beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM Rekestnummer: R 001662-15/ (591a Sv) Parketnummer in hoger beroep: 23-000295-15 Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, domicilie kiezende ten kantore van de advocaat mr. H.J.J. Hendrikse, Veembroederhof 37, 1019 HD Amsterdam. 1Inhoud van het verzoek Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding uit ’s Rijks kas ter zake van: kosten die verzoekster stelt te hebben gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 4.900,50 schade ten gevolge van tijdverzuim door de behandelingen ter terechtzitting, te weten 2 verlofdagen ten behoeve van 2 zittingsdagen, ten bedrage van € 220,34; kosten ten behoeve van het opstellen en indienen van dit verzoekschrift ten bedrage van € 280,00, zijnde het geldende standaardbedrag. 2Procesverloop De voorzitter heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 16 maart 2016 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoekster ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoekster is niet verschenen. De advocaat van verzoekster heeft het verzoekschrift in raadkamer toegelicht en betoogd dat de verzochte vergoeding in het geheel dient te worden toegewezen. Ten aanzien van de schade ten gevolge van tijdverzuim heeft de advocaat naar voren gebracht – kort en zakelijk weergegeven – dat verzoekster twee hele dagen heeft vrij genomen. Verzoekster heeft deze dagen niet gewerkt en derhalve geen inkomsten kunnen verwerven. Of verzoekster in loondienst werkt of niet, is niet relevant voor de beoordeling of de schade al dan niet voor vergoeding in aanmerking komt, aldus de advocaat. De advocaat-generaal heeft onder verwijzing naar het schriftelijk advies van 1 december 2015 geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek. 3Beoordeling van het verzoek Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend. De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest in die strafzaak is inmiddels onherroepelijk geworden. Ingevolge artikel 591a, tweede lid, Sv kan, indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, aan de gewezen verdachte, op een verzoek ingediend binnen drie maanden na beëindiging van de zaak, uit ’s Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor zijn de schade, welke hij ten gevolge van tijdsverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede in de kosten van een raadsman, tenzij artikel 44a van de Wet op de rechtsbijstand van toepassing is. De voorzitter acht gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding zoals verzocht ter zake van de kosten rechtsbijstand als hierboven bedoeld onder 1a, ten bedrage van in totaal € 4.900,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.