beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM Rekestnummer: R 000429-15/ (591a Sv) Parketnummer: 13-689804-14 Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 6 januari 2015 op het verzoekschrift op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verdachte] Geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1977 Domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat mr. [naam 1], [adres] 1Inhoud van het verzoek Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding uit ’s Rijks kas ter zake van: kosten die verzoeker stelt te hebben gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 459,80, kosten ten behoeve van het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten van dit verzoekschrift ten bedrage van € 280,00 zijnde het geldende standaardbedrag. 2Procesverloop De rechtbank Amsterdam heeft het verzoekschrift ex artikel 591a Sv op 15 december 2014 ontvangen. Bij beschikking van 6 januari 2015 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen, nu reeds door een andere advocaat – mr. [naam 2] – een verzoek tot vergoeding van de kosten rechtsbijstand was ingediend en de rechtbank verzoeker ter zake van die kosten een vergoeding had toegekend. Het hoger beroep is ingesteld namens verzoeker (hierna appellant). Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 23 maart 2016 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet verschenen en heeft daartoe een afstandsverklaring ondertekend. De advocaat heeft het beroep in raadkamer toegelicht en heeft aangevoerd – kort en zakelijk weergegeven – dat het verzoekschrift in ieder geval voor een deel voor vergoeding in aanmerking komt. Achteraf bezien was het beter geweest de kosten rechtsbijstand van beide advocaten in één verzoekschrift te combineren. Dat verzoeker op een zeker moment is overgestapt naar een andere advocaat doet echter niet af aan het feit dat in de periode van 23 juli 2014 tot en met 8 september 2014 daadwerkelijk advocaatkosten zijn gemaakt. Gelet hierop is de beslissing van de rechtbank te kort door de bocht en dient het verzoekschrift in ieder geval voor wat betreft de advocaatkosten, met uitzondering van de kosten voor het indienen en toelichten van het verzoekschrift, te worden toegewezen, aldus de advocaat. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van het verzoekschrift, in die zin dat de advocaatkosten, gemaakt in verband met het contact met cliënt en de politie, voor vergoeding in aanmerking komt. Kosten ter zake van het bestuderen van het dossier alsook voor het indienen en toelichten van het verzoekschrift komen niet voor vergoeding in aanmerking, nu deze in de andere zaak al zijn vergoed en het niet redelijk is deze kosten voor rekening van de Staat te laten komen, aldus de advocaat-generaal. 3Beoordeling van het verzoek Het hoger beroep is tijdig ingesteld. Het hof stelt met betrekking tot de behandeling van het onderhavige verzoekschrift en het door mr. [naam 2] namens appellant ingediende verzoekschrift bij de rechtbank Amsterdam het navolgende vast. Onderhavig verzoekschrift is op 15 december 2014 ingediend ter griffie van de rechtbank Amsterdam. In voornoemd verzoekschrift wordt verzocht om vergoeding van advocaatkosten in de periode van 23 juli 2014 tot en met 8 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.