een rol heeft gespeeld bij het verkopen van de bij de overval gestolen voorwerpen. Zijn gesprekken met [medeverdachte 1] over het vinden van een koper zagen op de verkoop van (kunst)voorwerpen die van hem waren en die [medeverdachte 1] voor hem had opgehaald bij [naam] in Wijdenes, waar zij tijdelijk opgeslagen waren. Zij gaan dus niet over de gestolen kunst. 4.2.2. Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof feit 1 in de primaire variant – in vereniging – bewezen zal verklaren. 4.2.3. Oordeel van het hof Vaststaande feiten In de nacht van 18 februari 2014 zijn de heer en [slachtoffer 1] overvallen in hun woning in Amstelveen. [slachtoffer 2] werd daarbij met tape vastgebonden. Hem werd gezegd zich rustig te houden omdat de daders anders zijn vrouw iets zouden aandoen. [slachtoffer 1] werd gedwongen de kluis in hun woning open te maken. Daarbij werd gedreigd haar man iets te zullen aandoen als zij niet zou meewerken. Nadat zij de kluis open had gekregen werd ook zij met tape geboeid. De daders zijn vervolgens met de buitgemaakte sieraden en schilderijen vertrokken. Op 17 april 2014 vond de politie een plastic tasje aan de deur van de woning van [slachtoffers] . Daarin zaten een klein deel van de bij de overval gestolen goederen en een brief. In die brief stond dat de hele buit kon worden teruggekocht voor € 300.000,-. Op 20 april 2014 werd weer een brief bij de heer en [slachtoffer 1] bezorgd. Daarin stond dat op 22 april 2014 een eerste uitruil van een deel van de buit tegen geld zou kunnen plaatsvinden op een parkeerplaats in Amstelveen. Op 22 april 2014 werd door de politie op deze parkeerplaats een Mercedes gezien die op naam stond van de vriendin van [medeverdachte 1] . De brieven en het tasje werden telkens bezorgd door [veroordeelde] , een bekende van [medeverdachte 1] . In deze zelfde periode had [medeverdachte 1] een hoogoplopend conflict met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , omdat hij nalatig was hen een (fors) geldbedrag te betalen. De communicatie hierover verliep meestal via [medeverdachte 2] , die regelmatig bij [medeverdachte 1] in de Mercedes zat. [medeverdachte 1] beloofde dat hij zou betalen zodra het zou lukken om ‘de schilderijen’ te verkopen. Hij heeft [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] op 17 mei 2014 een relatief klein bedrag overhandigd om de opgelopen spanning enigszins te verminderen. Aan de bewijsoverwegingen voorafgaande overwegingen - algemene overwegingen met betrekking tot tap- en OVC-gesprekken In het dossier van deze zaak bevinden zich veel afgeluisterde en opgenomen telefoon- en OVC-gesprekken. Daarin wordt door de medeverdachte [medeverdachte 1] , als hij spreekt met anderen dan de verdachte, meermalen gerefereerd aan de verdachte. In het dossier bevinden zich ook OVC-gesprekken die zijn opgenomen tijdens de bezoeken van [medeverdachte 1] aan de verdachte in de penitentiaire inrichting te Almere. Het openbaar ministerie leidt uit – onder meer – die gesprekken af dat verdachte de woningoverval mede heeft gepleegd. De verdediging heeft het tegendeel bepleit. Voor de beoordeling van de bewijsbaarheid van het ten laste gelegde feit is (onder andere) van belang welke bewijswaarde moet worden toegekend aan de inhoud van die afgeluisterde en opgenomen telefoon- en OVC-gesprekken. Over de uitleg van de OVC- en tapgesprekken merkt het hof in algemene zin het volgende op. Het hof kan meestal niet zonder meer aannemen dat gesprekken over bepaalde strafbare gedragingen gaan, als de verdachte dat ontkent. Dat kan alleen dan, als die gesprekken maar voor één uitleg vatbaar zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als de verdachte daarin zelf met zoveel woorden zegt dat hij die strafbare gedragingen heeft gepleegd. Als dat niet zo is, zijn die gesprekken dus voor meerdere uitleg vatbaar. Dat hoeft die gesprekken niet onbruikbaar te maken voor het bewijs, maar wel moet het hof dan voorzichtig zijn bij het geven van een interpretatie van die gesprekken. Die voorzichtigheid brengt mee dat goed moet worden gekeken naar de inhoud en het onderling verband van die gesprekken en naar het verband met andere bewijsmiddelen. Bij dat onderzoek kan ook van belang zijn wat er over de deelnemers aan de gesprekken, of over anderen die in die gesprekken ter sprake komen, nog meer is gebleken. Bijvoorbeeld als is gebleken dat zij op de één of andere manier bij het strafbare feit betrokken zijn, kan dat meewegen bij de interpretatie van de gesprekken. Verder kan het feit dat de verdachte zich beroept op zijn zwijgrecht soms in zijn nadeel werken. Dat kan ook zo zijn als hij een verklaring over de gesprekken aflegt die niet te verifiëren is. Ook het moment waarop hij die verklaring aflegt kan van belang zijn. Zo kan een verdachte, als hij het dossier kent, zijn verklaring daarop afstemmen. Of het hof het zwijgen van de verdachte of het afleggen van een ongeloofwaardige verklaring echt in zijn nadeel laat meewegen, hangt ook af van de vraag hoeveel bewijs er tegen hem in het dossier zit. Het hof voegt hieraan nog toe dat de interpretatie van de inhoud van een gesprek (‘waar gaat dit gesprek over?’) niet hetzelfde is als het beoordelen van de bewijswaarde daarvan (‘wat bewijst dit gesprek?’). Zelfs als de verdachte zegt dat hij een strafbaar feit heeft gepleegd, hoeft dat nog niet de waarheid te zijn. De interpretatie van de woorden van het gesprek en de betekenis van de inhoud van dat gesprek voor het bewijs zijn twee verschillende dingen. Die moeten daarom afzonderlijk worden beoordeeld. - overwegingen met betrekking tot de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 2] van 18 juni 2014 Met betrekking tot de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van de verklaring van [medeverdachte 2] van 18 juni 2014 overweegt het hof het volgende. Het hof constateert dat [medeverdachte 2] zichzelf in deze verklaring buiten schot heeft gehouden en [medeverdachte 1] de schuld heeft toegeschoven. Hij heeft zijn verklaring bovendien afgelegd nadat de politie hem enkele passages uit de OVC-gesprekken had voorgelezen. In die passages zei [medeverdachte 1] dat hij [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ‘erin wilde luizen’. Het hof acht het daarom bepaald niet onwaarschijnlijk dat [medeverdachte 2] hierover boos was en hierdoor heeft besloten [medeverdachte 1] te belasten. Dat hoeft niet per se te betekenen dat hij over diens rol heeft gelogen, maar het is wel reden te onderzoeken of zijn verklaring steun vindt in wat er verder nog uit het onderzoek is gebleken. Het hof vindt dat die steun er is, gelet op het volgende. Daarnaast is het hof van oordeel dat is gebleken dat de eigen rol van [medeverdachte 2] veel groter is dan hij in zijn verklaring heeft doen voorkomen. Hierop wordt in de bewijsoverwegingen ingegaan. Ten eerste is het hof van oordeel dat de OVC-gesprekken – die hierna zullen worden besproken – en de verklaring van [medeverdachte 2] elkaar over en weer versterken waar het betreft de wetenschap van de overval en de betrokkenheid van [medeverdachte 1] en van de verdachte daarbij. Verder hecht het hof waarde aan het feit dat [medeverdachte 2] deze verklaring in een (heel) vroeg stadium van het onderzoek heeft afgelegd. Hij had op dat moment het dossier nog niet gelezen en zat nog in beperkingen. De verklaring bevat details die later in het onderzoek zijn bevestigd. Hij verklaarde bijvoorbeeld dat de informatie over de te overvallen woning afkomstig was van een derde persoon, die dicht bij de slachtoffers stond en zich onrechtvaardig door hen behandeld voelde. Dit komt overeen met de verklaring van verdachte dat hij informatie over zijn ex-schoonouders en hun bezittingen heeft gedeeld met [medeverdachte 1] . Een ander voorbeeld is dat [medeverdachte 1] hem vertelde dat het moeilijk was om in de woning binnen te komen en dat [medeverdachte 1] er zelf was wezen kijken, iets wat [medeverdachte 1] in hoger beroep uiteindelijk heeft bevestigd. Van belang acht het hof verder dat [medeverdachte 2] verklaarde dat [medeverdachte 1] de bij de overval buitgemaakte schilderijen bewaarde in een Citybox. Nadat de politie hem vroeg of dat toevallig Shurgard was, bevestigde hij dat en gaf hij nadere details over de locatie en de grootte van deze box. Deze nadere gegevens bleken overeen te komen met de Shurgard-box die [medeverdachte 1] de dag na de overval had gehuurd en heeft bezocht. [medeverdachte 1] heeft in zijn verklaring niet gezegd dat hij [medeverdachte 2] deze box zou hebben laten zien of hem daarover zou hebben verteld. Dit alles maakt dat het hof de verklaring van [medeverdachte 2] over de rol van de verdachte en [medeverdachte 1] als betrouwbaar beoordeelt en de verklaring in zoverre bruikbaar acht voor het bewijs. Bewijsoverwegingen Voor het vaststellen van de rol van de verdachte – en die van de medeverdachten – in relatie tot de woningoverval op 18 februari 2014 is het volgende van belang. In het dossier bevinden zich afgeluisterde telefoongesprekken, OVC-gesprekken opgenomen in de auto van [medeverdachte 1] en OVC-gesprekken opgenomen tijdens bezoekmomenten van [medeverdachte 1] bij de verdachte in de gevangenis. Het hof kent aan deze gesprekken een grote bewijswaarde toe. Deze gesprekken vinden steun in meerdere verklaringen. Alle gesprekken, verklaringen en onderzoeksbevindingen die bijdragen aan de conclusie van het hof dat de verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] bij de overval betrokken zijn geweest, zijn opgenomen in de bewijsmiddelen die als bijlage bij dit arrest zijn gevoegd of als zodanig benoemd in deze bewijsoverweging. - de interpretatie van de tap- en OVC-gesprekken Het hof wijst in het bijzonder op de volgende gesprekken en zijn interpretatie daarvan. - Een (niet voor het bewijs gebruikt) OVC-gesprek tussen [medeverdachte 1] en de verdachte in de PI Almere op 10 mei 2014. In dit gesprek praten [medeverdachte 1] en de verdachte onder andere over het verkopen van glaswerk van [naam] via internet waarbij de opbrengst ‘fifty/fifty’ wordt verdeeld. Het ophalen zou moeten plaatsvinden op 17 mei 2014. De verdachte heeft hierover ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard, dat er spullen van hem in Wijdenes lagen en daar weg moesten omdat de woning verkocht werd, dat hij wist dat [medeverdachte 1] geld nodig had, [medeverdachte 1] een deel van de opbrengst zou krijgen en hij [medeverdachte 1] zodoende een dienst bewees. Het hof acht het aannemelijk dat het hier ging over het verkopen door [medeverdachte 1] van legale goederen van de verdachte, waaronder ook schilderijen, en dat [medeverdachte 1] een deel van de opbrengst zou krijgen. Ook andere gesprekken bevestigen dit beeld. - Een telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 16 mei 2014 (bewijsmiddel 18). Dit gesprek – dat gezien de hierna te bespreken gesprekken van 27, 28 en 29 mei 2014 niet anders kan worden begrepen dan betrekking hebbend op een financieel probleem tussen enerzijds [medeverdachte 1] en anderzijds [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] naar aanleiding van de woningoverval – houdt het volgende in. [medeverdachte 2] zegt tegen [medeverdachte 1] dat er morgen (het hof begrijpt: 17 mei 2014) gepraat moet worden, want ‘ze’ hebben nog vragen en willen niet alleen [medeverdachte 2] kunnen benaderen maar ook [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] ziet dit niet echt zitten omdat hij nog niets kan bieden, “geen ijs met handen kan breken”. [medeverdachte 1] zegt dat hij er alles aan probeert te doen maar dat het nog niet goed lukt. Maar dat hij nu iets heeft waardoor geld gaat binnenkomen, namelijk door het verkopen van spullen. [medeverdachte 1] geeft in het gesprek aan de spullen snel te verkopen en dan “die kankermongolen” te betalen zodat ze er dan vanaf zijn. [medeverdachte 1] zegt dat dat dan wel sowieso niet datgene is wat hun in hun hoofd hebben. [medeverdachte 2] beaamt dit maar zegt dat het hen wel even duidelijk gemaakt moet worden. Vervolgens wordt gesproken over het verkopen van de spullen; naar het hof begrijpt (gezien het gesprek van 10 mei 2014 tussen de verdachte en [medeverdachte 1] ) gaat het dan over de (legale) goederen die [medeverdachte 1] voor de verdachte gaat verkopen. [medeverdachte 1] zegt dat hij het aan gaat bieden op internet en bij een soort veilinghuis en dat hij het adres krijgt van hem (het hof begrijpt: de verdachte) als hij op bezoek is. [medeverdachte 1] zegt in dit gesprek tegen [medeverdachte 2] over de verkoop van deze goederen: “Ik heb met die man gesproken, hij geeft me deze optie, want hij vond het ook wel kut, hij vond het ook wel erg weet je, omdat die zich ook moet indenken dat de dingen die hij zeg maar tegen mij heeft gezegd dat dat niet helemaal zo was, snap je, dus hij lost het voor zijn geval op deze manier op. Dat vind ik heel netjes van zijn kant vandaan. Het is niet zo van ja, ik kan nu niets doen en de ballen, begrijp je, dus die man helpt mij. Het wordt nu in gang gezet, eindelijk. Hij moet… die mensen moeten ook begrijpen dat hij binnen zit, weet je, dat je niet maar een twee drie stel op sprong dingen kan regelen en afspreken, begrijp je? Nu is dat eindelijk geregeld, zaterdag (het hof begrijpt: 17 mei 2014 (was een zaterdag)) gaat honderd procent door, die spullen halen en dan wordt het verkocht en dan krijgen ze gewoon ten eerste doekoe’s, dat we gewoon hopelijk de zomer door kunnen weet je.” Naar het oordeel van het hof wordt door [medeverdachte 1] in deze passage een direct verband gelegd tussen de verdachte en de (financiële) problemen die [medeverdachte 1] heeft gekregen met de betrokkenen bij de woningoverval. Het gezegde kan niet anders begrepen worden dan dat de verdachte het vervelend vond dat zijn informatie niet helemaal juist was geweest, dat hij dit goed wilde maken – wilde oplossen – door [medeverdachte 1] te laten delen in de opbrengst van de verkoop van zijn eigen goederen zodat [medeverdachte 1] ‘de kankermongolen’ kon betalen, althans alvast een deel. Dat de verdachte zich verantwoordelijk voelde voor het financiële conflict waarin [medeverdachte 1] verwikkeld was, is voorts een aanwijzing voor de onjuistheid van de verklaringen van de bij het conflict betrokkenen, dat hun conflict betrekking had op de wiethandel. De verdachte speelt in het alternatieve scenario dat in die verklaringen wordt gepresenteerd immers geen enkele rol. In het vervolg van het gesprek gaat het weer over het conflict met ‘hun’. [medeverdachte 2] zegt dat ‘hun’ nu ook zitten te splitsen. “Hun twee tegen ons twee”. Hij zegt in dat verband dat hij het heel anders ingeschat had. Dat hij bij de “sollicitaties” heel selectief bezig was en dat hij de minste hoofdpijn “van dit” verwachtte. [medeverdachte 2] zegt tegen [medeverdachte 1] dat om het netjes op te lossen, ze [medeverdachte 1] toch even aan de tand willen voelen. Ze voelen zich aan het lijntje gehouden en ze snappen gewoon niet dat [medeverdachte 1] in contact staat en niets kan ophoesten. Dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] degenen zijn die kennelijk geld willen zien en met wie ‘morgen’ is afgesproken, wordt bevestigd door een geobserveerde ontmoeting op 17 mei 2014 (de dag na dit gesprek) tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] . Het hof ziet in de opmerkingen van [medeverdachte 2] – met name in het woord ‘sollicitaties’ –, een aanwijzing dat hij kennelijk [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] heeft benaderd voor het plegen van de overval. Ook hier heeft het hof bezien of dit gesprek is te begrijpen in het scenario van een conflict over wiethandel, waarin [medeverdachte 2] zou hebben bemiddeld. Nu in de verklaringen daarover niet voorkomt dat [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] voor het verkopen van wiet zou hebben geworven, past ook dit gesprek niet in dit scenario. - een OVC-gesprek tussen de verdachte en [medeverdachte 1] van 24 mei 2014 (bewijsmiddel 24) en een sms-bericht van [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] (bewijsmiddel 25) In dit gesprek zegt [medeverdachte 1] dat hij nog schilderijen heeft. De verdachte vertelt hem dat hij een koper uit Italië heeft gevonden en dat deze koper er over zes weken kan zijn. Diezelfde dag stuurt [medeverdachte 1] [medeverdachte 3] een sms-bericht waarin hij zegt dat de spullen slecht gaan maar dat ‘de hogere hand’ ermee bezig is, en dat het binnen twee maanden geregeld moet zijn. Het hof is van oordeel dat context en inhoud van dit gesprek erop wijzen dat [medeverdachte 1] in het sms-bericht refereert aan zijn gesprek met de verdachte. [medeverdachte 1] lijkt [medeverdachte 3] hier mede te delen dat de verdachte, die door [medeverdachte 1] wordt aangeduid als ‘de hogere hand’, een koper heeft gevonden voor de gestolen voorwerpen – waaronder schilderijen – en dat het probleem binnenkort opgelost zal zijn. Dat het hier niet gaat over de legale kunst die [medeverdachte 1] bij [naam] had opgehaald, zoals de verdachte heeft verklaard, leidt het hof af uit het feit dat [medeverdachte 1] die kunst via internet en veilingen te koop heeft aangeboden. Dit kwam naar voren uit het hiervoor genoemde gesprek tussen [medeverdachte 1] en de verdachte van 10 mei 2014. - een OVC-gesprek van 27 mei 2014, sessie 12, vond plaats tussen [medeverdachte 1] en [veroordeelde] (bewijsmiddel 26). [medeverdachte 1] uit in dit gesprek zijn ongenoegen over het feit dat ‘die ander’ (het hof begrijpt: [medeverdachte 2] ) ‘twee sukkels’ (het hof begrijpt weer: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ) heeft aangebracht die nu het geld bij hem willen komen halen, alleen omdat er gezegd is dat er geld in de kluis lag. [medeverdachte 1] zegt dat er met die personen – door [medeverdachte 1] aangeduid als ‘die apen’ – niet te praten valt en dat zij alleen maar uit zijn op hun geld. [medeverdachte 1] zegt vervolgens dat hij alleen maar namens de tipgever praat en dat het dus geen zin heeft om verhaal op hem te komen halen. Het hof leidt uit de inhoud van dit gesprek, bezien in de context van de overige inhoud van de gevoerde OVC- gesprekken, af dat [medeverdachte 1] het in dit gesprek heeft over het financiële conflict dat hij heeft met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , dat verband houdt met de gepleegde overval. Het hof begrijpt daaruit voorts dat de verdachte de tipgever is waarover [medeverdachte 1] spreekt en dat de verdachte hem kennelijk verkeerd heeft geïnformeerd met betrekking tot de aanwezigheid van geld en de hoeveelheid daarvan in de kluis. Het laatste – dat de informatie niet geheel correct was – vindt bevestiging in het voormelde OVC-gesprek van 16 mei 2014 tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Ten slotte is van belang dat uit dit gesprek naar voren komt dat [medeverdachte 1] zei ‘namens’ de verdachte te spreken. Ook hierin ziet het hof een aanwijzing dat de verdachte nauw bij deze overval betrokken was en daarin een leidende rol had. Dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] afgingen op wat er in de kluis lag wijst voorts op hun betrokkenheid bij de overval. Het feit dat [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 2] ‘twee sukkels’ heeft aangebracht bevestigt de interpretatie van het hof dat [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] voor de overval heeft geworven. - een OVC-gesprek tussen [medeverdachte 1] en [veroordeelde] op 28 mei 2014, sessie 31, (bewijsmiddel 29). Het hof begrijpt uit dit gesprek dat de samenwerking tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] onder druk was komen te staan doordat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] moeilijk waren gaan doen. [veroordeelde] wijst [medeverdachte 1] er in dit verband op dat hij nog ‘kankermazzel’ had gehad dat het mannelijke slachtoffer tijdens de overval niet was overleden, waarop [medeverdachte 1] bevestigend reageert. Ook hier lijkt het door het directe verband dat in het gesprek werd gelegd tussen de problemen met [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] en de overval, volstrekt niet op dat die problemen iets te maken hadden met de wiethandel. - een OVC-gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 28 mei 2014, sessie 31, (bewijsmiddel 29). In dit gesprek zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 2] dat de koper er over 8 à 9 weken zal zijn. [medeverdachte 2] antwoordt hierop dat het tot die tijd ‘erg heet is bij mijn zus daarboven’. Het hof merkt op dat een groot deel van de gestolen voorwerpen, waaronder de schilderijen, is teruggevonden op de zolderverdieping behorende bij de woning van de zus van [medeverdachte 2] . Het hof interpreteert dit gesprek daarom als betrekking hebbend op het verkopen van de bij de overval buitgemaakte voorwerpen. [medeverdachte 1] lijkt ook hier te verwijzen naar hetgeen de verdachte hem op 24 mei 2014 heeft gezegd. Het hof vindt hierin een bevestiging van zijn conclusie uit dat OVC-gesprek. - Een OVC-gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 29 mei 2014, sessie 38 (bewijsmiddel 30) Het hof interpreteert dit gesprek als volgt. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] praten over het ophangen van het tasje aan de deur van de woning van de slachtoffers. [medeverdachte 1] heeft het idee dat [medeverdachte 2] hem daarover verwijten maakt, de zaak is daardoor immers kort geleden in ‘Opsporing Verzocht’ gekomen. [medeverdachte 1] zegt tegen [medeverdachte 2] dat dit (het hof begrijpt: het ophangen van het tasje) niet nodig was geweest als er minimaal “een pop of dertig in de kluis had gezeten” en “zevenentachtig ruggen aan sieraad”. [medeverdachte 1] zegt verder dat ‘we’ vanaf het begin af aan al hadden gezegd dat het om geld ging. Ook legt hij aan [medeverdachte 2] uit dat en waarom hij ervan uit was gegaan dat dit geldbedrag en dit bedrag aan sieraden zich in het huis zouden bevinden, maar dat het heeft tegengezeten en dat het te gelde maken van de schilderijen niet vlot verloopt. [medeverdachte 1] verwijst hierbij naar ‘die verhalen van [voornaam verdachte] ’: “die verhalen van [voornaam verdachte] wat ie mij tegen mij heeft gezegd, geld komen halen, daarop acteren. En hij had ook tegen mij gezegd er moet minimaal een rug of dertig minimaal .. ntv.. geld dat hij altijd in huis had. Dat is gewoon vast, dat zei ie tegen mij. Dus je gaat al van dertig ruggen uit. Nou, dan ga je van tachtig ruggen aan sieraden uit. Dat is dan alleen al zogenaamde ringen, zestig, zeventig ruggen waard moet zijn. Nou goed ntv die ntv Schilderijen zijn van later orde.. ntv.. een paar maanden gaan duren, maar omdat het allemaal tegen heb gezeten en niet loopt, je hebt met derde en vierde partijen te maken, dat alles snel snel snel moet. Dan.. in principe ..ntv.. ook al sta je er zelf wel achter en hou je in je achterhoofd vannehh...dat hij ook had voorgegeven vannehh... weet je waarschijnlijk kopen ze het wel terug zulk mensen zijn het wel ..ntv.. emotionele waarde. Weet je, met die gedachte was dat een drijfveer. Op die drijfveer ga je verder.” Gezien de context moet [medeverdachte 1] met ‘het huis’ gedoeld hebben op de woning van de [slachtoffers] . Het hof merkt op dat dit onderdeel van het gesprek nauwelijks anders begrepen kan worden dan dat [medeverdachte 1] , maar ook [medeverdachte 2] , vooraf van de overval op de hoogte was en daarbij nauw betrokken was. Het past in ieder geval niet bij de verklaring van [medeverdachte 2] ter terechtzitting in eerste aanleg dat hij niets van de overval heeft geweten en pas een tijdje daarna betrokken is geraakt bij het onderbrengen van de buitgemaakte spullen. Ook kan uit dit gesprek begrepen worden dat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] heeft gezegd dat [voornaam verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) hem, [medeverdachte 1] , had verteld wat er allemaal in het huis lag en ook had aangegeven dat de slachtoffers de goederen waarschijnlijk wel zouden terugkopen. Uit de rest van het gesprek blijkt verder met zoveel woorden dat [medeverdachte 1] op allerlei manieren probeerde de bij de overval gestolen schilderijen te gelde te maken. [medeverdachte 1] heeft in hoger beroep ook niet (langer) ontkend dat dit het onderwerp van gesprek was. De interpretatie van dit deel van het gesprek is dan ook duidelijk. Ook een ander deel van het gesprek interpreteert het hof als betrekking hebbend op de woningoverval. In dat deel van het gesprek bespreken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hoe het komt dat de overval op ‘Opsporing Verzocht’ is geweest. [medeverdachte 1] vermoedt dat iemand ‘blij heeft lopen doen’, en overdenkt hardop de kans dat iemand hem heeft doorgegeven of iets heeft doorgebeld (naar het hof begrijpt: aan de politie). [medeverdachte 2] zegt in dit kader dat ‘deze twee jongens’ (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ) het nog niet eens aan hun schaduw hadden verteld. [medeverdachte 1] zegt dat hij het alleen thuis en aan zijn vader heeft verteld. [medeverdachte 1] zegt verder wie er allemaal nog meer op de hoogte kunnen zijn. Ook dit gesprek past niet in de verklaring van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] dat de gesprekken over wiethandel zouden gaan. Als het echt over wiet zou gaan, is de context van dit gesprek onverklaarbaar. Het hof is dan ook van oordeel dat de inhoud en de context van dit gesprek erop wijzen dat met ‘het’ wat al dan niet is verteld, wordt gedoeld op het plegen van de overval. In dit gesprek zegt [medeverdachte 1] voorts tegen [medeverdachte 2] dat [voornaam verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) hem heeft verteld dat er binnen zeven tot acht weken iemand vanuit Italië hier naartoe komt en dat die man alles meeneemt en [medeverdachte 1] zegt dat hij in principe geen stress meer heeft omdat hij weet dat alles over twee maanden weg zal zijn. Ook dit gesprek interpreteert het hof als betrekking hebbend op de gestolen schilderijen. Het hof ziet dit gesprek derhalve als een verdere bevestiging van voornoemde conclusie uit het OVC-gesprek van 24 mei 2014. De bewijswaarde van de tap- en OVC-gesprekken Het hof heeft hiervoor uitgelegd dat voorzichtigheid geboden is bij de interpretatie van afgeluisterde gesprekken en het trekken van conclusies daaruit. Dat neemt echter niet weg dat de inhoud van de onderhavige gesprekken al een belangrijke aanwijzing oplevert voor de betrokkenheid van de verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] bij de overval. Ten eerste is het hof van oordeel dat op grond van die inhoud genoegzaam kan worden vastgesteld dat de OVC-gesprekken die [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] en [veroordeelde] (en een enkele keer ook met zijn vriendin [betrokkene] ) voerde gingen over de overval en de nasleep daarvan. Uit de hiervoor weergegeven overwegingen blijkt immers dat bijna onverbloemd over de overval en de nasleep daarvan is gesproken en dat de gesprekken daarover in verband met elkaar staan. Ook werd, zij het niet direct en zonder naam en toenaam, besproken wie bij die overval betrokken waren. Voorts is het hof van oordeel dat ervan kan worden uitgegaan dat [medeverdachte 1] in die gesprekken de waarheid sprak. Het hof heeft de mogelijkheid onder ogen gezien dat [medeverdachte 1] in de gesprekken aan de verdachte een grotere rol heeft toegedicht dan deze in werkelijkheid heeft gehad, bijvoorbeeld met het doel zich achter hem te kunnen verschuilen en zo de verantwoordelijkheid voor het uitblijven van betalingen aan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] af te schuiven. Het dossier bevat daarvoor echter geen aanwijzingen. Het tegendeel is het geval. Het feit dat [medeverdachte 1] niet alleen in gesprekken met [medeverdachte 2] , maar ook in gesprekken met [betrokkene] , zijn toenmalige vriendin, en met [veroordeelde] , met wie hij allebei geen financieel conflict had, de verdachte in verband bracht met de overval en/of de gestolen voorwerpen, wijst erop dat dit werkelijk zo was. Van belang is ook dat [medeverdachte 1] zich er niet van bewust was dat hij in zijn auto werd afgeluisterd en in die zin vrijuit sprak; ook ten aanzien van zijn telefoon lijkt de gedachte dat hij kon worden afgeluisterd pas rond 29 mei 2014 te ontstaan. Het hof kent die gesprekken dan ook grote bewijswaarde toe. De rol van de verdachte Het hof zal nu nagaan of er bevestiging gevonden kan worden voor deze sterke aanwijzingen voor de betrokkenheid van de verdachte bij de overval. Het hof vindt die bevestiging ten eerste in de verklaring van [medeverdachte 2] van 18 juni 2014. Deze houdt in dat [medeverdachte 1] hem benaderde voor een klus in Amstelveen. Het zou daarbij moeten gaan om een overval, omdat inbreken niet mogelijk was gebleken. Volgens [medeverdachte 2] vertelde [medeverdachte 1] hem dat hij informatie kreeg van een derde persoon die op de hoogte was van de dagelijkse bezigheden van de slachtoffers en die dicht bij de slachtoffers stond wat betreft de relatie. Deze persoon heeft – zo verklaarde [medeverdachte 2] – er op een gegeven moment bij [medeverdachte 1] op aangedrongen dat de overval nu echt moest gaan plaatsvinden. [medeverdachte 1] had contact met deze persoon. [medeverdachte 2] zegt bij deze persoon nooit op bezoek te zijn geweest, “anders had ik wel op de bezoekerslijst gestaan”; het hof begrijpt hieruit dat de derde persoon gedetineerd zat. In combinatie met de overige uitspraken over de derde persoon, concludeert het hof dat met deze persoon de verdachte wordt bedoeld. Het hof vindt voorts bevestiging van de betrokkenheid van de verdachte bij de overval in de verklaring van [getuige 1] , een ex-medegedetineerde van de verdachte. [getuige 1] heeft op 5 juni 2014 aan de politie verklaard dat de verdachte hem in de penitentiaire inrichting heeft verteld dat de woningoverval op zijn initiatief was gepleegd. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van deze verklaring hecht het hof waarde aan het feit dat [getuige 1] niets met de onderhavige zaak te maken heeft en geen kenbaar eigen belang of ander motief heeft voor het afleggen van deze voor de verdachte belastende verklaring. Voorts kent het hof gewicht toe aan het feit dat hij zijn verklaring aflegde voordat er in het onderzoek aanhoudingen waren verricht. [getuige 1] kan dus geen enkele kennis van het dossier hebben gehad op het moment dat hij zijn verklaring aflegde. Evenmin is gebleken dat hij contacten had met andere betrokkenen in deze zaak dan de verdachte. Zijn verklaring bevat details die later in het onderzoek zijn bevestigd. [getuige 1] verklaarde bijvoorbeeld dat de verdachte hem vertelde dat zijn schoonouders na de zelfmoord van zijn vrouw [naam] meer spullen hadden gekregen dan hij, dat hij eigenlijk wilde dat het een inbraak zou worden maar dat dit niet kon, zodat het maar een overval moest worden en dat een Utrechtse jongen, die hem opzocht in de PI Almere en met wie hij in het verleden gedetineerd heeft gezeten in de Bijlmer, betrokken was bij de overval. Dit komt geheel overeen met de verklaring van [medeverdachte 2] , met de afgeluisterde gesprekken zoals hierboven weergegeven en op onderdelen met wat [medeverdachte 1] en de verdachte zelf hebben verklaard. [medeverdachte 1] is een ‘Utrechtse jongen’. Het hof acht de verklaring van [getuige 1] voldoende betrouwbaar om voor het bewijs te gebruiken. Dat de verklaring van [getuige 1] op een aantal onderdelen geen bevestiging vindt in het dossier maakt dit oordeel niet anders. Dat de verdediging niet in de gelegenheid is geweest [getuige 1] (effectief) te ondervragen staat aan het gebruik van diens belastende verklaring voor het bewijs overigens niet in de weg, nu die verklaring zoals hiervoor is overwogen voldoende verankering vindt in de verklaring van [medeverdachte 2] en in de overige gebezigde bewijsmiddelen en niet van doorslaggevend belang is voor het oordeel van het hof dat tot bewezenverklaring kan worden gekomen. Het hof gaat er op grond van al het voorgaande en op grond van de bewijsmiddelen van uit dat de verdachte de initiatiefnemer van de overval is geweest, dat hij de plannen voor de overval samen met [medeverdachte 1] heeft gemaakt, en daarbij belangrijke informatie over de woning, de buit en de bewoners met hem heeft gedeeld. De verdachte heeft op enig moment [medeverdachte 1] erop gewezen dat de overval daadwerkelijk moest gaan plaatsvinden en dat daarmee niet langer gewacht kon worden. De verdachte heeft zich blijkens de inhoud van de OVC-gesprekken nadien actief bemoeid met het vinden van een koper voor de gestolen (kunst)voorwerpen en [medeverdachte 1] geholpen met het oplossen van een financieel conflict met de uitvoerders van de overval door het voor [medeverdachte 1] mogelijk te maken geld te verdienen aan de verkoop van zijn, verdachtes’, spullen. Het hof komt tot de conclusie dat ten aanzien van de verdachte bewezen is de hem ten laste gelegde woningoverval gepleegd door twee of meer verenigde personen. Hoewel hij zelf geen van de uitvoeringshandelingen heeft verricht, heeft hij daarbij een intellectuele en materiële rol van zodanig gewicht gespeeld, dat zijn rol (veel) groter is dan die van een medeplichtige. Hij heeft met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] deel uitgemaakt van een doelgerichte dadergroep. Dat hij daarbij gedetineerd was doet daaraan niet af. Het hof merkt de verdachte dan ook aan als mededader van de overval. De gevoerde verweren van de verdediging worden verworpen. - De rol van de medeverdachten Het hof zal nu nagaan of er bevestiging gevonden kan worden voor de sterke aanwijzingen in de telefoon- en OVC-gesprekken voor de betrokkenheid van de overige verdachten bij de overval. Ten aanzien van [medeverdachte 1] Het hof merkt hierover ten eerste op dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] het bestaan van een financieel conflict tussen [medeverdachte 1] enerzijds, en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] anderzijds, hebben bevestigd. Het hof wijst verder op de eerder besproken verklaring van [medeverdachte 2] van 18 juni 2014 dat [medeverdachte 1] hem benaderde voor het plegen van de overval op de woning in Amstelveen. Zoals hiervoor is overwogen acht het hof deze verklaring over de rol van [medeverdachte 1] en de verdachte betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Ook de verklaring van [getuige 1] is belastend voor [medeverdachte 1] . Daarnaast hecht het hof bewijswaarde aan de vaststelling dat [medeverdachte 1] de Shurgard-box een dag na de overval heeft gehuurd en heeft bezocht. Het hof gaat er mede op grond daarvan van uit dat [medeverdachte 1] (een deel van) de buit van de overval al zeer kort na de overval zelf in handen heeft gekregen. Ook wijst het hof op hetgeen in de bewijsmiddelen is opgenomen omtrent de betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij de verschillende pogingen de buit van de overval te gelde te maken. [medeverdachte 1] had ‘gouden bergen’ beloofd, aldus [medeverdachte 2] . Het hof vindt ten slotte bevestiging van de betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij de overval in het aantreffen van DNA-sporen op bij de overval gebruikt tape waaruit blijkt van de betrokkenheid van [medeverdachte 3] als pleger van de overval. Het feit dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] onder druk zetten om hem te betalen en dat de betaling uit de opbrengst van de gestolen schilderijen zou moeten komen, bevestigt de hiervoor genoemde sterke aanwijzingen. Het hof gaat er op grond van al het voorgaande en op grond van de bewijsmiddelen vanuit dat [medeverdachte 1] de plannen voor de overval (mede) heeft gemaakt, dat hij (middellijk of onmiddellijk) nauw en bewust heeft samengewerkt met de verdachte, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , en dat hij zeer kort na de overval (een deel van) de buit voorhanden heeft gekregen en heeft ondergebracht in de Shurgard-box. Ook heeft hij getracht de buitgemaakte schilderijen te verkopen. Hij was ook degene die de overvallers uit die opbrengst het hen toekomende aandeel diende te betalen. Ook zelf zou hij delen in de buit. Hij heeft met de verdachte, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] deel uitgemaakt van een doelgerichte dadergroep. Het hof is van oordeel dat ook hij een rol van dusdanig intellectueel en materieel gewicht heeft gespeeld dat hij als mededader van de overval moet worden aangemerkt. Ten aanzien van [medeverdachte 2] Ten aanzien van [medeverdachte 2] vindt het hof bevestiging voor de sterke aanwijzingen die deze en andere OVC-gesprekken opleveren in de verklaring van [medeverdachte 2] zelf, inhoudend dat [medeverdachte 1] hem had gevraagd die overval te plegen en had verteld over welke – waardevolle – spullen het zou gaan. Het acht de verklaring van [medeverdachte 2] , dat hij – nadat hij had geweigerd de overval zelf uit te voeren – wel voortdurend op de hoogte is gehouden van de gebeurtenissen rond de overval, maar [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] niet voor het plegen van de overval heeft benaderd, ongeloofwaardig. De verklaring van [medeverdachte 2] dat [medeverdachte 1] zelf mensen (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ) had gevonden die de overval wilde plegen, staat haaks op bovenvermelde OVC-gesprekken en het kennelijke directe contact tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zoals dit uit de verschillende gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kan worden afgeleid. Daarbij weegt mee dat er geen aan de overval voorafgaand contact is gebleken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , terwijl uit de verklaring van de zus van [medeverdachte 2] (dossierpagina 628) blijkt dat [medeverdachte 4] een vriend is van haar broer en dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] neven van elkaar zijn. Het hof concludeert op grond van de bewijsmiddelen dat [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] heeft aangebracht met het oog op de te plegen woningoverval in Amstelveen en dat [medeverdachte 2] van dit doel op de hoogte was gezien zijn informatie van [medeverdachte 1] . Het hof leidt voorts uit de OVC-gesprekken af dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de onderhavige zaak steeds hebben samengewerkt. Het verwijst naar het telefoongesprek van 16 mei 2014, waarin [medeverdachte 2] tegen [medeverdachte 1] zei dat hij er spijt van had omdat het allemaal niet loont, en het gesprek van 29 mei 2014 waarin [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 2] zei dat ze ( [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) alles wat ze hadden gedaan hadden overlegd, er samen achterstonden, en dat ze vanaf het begin af aan hadden gezegd dat het om geld ging. [medeverdachte 2] is ook nauw betrokken geweest bij de verwikkelingen na de overval. [medeverdachte 2] heeft bij zijn zus een groot gedeelte van de buitgemaakte goederen ondergebracht, is betrokken geweest – nadat bleek dat de goederen niet snel te gelde konden worden gemaakt – bij de financiële perikelen tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] en was betrokken bij de poging tot witwassen van een gedeelte van de buit door het proberen die buit terug te verkopen aan de slachtoffers. Hij zou ook meedelen in de opbrengst daarvan. Het hof acht deze nauwe betrokkenheid nadat het feit had plaatsgevonden mede redengevend voor de bewijsvoering, nu hieruit blijkt van de aard en de intensiteit van de samenwerking tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] enerzijds en die tussen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] anderzijds, van welke samenwerking ook voorafgaand aan het feit sprake was. Nu [medeverdachte 2] in alle fasen van de overval en bij de nasleep daarvan betrokken is geweest, is naar het oordeel van het hof sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hem en de medeverdachten zodat hij als mededader van de woningoverval kan worden aangemerkt. Hij had daarbij, samen met [medeverdachte 1] , een organiserende rol en deze is van aanzienlijk intellectueel en materieel gewicht geweest. Hij heeft met [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] deel uitgemaakt van een doelgerichte dadergroep. Ten aanzien van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] Het hof acht bewezen dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] degenen zijn geweest die op 18 februari 2014 de woningoverval feitelijk hebben uitgevoerd. Het hof overweegt hierover het volgende. De OVC-gesprekken, zowel op zichzelf als in onderling verband beschouwd, leveren sterke aanwijzingen op dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] een financieel conflict hadden met [medeverdachte 1] , dat zag op de afwikkeling van het te gelde maken van de buit van de woningoverval op de [slachtoffers] . Het hof interpreteert deze gesprekken in die zin, dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] aanspraak maakten op een deel van de opbrengst ter vergoeding voor hun aandeel in de overval, te weten de feitelijke uitvoering daarvan. Het hof begrijpt dit laatste in het bijzonder uit de opmerkingen van [medeverdachte 2] , dat hij – tegen de achtergrond van het financiële conflict – bij ‘de sollicitaties’ selectief is geweest en – na de uitzending van ‘Opsporing Verzocht’ over de overval – dat ‘de jongens het nog niet eens aan hun eigen schaduw hebben verteld’. Het hof hecht in dit verband verder belang aan het voornoemde gesprek van 27 mei 2014 over ‘de twee sukkels’. De betrokkenheid van [medeverdachte 3] vindt verder zeer zwaarwegende bevestiging in het aantreffen van zijn DNA op een stuk tape waarmee een van de slachtoffers is vastgebonden, het aantreffen van een rol tape bij [medeverdachte 3] thuis, waarop DNA van het slachtoffer [slachtoffer 2] is aangetroffen en het feit dat uit souche-onderzoek is gebleken dat de rand van één van de stukken tape op de vloer van de slaapkamer van de woning van de heer en [slachtoffer 1] past op het uiteinde van het tape op de rol die bij [medeverdachte 3] thuis is gevonden. Bevestiging voor de betrokkenheid van zowel [medeverdachte 4] als [medeverdachte 3] vindt het hof verder in de verklaring van [veroordeelde] , inhoudend dat [medeverdachte 1] hem heeft verteld dat de twee vrienden van [medeverdachte 2] de overval hadden gepleegd. Naar het oordeel van het hof kan het niet anders dan dat hij daarmee [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] bedoelde; van andere vrienden van [medeverdachte 2] is in de contacten en gesprekken niet gebleken. De betrokkenheid van zowel [medeverdachte 4] als [medeverdachte 3] vindt voorts bevestiging in de observatie van een ontmoeting tussen [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 17 mei 2014, waarbij – zoals door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] is bevestigd – [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] een geldbedrag overhandigde. Het hof acht ten slotte van belang dat [medeverdachte 4] voor de reden van het financiële conflict geen aannemelijke verklaring heeft gegeven. Zoals uit de overwegingen van het hof omtrent de OVC-gesprekken al naar voren komt, acht het hof de verklaring dat een en ander te maken had met een verkoop van wiet, onaannemelijk. Het hof onderkent dat ten aanzien van [medeverdachte 4] geen sprake is van rechtstreeks bewijs. Het acht de conclusie dat hij de vijfde dader is geweest gelet op het voorgaande en hetgeen overigens uit de bewijsmiddelen naar voren komt echter onontkoombaar, terwijl de verklaring die hij omtrent het financiële conflict met [medeverdachte 1] heeft afgelegd op meerdere gronden ongeloofwaardig is. Ten eerste is deze niet te verenigen met hetgeen in de OVC-gesprekken over hem is gezegd. Voorts is deze verklaring niet onderbouwd en niet verifieerbaar. Ten slotte is deze verklaring onhoudbaar, omdat [medeverdachte 4] hierin zijn rol verbonden heeft aan die van [medeverdachte 3] , door te stellen dat zij deze wietdeal samen met [medeverdachte 1] hadden gesloten en samen [medeverdachte 1] onder druk zetten om voor de wiet te betalen. Nu het DNA van [medeverdachte 3] zo’n krachtig bewijs vormt dat [medeverdachte 3] één van de twee overvallers was, ondergraaft dit gegeven tevens de geloofwaardigheid van de verklaring van [medeverdachte 4] . Voor [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] geldt dat zij als uitvoerders van de overval eveneens als medeplegers dienen te worden aangemerkt en dat de hen ten laste gelegde woningoverval gepleegd door twee of meer verenigde personen kan worden bewezen. 4.3. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. primair hij op 18 februari 2014 te Amstelveen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen: - een aantal foto's en - een familieboek en - een mobiele telefoon (Samsung Galaxy Note II) en - een bankpas van ING en - een kentekenbewijs deel II behorende bij een Suzuki Splash en - een paspoort op naam gesteld van [slachtoffer 1] en een paspoort op naam gesteld van [slachtoffer 2] en - een hoeveelheid sieraden en - een schoudertas en - geldkistjes met daarin gulden munten en - een Orde van Oranje Nassau op naam van [slachtoffer 2] en - een consoleklok in boulle-stijl en - een schilderij van Matthijs Schoevaerdts (Spaans landschap met kerk) en - schilderijen van Frans van Severdonck (Dieren in landschappen) en - een schilderij van Arnold Marc Gorter (Bebost landschap) en - een schilderij van Isaac Israels (Bois de Boulogne) en - een schilderij van L. Barberini (Zuid-Europese marktscene) en - een schilderij van J. Bosboom (Kerkinterieur met figuren) en - een beeld van gekleurd glas (gemaakt door [dochter van slachtoffers] ) en - een collectie judaïca zilver (ter waarde van 150.000 euro) en - een cameoglazen vaasje van Emile Galle en - een Hollandse geelkoperen Chanoeka lamp en - een schildpad parelmoer en een zilveren besnijdenisdoos en - een zilveren filigrein bruidskistje en - een rococo bronzen Menora en - een stel zilveren tafelkandelaars (middelhoog model) en - zilveren bekertjes en schaaltjes en - een collectie van 11 grote stuks zilveren speelgoed en - een collectie van 26 kleine stuks zilveren speelgoed en - grote zilveren sauskommen (met elk twee oren) en - antieke zilveren breipenhouders en - een zilveren lepeldoos (met oud-Hollands reliëfdecor) en - een zilveren antiek gegraveerde Chanoeka reiskandelaar en - een 3-delig achtkantig peper- en zout-mosterdstelletje met blauwglazen binnenbakjes en - een zilveren Hollands pepermuntdoosje en - een Hollands Empire kristallen mosterdpot en - zilveren speelgoed (te weten een kruiwagentje van G. Haspel te Antwerpen) en - zilveren vaasvormige tafelstrooiers en - een zilveren baluster tafelstrooier (met greep) en - een zilveren gecontourneerd ovalen bonbonschaaltje en - een zilveren achtkantige trommel (neo barokstijl met reliëfdecor van figuren) en - een zilveren schuitvormig dienblad (Louis XVI stijl) en - een zilveren bonbonmandje (Louis XVI stijl) en - zilveren tafelkandelaars en - zilveren gecontourneerde baluster tafelkandelaars en - 7 zilveren en pleet bekers (enkele met Hebreeuwse teksten) en - zilveren tafelkandelaars (laag model) en - een 5-delig Rouaan aardewerk polychroom kaststel en - een personenauto (Suzuki Splash [kenteken] , toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden dat een of meer van zijn mededaders die [slachtoffer 1] - van achteren bij haar nek hebben beetgepakt en - een arm om haar nek hebben gelegd en - een hand op haar mond hebben gedrukt en - haar de woning in hebben gesleurd en - de trap op hebben gesleurd en - hebben gezegd dat ze op haar knieën moest gaan zitten en "werk nou maar mee, anders doen we je man wat aan" en - haar polsen en enkels en bovenlichaam met tape hebben vastgebonden en - hebben gevraagd of ze een kluis had en - op haar knieën naar de kluis hebben getrokken en - hebben gezegd dat als het niet lukte met de code ze haar man verrot zouden slaan en die [slachtoffer 2] - hebben vastgepakt en - zijn polsen en enkels met tape hebben vastgebonden en - een sprei over zijn hoofd hebben gedaan en - hebben gezegd: "doe jij nou maar rustig anders doen wij jouw vrouw wat aan". Hetgeen onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4.4. Bewijsmiddelen Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze zijn opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van dit arrest. 5Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op: diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. 6Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. 7Oplegging van straf en maatregel De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 subsidiair en onder 2 meer subsidiair bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft voorts de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] toegewezen en de schadevergoedingsmaatregel toegepast. De rechtbank heeft verzuimd te beslissen op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf] Tegen voormeld vonnis is door de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair en onder 2 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaren, met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zullen worden toegewezen onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en dat de benadeelde partij [bedrijf] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een laffe en gewelddadige woningoverval op zijn ex-schoonouders, een (hoog)bejaard echtpaar. Het vrouwelijke slachtoffer is door een twee gemaskerde mannen opgewacht voor de ingang van haar woning en vervolgens met geweld naar de slaapkamer gesleurd. Daar zijn zij en haar man vastgebonden met duct tape. Het vrouwelijke slachtoffer is vervolgens op haar knieën naar de kamer waar de kluis zich bevond getrokken. Daar heeft zij, onder bedreiging dat haar man iets zou worden aangedaan, de kluis geopend. Ook het mannelijke slachtoffer is door de overvallers bedreigd. Hij heeft door het vastbinden bovendien letsel aan zijn armen opgelopen. De daders hebben beide slachtoffers vastgebonden achtergelaten in de woning en aan hun lot overgelaten. De slachtoffers zijn ernstig geschaad in hun gevoel van veiligheid. De woning is een plaats waar men zich bij uitstek veilig zou moeten voelen. Het is bekend dat de negatieve psychische gevolgen van dergelijke gewelddadige feiten voor de slachtoffers nog lang kunnen aanhouden. Daarnaast zorgt dit soort feiten voor maatschappelijke onrust en versterken zij reeds bestaande gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Dat de slachtoffers de gebeurtenissen als zeer angstaanjagend en traumatiserend hebben ervaren, blijkt mede en indringend uit hun slachtofferverklaringen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte een initiërende rol heeft gespeeld in de overval en dat hij zijn mededader(
- s)van essentiële informatie heeft voorzien voor het plegen ervan. Uit de bewijsmiddelen volgt tevens dat de verdachte nauw betrokken is geweest bij het te gelde maken van een deel van de buit en bij het aanboren van financiële middelen om de uitvoerders van de overval te betalen. Het hof neemt het de verdachte zeer kwalijk dat hij zijn ex-schoonouders heeft blootgesteld aan een dergelijke ingrijpende en gevaarlijke gebeurtenis, terwijl hij wist van hun hoge leeftijd en van de slechte gezondheid van zijn ex-schoonvader en van hun verminderde mentale weerbaarheid na het overlijden van hun dochter. Het hof vindt de wijze waarop de verdachte misbruik heeft gemaakt van zijn familieband met de slachtoffers en zijn daaruit voortvloeiende kennis omtrent hun bezittingen schokkend. De verdachte is nietsontziend te werk gegaan en heeft zich kennelijk vooral laten leiden door wraakgevoelens en zijn zucht naar financieel gewin. Het hof heeft bij het bepalen van de straf voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 13 september 2016, waaruit volgt dat de verdachte bij arrest van dit gerechtshof van 17 augustus 2015 onder meer voor het medeplegen van voorbereiding van moord, brandstichting en witwassen is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 jaar, zodat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, hetgeen het hof in dit geval in strafmatigende zin laat meewegen. Het hof heeft bij het bepalen van de strafmaat meegewogen dat de mededaders van de verdachte bij het plegen van de overval meer dan licht geweld hebben toegepast, dat de slachtoffers gezien hun hoge leeftijd als kwetsbaar moeten worden aangemerkt en dat de kunstvoorwerpen die bij deze overval werden buitgemaakt een hoge waarde vertegenwoordigden. Het hof acht, alles afwegende, in beginsel een gevangenisstraf van vijf jaar passend en geboden, maar zal gelet op artikel 63 Sr de op leggen gevangenisstraf met een jaar verlagen 8De benadeelde partijen 8.1. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze. 8.2. De vordering van de benadeelde partij (wijlen) [slachtoffer 2] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De voeging duurt derhalve op de voet van artikel 421, tweede lid, Sv van rechtswege voort. Het hof heeft ingevolge artikel 361, vierde lid, Sv op de vordering te beslissen. De omstandigheid dat de benadeelde partij is overleden, maakt dit niet anders. Diens overlijden staat evenmin aan toewijzing van de vordering en aan de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel in de weg, ook niet indien zij strekt tot vergoeding van immateriële schade (ECLI:NL: HR:2010: BL9105). Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze. 8.3. De vordering van de benadeelde partij [bedrijf] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 124.104,38. De rechtbank heeft verzuimd om in het vonnis op de vordering te beslissen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd tot een bedrag van € 9.933,-. Blijkens de wetsgeschiedenis van artikel 51f Sv is een verzekeringsmaatschappij die schade aan het slachtoffer heeft vergoed en daarmee ingevolge artikel 7:962 BW in al diens rechten ter zake van die schade is gesubrogeerd, niet bevoegd zich als benadeelde partij te voegen in het strafgeding. Het hof zal de benadeelde partij gelet hierop niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De benadeelde partij kan haar vordering slechts bij de civiele rechter aanbrengen. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. 10BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, 2 subsidiair, 2 meer subsidiair en 2 meest subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 6.000,00 (zesduizend euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 6.000,00 (zesduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 65 (vijfenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft. Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer. Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 6.000,00 (zesduizend euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] , ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 6.000,00 (zesduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 65 (vijfenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft. Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer. Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat. Vordering van de benadeelde partij [bedrijf] Verklaart de benadeelde partij [bedrijf] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. A.E.M. Röttgering en mr. M. Gonggrijp - van Mourik, in tegenwoordigheid van mr. J.K.D. Bakker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 oktober 2016. De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. BIJLAGE BEWIJSMIDDELEN ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde: 1. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2014043228-3 van 19 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam verbalisant] en [naam verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 1-2). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijke weergegeven, als de op 19 februari 2014 ter plaatste tegenover de verbalisanten afgelegde verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en als overige bevindingen van de verbalisanten: Op dinsdag 19 februari 2014, omstreeks 00.45 uur, kwamen wij verbalisanten ter plaatse op het adres [adres] te Amstelveen. Wij zagen dat er een vrouw de deur voor ons open deed. Later bleek deze vrouw te zijn genaamd [slachtoffer 1] . Zij gaf aan dat haar man en zij slachtoffer zijn van een woningoverval die zojuist had plaatsgevonden. Zij droeg een jas waaraan resten grijze tape hingen. De man gaf op te zijn: [slachtoffer 2] . Wij hoorden [slachtoffer 1] aan ons verklaren: “Wij zijn net overvallen door gemaskerde mannen. Ik ben rond 23.15 uur (het hof begrijpt: op 18 februari 2014) uur thuisgekomen met de auto en naar het huis gelopen. Ik werd toen vastgepakt en moest met deze twee mannen mee mijn woning in. Mijn man was al boven. Hij lag al denk ik te slapen. Ze zijn naar binnen gegaan terwijl ze mij vasthadden. Ik moest met ze naar boven. Ze schreeuwden tegen mij dat ik de kluis moest openen. Deze is boven in de kast vlakbij de trap. Het lukte mij niet om deze kluis open te maken. Ze dreigden mijn man iets aan te doen. Ik heb toen de kluis opengemaakt. Dit was na een vijftal pogingen. Ik wist gewoon door de stress de code niet meer. Ze hadden ons helemaal ingetaped zodat wij niet meer konden bewegen. Mijn man lag op bed met een deken op zijn hoofd. Ik was bang dat mijn man zou stikken hierdoor. Hij heeft namelijk ook last van zijn hart. Ik dacht dat ze hem gingen vermoorden. Ze hebben mijn man flink toegetakeld. Hij heeft allemaal verwondingen aan zijn armen, overal ligt bloed. Ze hebben vervolgens alles overhoop gehaald en onderzocht”. Wij hoorden [slachtoffer 2] aan ons verklaren: “Zij hebben mij hier vastgehouden in de slaapkamer, op het bed. Zij hadden mij vastgebonden en iets over mijn hoofd gedaan. Wij zagen dat [slachtoffer 2] verwondingen had aan beide onderarmen. Wij zagen dat er grijze tape op zijn trui zat. Wij hebben vervolgens op de bovenverdieping in verschillende kamers gekeken. Wij zagen dat al deze kamers doorzocht waren. Er lagen overal spullen op de grond. Wij zagen bloed op de lakens in de slaapkamer. Beneden verklaarde [slachtoffer 1] nog: “Hier hingen allemaal schilderijen. Die waren erg kostbaar. Er zat ook een schilderij tussen van Joseph Israëls. Die was veel geld waard. Al het zilver is weg en het beeld van mijn dochter, die stond daar op het dressoir.” 2. Een proces-verbaal van verhoor met nummer 2014043228 van 19 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam verbalisant] en [naam verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 10-14). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijke weergegeven, als de op 19 februari 2014 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] : Toen ik (het hof begrijpt: op 18 februari 2014) naar huis (het hof begrijpt: [adres] te Amstelveen) liep werd ik van achteren beet gepakt. Ik zag twee mannen. Ze pakten mij bij mijn nek. Ik voelde dat een arm om mijn nek werd gelegd. Tevens voelde ik dat er een hand op mijn mond werd gedrukt. Hierdoor kreeg ik minder lucht. Ze sleurden mij naar binnen en we gingen meteen de trap op. We gingen de slaapkamer in. Toen ik boven kwam zag ik dat mijn man al gekneveld op de grond lag in de slaapkamer naast het bed. Zijn handen en voeten waren vast gemaakt met tape. Zijn handen waren op zijn rug vastgebonden. Ik moest op mijn knieën gaan zitten. Ik werd ook gekneveld. Ik kreeg tape om mijn polsen en enkels. Verder deden ze tape om mijn bovenlichaam zodat ik mijn armen niet omhoog kon doen. Ze begonnen vervolgens met het doorzoeken van de slaapkamer. Alle kasten maakten ze open. Ze pakten alles eruit wat ze wilden hebben. Ze vroegen of wij een kluis hadden. Ik kon niet tegen de mannen liegen. Ik was bang. Ik zei dat we een kluis hadden. De kluis stond in een kast op de gang op de eerste verdieping, Ik moest deze kluis openmaken. Ik ben op mijn knieën naar de kluis getrokken. Ik wist van de spanning de code niet meer. Ik hoorde dat ze mij zeiden dat als het niet lukte ze mijn man verrot zouden slaan. Gelukkig ging bij de vierde poging de kluis open. Ik was namelijk heel bang dat ze mijn man iets aan zouden doen. Ze hebben alles uit de kluis meegenomen. In de kluis lagen onder andere geld, sieraden en onze paspoorten. Ik heb letsel. Een rood vlekje op mijn rechter pols en een blauwe plek op mijn linker pols. De volgende goederen zijn weggenomen: - Beeld van gekleurde steentjes. - schilderijen - Bankpas van de ING - Suzuki Splash voorzien van kenteken [kenteken] - Kentekenbewijs deel II van de Suzuki Splash voorzien van kenteken [kenteken] - Twee paspoorten op naam van mij en mijn man. - Zilverwerk bekertjes - Hoge torentjes waar je een geurtje in kan doen. Acht à tien zijn er weggenomen. - Speelgoed van zilver. - Sieraden - Schoudertas van leer - Twee spaar kistjes. Er zaten gulden munten in. 3. Een proces-verbaal van verhoor met nummer 2014043228 van 19 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam verbalisant] en [naam verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 16-18). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijke weergegeven, als de op 19 februari 2014 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van aangever [slachtoffer 2] : Ik wil hierbij aangifte doen van diefstal met geweld, bedreiging en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Op 18 februari 2014 was ik in onze woning aam de [adres] te Amstelveen. Ik bevond mij in de slaapkamer en had mijn pyjama net aangetrokken. Ik hoorde dat de voordeur werd geopend dat mijn vrouw met luide stem iets zei. Ik hoorde niet wat dat was. Ik hoorde voetstappen op de trap. Ik zag een persoon de slaapkamer binnen komen (hierna: NN1). NN1 pakte mij direct vast. Mijn polsen werden aan de voorzijden vastgebonden en vervolgens werden mijn enkels met grijze brede tape vastgebonden door NNI. NN1 wilde mij een sprei over mijn hoofd doen. Ik zei toen: “Ik ben hartpatiënt en ik kan zo geen adem halen.’ NN1 heeft toen het sprei van mijn gezicht gehaald. Vanwege de spanning en angst kon ik moeilijk ademhalen. Dit maakte mij nog angstiger. De tape heeft NN1 met zijn handen van de rol afgescheurd. Ik hoorde dat er tegen mijn vrouw werd gezegd: “Werk nou maar mee. anders doen we je man wat aan.” Ik hoorde dat NN1 tegen mij zei: ‘Doe jij nou maar rustig anders doen wij jouw vrouw wat aan.’ Ik was zo bang dat zij mijn vrouw daadwerkelijk wat aan wilde doen, dat ik niet tegen gewerkt heb. Ik kon geen kant op. Ik zag dat NN1 grijs tape in zijn hand hield. Mijn telefoon is nog weggenomen. Het is een Samsung Galaxy Note II. 4. Een proces-verbaal van verhoor met nummer 2014043228 van 5 maart 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam verbalisant] en [naam verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 33-34). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijke weergegeven, als de op 5 maart 2014 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van aangever [slachtoffer 2] : Ik ben erachter gekomen dat bij de overval op 18 februari 2014 ook mijn Koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje Naussau uit de kluis is gestolen. 5. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2014043228 van 21 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam verbalisant] en [naam verbalisant] – van der Meer (doorgenummerde pagina’s 35-36). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijke weergegeven, als de op 21 februari 2014 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van aangever [slachtoffer 2] : Wij spraken met [slachtoffer 2] . Hij verklaarde ons samengevat: De wonden naar aanleiding van de tape waren toch wel behoorlijk erg. Ik heb ook een grote blauwe plek bij mijn ribben en een bult. De mevrouw van de verzekering is ook geweest. Ik heb een kopie van het taxatierapport (hof: zie bewijsmiddel 6) voor u. Hierin staat aangegeven welke spullen er weg zijn. 6. Een geschrift, te weten een schaderapport van [bedrijf] betreffende taxatie van schade door beroving op 18 februari 2014 van 28 maart 2014 (doorgenummerde dossierpagina’s 38-49). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Bij de overval zijn de volgende voorwerpen weggenomen: Schilderijen Matthijs Schoevaerdts Spaans landschap met kerk Frans van Severdonck 2 x Dieren in landschappen Arnold Marc Gorter Bebost landschap Isaac Israels Bois de Boulogne L. Barberini Zuid-Europese marktscene J. Bosboom Kerkinterieur met figuren Zilver en diversen collectie judaïca zilver consoleklok in boulle-stijl schildpad parelmoer en zilveren besnijdenisdoos cameoglazen vaasje van Emile Galle Zilveren filigrein bruidskistje Hollandse geelkoperen Chanoeka lamp Rococo bronzen Menora Zilveren tafelkandelaars Collectie van 11 grote stuks zilveren speelgoed e Collectie van 26 kleine stuks zilveren speelgoed Grote zilveren sauskommen met elk twee oren Antieke zilveren breipenhouders Zilveren lepeldoos met Oudhollands reliëfdecor Zilveren Hollands pepermuntdoosje zilveren antiek gegraveerde Chanoeka reiskandelaar 3-delig achtkantig peper- en zout-mosterdstelletje met blauwglazen binnenbakjes Hollands Empire kristallen mosterdpot Zilveren speelgoed te weten een kruiwagentje van G. Haspel te Antwerpen Zilveren vaasvormige tafelstrooiers Zilveren baluster tafelstrooier met greep Zilveren gecontourneerd ovalen bonbonschaaltje Zilveren achtkantige trommel neo barokstijl met reliëfdecor van figuren Zilveren schuitvormig dienblad Louis XVI stijl Zilveren bonbonmandje Louis XVI stijl Zilveren gecontourneerde baluster tafelkandelaars 7 zilveren en pleet bekers enkele met Hebreeuwse teksten Zilveren tafelkandelaars laag model Zilveren tafelkandelaars Serie van diverse zilveren bekertjes en schaaltjes Roman aardewerk polychroom 5-delig kaststel 7. Een proces-verbaal van bevindingen, met nummer 2014043228 van 17 juni 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam verbalisant] en [naam verbalisant] (doorgenummerde dossierpagina’s 689-690). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijke weergegeven, als bevindingen van de verbalisanten: Op 16 juni 2014 werd binnengetreden in de woning op het adres [adres] te Nieuwegein, de woning van [getuige 2] , één van de zussen van [medeverdachte 2] . Tijdens de doorzoeking werd onder andere een bij de woning behorende opslagbox op de zolderverdieping doorzocht. Bij die gelegenheid werden de volgende voorwerpen aangetroffen: 1. doek Isaac Israëls, Bois de Boulogne 1. doek Arnold Gorter, bebost landschap 2 afgesloten dozen zilverwaar 1. doos met kunst (dicht) 1. doos met antiek en glaswerk 8. Een proces-verbaal van bevindingen tonen foto’s gestolen goederen, met nummer 2014043228 van 24 juni 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam verbalisant] (doorgenummerde dossierpagina 826). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijke weergegeven, als bevindingen van de verbalisanten: Naar aanleiding van een woningoverval op 18 februari 2014 te Amstelveen zijn op 16 juni 2014 diverse huiszoekingen verricht. Bij één van die huiszoekingen (het hof begrijpt: in de woning [adres] te Nieuwegein) is een aantal dozen aangetroffen met daarin goederen die (vermoedelijk) afkomstig waren van de woningoverval. De goederen zijn genummerd en gefotografeerd. De foto’s van de goederen zijn getoond aan [slachtoffer 2] en mevrouw [slachtoffer 1] . Zij herkenden de hen getoonde goederen op één goed na als hun eigendom en als de goederen die bij de overval zijn weggenomen. 9. Een geschrift, te weten een specificatie van teruggevonden voorwerpen van [bedrijf] , op 4 augustus 2014 ondertekend door [slachtoffer 1] (los ingevoegd). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Hierbij verklaren wij in goede conditie terug te willen ontvangen de volgende objecten (het hof begrijpt: de voorwerpen die bij de overval zijn buitgemaakt en die terug zijn gevonden in de woning [adres] te Nieuwegein): - een consoleklok in boulle-stijl en - een schilderij van Matthijs Schoevaerdts (Spaans landschap met kerk) en - schilderijen van Frans van Severdonck (Dieren in landschappen) en - een schilderij van Arnold Marc Gorter (Bebost landschap) en - een schilderij van Isaac Israels (Bois de Boulogne) en - een schilderij van L. Barberini (Zuid-Europese marktscene) en - een schilderij van J. Bosboom (Kerkinterieur met figuren) en - een beeld van gekleurd glas (gemaakt door [dochter van slachtoffers] ) en - een collectie judaïca zilver (ter waarde van 150.000 euro) en - een cameoglazen vaasje van Emile Galle en - een Hollandse geelkoperen Chanoeka lamp en - een zilveren filigrein bruidskistje en - een rococo bronzen Menora en - zilveren bekertjes en schaaltjes en - een collectie van 11 grote stuks zilveren speelgoed en - een collectie van 26 kleine stuks zilveren speelgoed en - antieke zilveren breipenhouders en - een zilveren lepeldoos (met oud-Hollands reliëfdecor) en - een zilveren antiek gegraveerde Chanoeka reiskandelaar en - een 3-delig achtkantig peper- en zout-mosterdstelletje met blauwglazen binnenbakjes en - een zilveren Hollands pepermuntdoosje en - een Hollands Empire kristallen mosterdpot en - zilveren speelgoed (te weten een kruiwagentje van G. Haspel te Antwerpen) en - zilveren vaasvormige tafelstrooiers en - een zilveren baluster tafelstrooier (met greep) en - een zilveren gecontourneerd ovalen bonbonschaaltje en - een zilveren achtkantige trommel (neo barokstijl met reliëfdecor van figuren) en - zilveren tafelkandelaars en - 7 zilveren en pleet bekers (enkele met Hebreeuwse teksten) en - zilveren tafelkandelaars (laag model) en - een 5-delig Rouaan aardewerk polychroom kaststel 10. Een proces-verbaal van verhoor met nummer 2014043228 van 18 juni 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam verbalisant] en [naam verbalisant] (doorgenummerde dossierpagina’s 501-513). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijke weergegeven, als de op 18 juni 2014 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van [medeverdachte 2] : Eigenlijk toen ik [medeverdachte 1] opnieuw ontmoette begon het allemaal. Dit moet eind vorig jaar zijn geweest. Ik kende [medeverdachte 1] al van vroeger. [medeverdachte 1] kreeg iets te horen dat er ergens wat te halen viel. Dat zou dan een klus zijn in Amstelveen. Volgens mij krijgt [medeverdachte 1] die info van een persoon die hij kent. [medeverdachte 1] gaat bij iemand op bezoek in de bajes. [medeverdachte 1] vertelde mij dat hij er al een tijd mee bezig was. Het kon maar op één manier. [medeverdachte 1] vertelde mij dat er waardevolle spullen waren, dat het zou zijn in de buurt van Amstelveen. Het betrof een huis met weinig buren en het huis zou groot zijn. [medeverdachte 1] vertelde dat het ging om sieraden en zilverwerk. U vraagt me waar we dit bespraken. Dat kan in de auto zijn geweest of bij mij thuis. Hij kwam wel bij mij thuis maar ik niet bij hem. [medeverdachte 1] vertelde dat het zo moeilijk was om binnen te komen. Er was volgens [medeverdachte 1] maar één manier. [medeverdachte 1] wilde niet inbreken omdat dat niet kon. [medeverdachte 1] is zelf bij die woning wezen kijken. [medeverdachte 1] had gezien dat het dichtgetimmerd was. Ik denk dat hij hiermee bedoelde: goed beveiligd. [medeverdachte 1] is nadat hij zelf heeft gekeken bij die woning langs de derde persoon gegaan en zij hebben toen gesproken. [medeverdachte 1] is er volgens mij zelf op gaan hameren hoe de overval plaats moest gaan vinden. De derde persoon kende de mensen die zijn overvallen. De derde persoon en de slachtoffers stonden heel dicht bij elkaar qua relatie. [medeverdachte 1] had alle informatie. [medeverdachte 1] had als idee dat er dan maar aangebeld moest worden en naar binnen gaan. Niet stiekem via inbraak, die optie viel af [medeverdachte 1] opperde toen min of meer dat er een overval moest plaatsvinden, wel met zo min mogelijk geweld. [medeverdachte 1] hield mij op de hoogte. [medeverdachte 1] vertelde me dan dat hij weer op bezoek was geweest bij die derde persoon in de gevangenis, en dat het echt moest gebeuren. [medeverdachte 1] hield mij een worst voor en zei dat hij wel aan mij dacht en dat we samen zouden gaan verdienen. [medeverdachte 1] kreeg vervolgens van die derde persoon te horen dat het nu echt moest gaan gebeuren. De strekking was dat we niet lang meer konden wachten met de overval. De derde persoon wist waar de slachtoffers zich mee bezig hielden. Hij kende enigszins de dagelijkse bezigheden van de slachtoffers. [medeverdachte 1] zette er een beetje druk achter. Ik heb tussen [medeverdachte 1] , [voornaam medeverdachte 4] en die andere (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] ) bemiddeld. Dat ging over een conflict. [medeverdachte 1] had gouden bergen beloofd. [medeverdachte 1] en zij hebben een gesprek gehad. [medeverdachte 1] belde mij om die jongens rustig te houden. Ik ben benaderd door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] had de spullen volgens mij ergens opgeslagen. [medeverdachte 1] vond het daar te verdacht, of te heet. Toen kwam hij bij mij met de vraag of ik het niet een tijdje voor hem kon bewaren. Ik wist over wat voor spullen het ging. [medeverdachte 1] en ik zijn daarop samen op pad gegaan. Ik heb de spullen opgehaald bij een opslagplaats. Dat was bij Citybox. U vraagt of het toevallig Shurgard was? Ja, dat was het. In Utrecht. Het was in de buurt van de Cartesiusweg (het hof: de Nijverheidsweg in Utrecht is een zijstraat van de Cartesiusweg). Die box was klein. Nadat we de spullen hebben ingeladen zijn we naar de woning van mijn zus gereden. Daar hebben [medeverdachte 1] en ik de spullen in de box gezet. (…) [medeverdachte 1] had wel een koper. Echter dat veranderde steeds weer. Die persoon kwam dan over zoveel weken. Ik weet niet wie de koper was. [medeverdachte 1] had eerst twee keer een koper via via. Vervolgens kwam de derde persoon met een koper, volgens [medeverdachte 1] . Die had een breder netwerk maar dan moest er sprake zijn van geduld. [medeverdachte 1] vertelde mij de waarde van de spullen. [medeverdachte 1] wilde mij de waarde van één schilderij geven. Ik zou handje contantje betaald krijgen als de spullen werden verkocht. [medeverdachte 1] vertelde mij ook dat hij mij één derde wilde geven. Hij noemde steeds verschillende bedragen. Ik hoopte op een bedrag van rond de 25.000 euro. 11. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 29 september 2016. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: In 2012 zat ik gedetineerd in de Demersluis te Amsterdam (het hof begrijpt: De Bijlmerbajes). Mijn vrouw (het hof begrijpt: [naam] ) pleegde zelfmoord. Mijn schoonzus heeft een dag na haar overlijden alle kostbaarheden uit ons huis gehaald. Toen mijn dochter ging trouwen, wilde ik haar de ring v