← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2016:5386

parketnummer: 23-002301-16 datum uitspraak: 23 november 2016 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Haarlem van 20 juni 2016 in de strafzaak onder parketnummer 96-053614-16 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november

  1. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij, op of omstreeks 13 mei 2014, te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N207, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 118 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. De verdachte heeft in zijn verzetschrift van 4 juni 2014 ontkend harder te hebben gereden dan 100 km/uur. De verdachte heeft deze ontkenning in zijn verzetschrift toegelicht en daarbij diverse feiten en omstandigheden naar voren gebracht. Het dossier bestaat – voor zover in dit verband van belang – slechts uit een summier proces-verbaal. De toelichting die de verdachte in zijn verzetschrift heeft gegeven, roept bij het hof vragen op over de wijze waarop de strafbare gedraging is waargenomen. Het hof is op grond van het summiere proces-verbaal en zonder dat in een aanvullend proces-verbaal een toelichting is gegeven op de wijze waarop de meting heeft plaatsgevonden, niet tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W. Moors, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van G.J. van Klompenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 november
  2. Mr. R.P. den Otter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= [.]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.