beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.191.260/01 NOT nummers eerste aanleg : SHE/2015/79 en SHE/2015/80 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 13 december 2016 inzake 1. [appellant] , notaris te [plaats] , 2. [appellante] , kandidaat-notaris te [plaats] , appellanten, gemachtigde: mr. P.J. de Jong Schouwenburg, advocaat te Amsterdam, tegen [naam] , wonend te [plaats] , geïntimeerde, gemachtigde: mr. J. Dongelmans, advocaat te Nieuwerkerk aan den IJssel. 1Het geding in hoger beroep 1.1. Appellanten (hierna afzonderlijk te noemen: de notaris en de kandidaat-notaris en tezamen te noemen: de notarissen) hebben op 17 mei 2016 een beroepschrift met bijlagen bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort 's-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 18 april 2016 (ECLI:NL:TNORSHE:2016:5). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van geïntimeerde (hierna: klaagster) tegen de notarissen op vier onderdelen (klachtonderdelen i., iii, iv. en v.) ongegrond en op een onderdeel (klachtonderdeel ii.) gegrond verklaard en aan de notarissen elk de maatregel van berisping opgelegd. 1.2. Klaagster heeft op 20 juni 2016 een verweerschrift met bijlagen bij het hof ingediend. 1.3. Op 16 september 2016 zijn van zowel klaagster als de notarissen aanvullende stukken ontvangen. 1.4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 29 september 2016. De notarissen, vergezeld van hun gemachtigde, zijn verschenen. Klaagster, vergezeld van haar echtgenoot [naam] (verder: [X] ) en haar gemachtigde, is eveneens verschenen. Allen hebben het woord gevoerd; de gemachtigden aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities. 2Stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3Feiten 3.1. Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Klaagster heeft die feiten op punten aangevuld. Het hof zal hiermee (voor zover relevant) bij de beoordeling rekening houden. 3.2. Samengevat weergegeven gaat het in deze zaak om het volgende. 3.2.1. Klaagster en [X] zijn in juni 1981 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden houdende algehele uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen. In de huwelijkse voorwaarden was een periodiek verrekenbeding met betrekking tot de overgespaarde inkomsten opgenomen. Bij akte van 12 september 1996 zijn de huwelijkse voorwaarden gewijzigd in die zin dat tussen klaagster en [X] een beperkte gemeenschap met betrekking tot de echtelijke woning (verder: de woning) en de daaraan gekoppelde hypothecaire schuld is ontstaan. 3.2.2. [X] is bestuurder van [naam] (verder: [Y] ). Begin 2014 is tussen [Y] en [naam] (verder: [Z] ) een zakelijk geschil ontstaan inzake door [Y] onbetaald gelaten declaraties van [Z] . [Z] heeft [X] hiervoor persoonlijk aansprakelijk gesteld en hem (met [Y] ) in juli 2014 in rechte betrokken. 3.2.3. Naar aanleiding hiervan hebben klaagster en [X] zich tot de notaris gewend voor advies om mogelijke uitwinning van de woning door [Z] te voorkomen. Een e-mail van 11 juli 2014 van [X] aan de notaris luidt - voor zover van belang - als volgt: “Zoals ik tijdens een Rotary bijeenkomst heb vermeld, zijn wij bezig een investeringsmaatschappij aan het opzetten. Het benodigde kapitaal hiervoor komt uit “commoditytransacties” die hun beslag krijgen in Hong Kong. Twee van deze transacties zijn gerealiseerd en de opbrengst hiervan staat op een geblokkeerde rekening in Hong Kong. Deze blokkade wordt opgeheven nadat de monetaire autoriteiten in Hong Kong een vrijgavevergunning hebben verleend. De vennootschap, waar ik directeur van ben, heeft een adviseur ingehuurd, die door het uitblijven van de vrijgave van opbrengsten en ondanks financieringstoezeggingen van een bank nog niet betaald is. Ik word in privé door deze adviseur aansprakelijk gesteld, en binnenkort dient er een zaak. Het risico is dus dat er geprobeerd zal worden om mijn huis uit te winnen. Vanochtend is [naam] (hof: een betrokken makelaar) bij mij geweest en hij adviseerde mij om met jou te overleggen of het mogelijk is om bepaalde beveiligingsmaatregelen te nemen. [naam] (hof: klaagster) en ik zijn op huwelijkse voorwaarden getrouwd, en het huis staat op beider naam.” 3.2.4. Klaagster en [X] hebben op 15 juli 2014 met de notaris over de kwestie gesproken, waarna de kandidaat-notaris bij e-mail van 31 juli 2014 een conceptakte houdende wijziging huwelijkse voorwaarden en verdeling aan klaagster en [X] heeft gezonden. Op 5 september 2014 hebben klaagster en [X] met de kandidaat-notaris hierover een gesprek gehad. 3.2.5. Op 9 oktober 2014 heeft de notaris een akte wijziging huwelijkse voorwaarden en verdeling (verder: de akte) verleden. Hierbij waren klaagster, [X] en de kandidaat-notaris aanwezig. In de akte werd - kort gezegd - uitvoering gegeven aan het periodiek verrekenbeding uit de tussen klaagster en [X] overeengekomen huwelijkse voorwaarden, de woning aan klaagster toebedeeld en de vordering van klaagster op [X] met betrekking tot het periodiek verrekenbeding verrekend met de vordering van [X] op klaagster uit hoofde van toedeling aan haar van de woning. 3.2.6. Bij vonnis van 28 januari 2015 van de rechtbank Rotterdam zijn [X] en [Y] veroordeeld tot betaling van € 180.049,50 aan [Z] ter zake van onbetaald gebleven facturen. In het vonnis is overwogen dat [X] en [Y] voor gelijke delen verbonden zijn aangezien geen hoofdelijke veroordeling is gevorderd. [X] heeft na betekening van dit vonnis niet voldaan aan de sommatie om het door hem verschuldigde bedrag aan [Z] te betalen. [Z] heeft vervolgens op onder meer de woning executoriaal beslag gelegd. 3.2.7. Bij brief van 16 maart 2015 heeft (de toenmalige advocaat van) [Z] klaagster en [X] meegedeeld dat bij de beslaglegging is gebleken van de door hen gewijzigde huwelijkse voorwaarden als gevolg waarvan klaagster alleen en volledig eigenaar is geworden van de woning, zonder dat volgens [Z] daarbij enige vergoeding van de overwaarde is overeengekomen. [Z] heeft buitengerechtelijk de nietigheid ingeroepen van deze rechtshandelingen, waarbij [Z] zich op het standpunt heeft gesteld dat klaagster en [X] wisten of behoorden te weten dat benadeling van [Z] in haar verhaalsmogelijkheden het gevolg kon zijn van deze rechtshandelingen. 3.2.8. Diezelfde dag heeft [X] de notaris een e-mail gezonden met - voor zover van belang - de volgende inhoud: “[naam] heeft vanochtend met de deurwaarder gesproken, en die zei, n.a.v. haar mededeling/vraag over huwelijkse voorwaarden en datgene van de inboedel wat op haar naam staat, dat hij de huwelijkse voorwaarden niet mee zou laten tellen en terzijde zou schuiven, daar deze paulianeus zijn. Er zou vandaag nog een brief over uitgaan. Dit zou nog een vervelend staartje kunnen krijgen, volgens hem, zeker voor haar. Zij moest niet denken en vooral nooit zeggen dat huwelijkse voorwaarden zijn gesloten om crediteuren buiten de deur te houden. Hij begon over de aanpassingen afgelopen oktober en het huis.” 3.2.9. Bij e-mail van 18 maart 2015 heeft de notaris - onder meer - het volgende aan [X] medegedeeld: “2. Wat de passage in de brief van Knuwer Advocaten betreft dat er geen vergoeding van de overwaarde is overeengekomen: dit is niet juist (zie blz 8 onder III van de akte). 3. De vraag is: komt er geld uit Thailand of niet. Komt het niet dan valt ons bouwwerk in elkaar. Komt het wel, maar is onzeker wanneer dan moet jouw verdediging zo sterk mogelijk zijn. (…) Ik moet erbij vermelden dat we destijds bij de wijziging van de huwelijkse voorwaarden wel hebben gewaarschuwd of het allemaal goed zou verlopen, maar als we niets gedaan zouden hebben en nu nog niet (verder zouden gaan) is alles verloren; dat moeten we zien te voorkomen. Overigens vind ik jouw tegenpartij wel erg agressief: twijfelt hij eraan of het geld uit Thailand wel komt?” 3.2.10. Op 20 maart 2015 is aan klaagster en [X] een dagvaarding uitgebracht waarbij [Z] vernietiging heeft gevorderd van de rechtshandelingen van klaagster en [X] strekkende tot wijziging van de huwelijkse voorwaarden en tot verdeling van de beperkte gemeenschap met betrekking tot de woning wegens benadeling van schuldeisers. De zaak is aanhangig gemaakt bij de rechtbank Den Haag. De gemachtigde van klaagster is bij deze procedure als advocaat opgetreden. 3.2.11. De gemachtigde van klaagster heeft de notaris bij brief van 3 april 2015 onder meer medegedeeld dat zij heeft begrepen dat in de besprekingen voorafgaand aan het passeren van de akte op 9 oktober 2014 uitdrukkelijk aan de orde is geweest of het opmaken van de akte niet paulianeus is, dat de notaris van mening was dat dit niet het geval is en dat zij hierover wenst te spreken in verband met de lopende civiele procedure. Verder is medegedeeld dat indien de akte door de rechter als paulianeus wordt aangemerkt, klaagster en [X] de notaris aansprakelijk houden voor alle gevolgen hiervan. 3.2.12. De notaris heeft in reactie daarop bij brief van 10 april 2015 onder meer het volgende aan de gemachtigde van klaagster bericht: “U veronderstelt in uw brief dat ik meende dat de akte niet paulianeus zou zijn, waarop ik u kan mededelen dat u dat niet goed heeft. Een telefoontje had dit misverstand al uit de weg kunnen ruimen. Helaas heeft u er voor gekozen de kwestie meteen op scherp te stellen. Ter verduidelijking. Bij het voeren van de besprekingen met de heer en mevrouw [naam] en mijn echtgenote en/of mijzelf is nadrukkelijk gesteld dat de wijzigingen van de huwelijkse voorwaarden wel degelijk paulianeus zouden kunnen zijn voor de claim die toen mogelijkerwijs in de lucht hing. Een vage claim die ons destijds werd voorgesteld als een claim die ingelost zou kunnen worden als “de betaling” uit Thailand ontvangen zou zijn, die ook zeker zou komen. Dat was een kwestie van tijd. Zou betaling uit Thailand ontvangen zijn (ik heb verder geen enkele indicatie gekregen dat die betaling uit Thailand niet is gekomen dan wel definitief niet komt, maar dat terzijde), zou de claim betaald worden en dan zou de wijziging van de huwelijkse voorwaarden dus niet paulianeus zijn. In dat geval zouden toekomstige schuldeisers van de heer [X] niet met succes bij mevrouw [X] kunnen aankloppen. Uit en ten treure is dit met de heer en mevrouw [naam] besproken, ook nog tijdens het passeren van de akte. (…) Tenslotte: het is bij ons totaal in het verkeerde keelgat geschoten dat u mij aansprakelijk wilt stellen. Wij hebben ons werk gedaan in het belang van de heer en mevrouw [naam] , met de waarschuwing dat de vlieger misschien niet zou opgaan. Wij hebben gezien de relatie heel veel tijd aan besprekingen met hen en het opmaken van de akte besteed, zonder € 1,00 hiervoor te ontvangen; betaling zou plaatsvinden zodra de betaling uit Thailand zou zijn ontvangen. (…) Elke aansprakelijkheid wijs ik derhalve pertinent af.” 3.2.13. Bij dagvaarding van 31 juli 2015 hebben klaagster en [X] de notaris in de civiele procedure in vrijwaring opgeroepen. Hierbij is gevorderd - kort gezegd - de notaris te veroordelen om de door klaagster en [X] geleden schade ten gevolge van de door de notaris gemaakte beroepsfout met betrekking tot de akte van 9 oktober 2014 te vergoeden. De vrijwaringsprocedure is aangehouden in verband met de hoofdzaak. 3.2.14. In de hoofdzaak heeft de rechtbank Den Haag bij vonnis van 24 februari 2016 kort gezegd geoordeeld dat sprake is van een onverplichte rechtshandeling en benadeling en dat de verklaring van [X] dat hij heeft vertrouwd op een betaling uit Thailand van belang is voor de vereiste wetenschap van benadeling. [X] en klaagster zijn in de gelegenheid gesteld op dit punt hun stellingen te concretiseren en zo mogelijk met bescheiden te onderbouwen. 3.2.15. Vervolgens heeft de rechtbank Den Haag bij vonnis van 25 mei 2016 overwogen dat indien de woning op 18 mei 2016 wordt (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.