Parketnummer: 23-003064-15 Datum uitspraak: 20 september 2016 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-100580-15 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1960, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 september 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 23 mei 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door voormelde [slachtoffer], een of meermalen (met kracht), naar/op/tegen de grond heeft geduwd en/of getrokken en/of gegooid en/of genoemde [slachtoffer], een of meermalen (met kracht) in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of het (boven- en/of onder-) lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen(; ook, terwijl genoemde [slachtoffer] op de grond lag), tengevolge waarvan genoemde [slachtoffer] pijn heeft ondervonden en/of letsel heeft bekomen; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 23 mei 2015 te Amsterdam [slachtoffer] heeft mishandeld door voormelde [slachtoffer] op de grond te gooien en genoemde [slachtoffer] meermalen tegen het lichaam te schoppen en te stompen of te slaan, ook terwijl genoemde [slachtoffer] op de grond lag, ten gevolge waarvan genoemde [slachtoffer] pijn en letsel heeft ondervonden en bekomen. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf en maatregel De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat het slachtoffer een moeilijke vrouw was, met wie veel buurtbewoners een probleem hadden. Ter illustratie heeft de verdachte ter terechtzitting een uitgeschreven geluidsfragment overgelegd, waarin het slachtoffer een scheldkanonnade hield tegen de verdachte. Ook heeft de verdachte gewezen op de stukken in het dossier van buurtbewoners die getuigen van meningsverschillen en scheldpartijen met het slachtoffer. De verdachte heeft betoogd dat de slechte relatie tussen slachtoffer en de verdachte geleid heeft tot deze mishandeling. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich op de openbare weg schuldig gemaakt aan mishandeling van een achtenzestigjarige buurtgenote. Daarmee heeft hij inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Hoewel de fysieke gevolgen van het bewezen verklaarde feit voor het slachtoffer geen blijvend letsel tot gevolg hebben gehad, acht het hof het handelen van de verdachte mede gelet op de leeftijd van het slachtoffer bijzonder ernstig. Daarbij betrekt het hof tevens dat de verdachte het slachtoffer heeft geschopt en gestompt of geslagen, ook toen zij op de grond lag en zich niet kon verweren. Daarnaast is de verdachte korte tijd later teruggelopen richting het slachtoffer, dat weg probeerde te lopen, waarop hij haar opnieuw heeft geslagen. Het hof houdt anderzijds enigszins rekening met de aannemelijk geachte omstandigheid dat het slachtoffer een eigen aandeel heeft gehad in het ontstaan van de extreem slechte relatie met de verdachte en zij kort voor het ten laste gelegde kwetsende uitlatingen heeft gedaan jegens de verdachte waarvan aannemelijk is dat deze hem zeer hebben geraakt. Het hof benadrukt dat hiermee slechts beperkt rekening wordt gehouden, omdat voorafgaand aan de kwetsende uitlating van het slachtoffer aan zijn adres de verdachte ook zelf binnen gehoorafstand een kwetsende opmerking heeft gemaakt over het slachtoffer. Tot slot weegt ten voordele van de verdachte mee dat de verdachte het feit van meet af aan heeft erkend en nadrukkelijk inzicht heeft getoond in het bijzonder ernstige karakter van zijn handelen. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.