Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-002675-13 Datum uitspraak: 25 november 2016 (ontneming) TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 mei 2013 op de vordering van het Openbaar Ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-660023-12 tegen de veroordeelde: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987, adres: [adres]. Procesgang De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 mei 2013 veroordeeld ter zake van -kort gezegd- het opzettelijk telen en aanwezig hebben van 411 hennepplanten en diefstal van stroom, toebehorende aan [bedrijf], in de periode van 1 april 2011 tot en met 7 juni
- Het Openbaar Ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van EUR € 35.119,
- De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft bij vonnis van 14 mei 2013 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR € 31.441,83 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen. De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 november 2016 veroordeeld ter zake van -kort gezegd- het bewerken van een hoeveelheid hennepplanten in de periode van 1 april 2011 tot en met 7 juni
- Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Beoordeling van de vordering tot ontneming De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van € 10.833,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. In de strafzaak tegen de veroordeelde is louter bewezen dat de veroordeelde zich heeft schuldig gemaakt aan het bewerken van hennep, door het knippen van hennepplanten. Het hof is van oordeel dat niet aannemelijk is dat de veroordeelde uit die hennepteelt zelf voordeel heeft behaald en zal de vordering van de advocaat-generaal om die reden afwijzen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. P.C. Römer en mr. J.W.H.G. Loyson, in tegenwoordigheid van mr. L.J.M. Klop, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 november
- [.........] .