ECLI:NL:GHAMS:2016:5299
parketnummer: 23-002274-16 datum uitspraak: 13 december 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 juni 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-083736-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968, adres: [adres].
Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: primair:hij op of omstreeks 22 december 2015 aan boord van een luchtvaartuig, te weten een passagierstoestel van [bedrijfsnaam] met vluchtnummer [vluchtnummer], tijdens een vlucht van Aruba naar Schiphol, en/of in het luchtruim boven Nederland, opzettelijk een of meer da(a)d(en) van geweld heeft begaan tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer andere leden van het cabinepersoneel en/of tegen een of meer passagiers, immers heeft hij, verdachte, toen en daar, meermalen, althans eenmaal,
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf.
Vrijspraak Primair tenlastegelegde Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
Uit het dossier kan worden afgeleid dat de verdachte op 22 december 2015 tijdens een vlucht van Aruba naar Amsterdam vanaf 01.00 uur ‘duidelijk aanwezig’ was en zich rond 02.30 uur (verbaal) agressief heeft gedragen en een bemanningslid heeft geduwd. Hierop is hij geboeid en op de achterste rij geplaatst, waarna hij dreigende taal uitte en vervolgens na enkele minuten rustig werd, waarop de handboeien zijn afgedaan. Het vliegtuig is om 11.45 uur gearriveerd op de luchthaven Schiphol.
Het hof is van oordeel dat, hoewel dergelijk gedrag zeer laakbaar is te noemen, op basis van het voorgaande zonder meer niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de veiligheid van het luchtvaartuig of de passagiersveiligheid in gevaar heeft gebracht zoals bedoeld in artikel 385b van het Wetboek van Strafrecht. Immers, op grond van de inhoud van het dossier is onvoldoende komen vast te staan dat het cabinepersoneel door het gedrag van de verdachte zodanig in zijn werkzaamheden werd gehinderd, dat daardoor gevaar te duchten is geweest voor de veiligheid van het luchtvaartuig. Met name is onduidelijk gebleven voor welke duur de in de tenlastelegging genoemde personeelsleden gehinderd zijn geweest in de uitoefening van hun werkzaamheden. Dat drie bemanningsleden zich gedurende negen (naar moet worden aangenomen:) uren met het incident hebben bezig gehouden, zoals in de aangifte is vermeld, vindt onvoldoende steun in de door het cabinepersoneel afgelegde verklaringen. Gelet hierop moet de verdachte van het primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Subsidiair tenlastegelegde Op basis van de inhoud van het dossier kan evenmin worden vastgesteld dat aan de verdachte door of namens de gezagvoerder aanwijzingen zijn gegeven, die hij vervolgens niet zou hebben opgevolgd.
De verdachte moet hierom ook van het subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken.
BESLISSING Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. C.N. Dalebout en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 december 2016.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.