Parketnummer: 23-000718-16 Datum uitspraak: 19 december 2016 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 februari 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-213820-14 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1961, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 december 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 2 februari 2014 te Wieringerwerf, gemeente Hollands Kroon opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht/de nek en/of tegen het lichaam heeft gestompt/geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsmotivering Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte vrijgesproken dient te worden. De verdachte heeft altijd ontkend de aangeefster mishandeld te hebben, daarnaast heeft de aangeefster verklaringen afgelegd betreffende de mishandeling die onderling verschillen en zijn de beide getuigen niet onafhankelijk. Op basis van het voorstaande kan geen wettige en overtuigende bewezenverklaring volgen. Het hof overweegt als volgt.De verdachte en de aangeefster, [slachtoffer], zijn buren van elkaar. Reeds voor de mishandeling hebben zij vaker geschillen gehad, zoals beiden hebben aangegeven in hun verhoren. Aangeefster heeft verklaard dat de verdachte haar heeft geslagen en haar tegen het hekwerk heeft geduwd. Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]. Uit de verklaring van [getuige 1] blijkt dat hij de verdachte en [slachtoffer] een gesprek zag voeren en dat de verdachte vrijwel direct richting [slachtoffer] sloeg. [getuige 1] heeft niet gezien of [slachtoffer] daadwerkelijk werd geraakt. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij de verdachte en [slachtoffer] naar elkaar toe zag lopen, dat over en weer werd geschreeuwd en de verdachte [slachtoffer] in het gezicht heeft geslagen. Op basis van de verklaringen van [slachtoffer] en de twee getuigen in samenhang bezien met de foto’s van het letsel is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte [slachtoffer] heeft mishandeld. Dat zowel de verdachte als [slachtoffer] bekend zijn met de getuigen doet hier niet aan af, nu dit niet ongewoon is bij een burenruzie en ook overigens is het hof niet gebleken dat de verklaringen van de getuigen onbetrouwbaar zouden zijn. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 2 februari 2014 te Wieringerwerf opzettelijk mishandelend [slachtoffer] in het gezicht en tegen het lichaam heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 750, subsidiair 15 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Het onderhavige feit moet gezien worden in het licht van een conflict tussen de aangeefster en de verdachte dat al geruime tijd speelt. Bij de confrontatie die heeft geresulteerd in het onderhavige feit heeft de verdachte de aangeefster geslagen. Dit getuigt van onbeheerst gedrag en een gebrek aan respect voor de lichamelijke integriteit van de aangeefster. Het hof rekent dit de verdachte aan. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 november 2016 is hij niet eerder strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld. Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt €
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.