GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer: 200.171.328/01 zaaknummer rechtbank Amsterdam: 2889183 / CV EXPL 14-7631 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 12 januari 2016 inzake [APPELLANT] , wonend te [woonplaats], appellant, advocaat: mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem, tegen BRAINCAP B.V., gevestigd te Wormerveer, gemeente Zaanstad, geïntimeerde, advocaat: mr. M.A. van Haelst te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna [appellant] en Braincap genoemd. [appellant] is bij dagvaarding van 17 april 2015 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter), van 19 januari 2015, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiser en Braincap als gedaagde. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, tevens akte wijziging van eis; - memorie van antwoord. Vervolgens is arrest gevraagd. [appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog Primair voor recht verklaart dat het door Braincap aan [appellant] verleende ontslag nietig is omdat Braincap niet voldaan heeft aan de door het UWV Werkbedrijf gestelde voorwaarde; Braincap veroordeelt om aan al haar verplichtingen op grond van de arbeidsovereenkomst met [appellant] te voldoen; Braincap veroordeelt om aan [appellant] zijn bruto salaris te betalen vanaf de maand september 2013 van (in 2013) € 3.474,- bruto per maand, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf de vervaltermijn van iedere salarisbetaling tot aan de dag van de algehele voldoening; Subsidiair 4. Braincap veroordeelt om aan [appellant] zijn bruto salaris te betalen over de maanden september, oktober, november en december 2013 van € 3.474,- per maand, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf ieder moment van verschuldigdheid steeds tot aan de dag van de algehele voldoening; 5. Braincap veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 500,- bruto per maand voor het gemis van de leaseauto die Braincap aan hem ter beschikking had moeten stellen te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2013, 1 november 2013, 1 december 2013 en 1 januari 2014; 6. voor recht verklaart dat het door Braincap aan [appellant] verleende ontslag kennelijk onredelijk is; 7. primair: Braincap veroordeelt om de arbeidsovereenkomst met [appellant] binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te herstellen op straffe van een dwangsom, althans subsidiair: Braincap veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 75.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; Primair en subsidiair 8. Braincap veroordeelt in de proceskosten in beide instanties, met rente over de proceskosten in eerste aanleg. Braincap heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis met veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep. Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden. 2Feiten De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1.1 tot en met 1.17 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende. 2.1 [appellant], geboren op 1 februari 1965, is op 1 juli 1993 bij Integer Noord-Nederland B.V. in dienst getreden in de functie van Medior Java Developer. Integer Noord-Nederland B.V. was één van de vennootschappen van de Integer-Groep. Op 23 mei 2012 is het faillissement uitgesproken van alle vennootschappen van deze groep. Bij brief van 25 mei 2012 heeft de curator bij brief aan de personeelsleden van deze vennootschappen medegedeeld dat er een doorstart is gerealiseerd en dat de bedrijfsactiviteiten van de Integer-vennootschappen zullen worden voortgezet door Braincap B.V. en dat laatstgenoemde (een deel van) het personeel zal benaderen om bij haar in dienst te treden. Braincap heeft ongeveer 80 van de 160 personeelsleden die bij de Integer-vennootschappen in dienst waren een arbeidsovereenkomst aangeboden. Braincap heeft ook aan [appellant] zo’n aanbod gedaan en [appellant] heeft dat aanvaard en is op 29 mei 2012 bij Braincap in dienst getreden, in de functie van Software Engineer III als Java Developer tegen een salaris van € 3.474,- bruto per maand, op basis van een 90% dienstverband. In de zomer 2012 eindigde de detachering van [appellant] bij het Ministerie van Defensie, welke detachering op dat moment twee jaar had geduurd. Na 1 september 2012 heeft Braincap [appellant] niet meer bij derden of anderszins te werk gesteld. 2.2 Braincap heeft [appellant] op 29 januari 2013 medegedeeld dat ontslag voor hem onvermijdelijk zou zijn indien er voor hem per 1 maart 2013 geen opdracht gevonden zou zijn. Braincap heeft [appellant] op 7 maart 2013 medegedeeld dat hij op non-actief werd gesteld en dat een ontslagprocedure zou worden gestart. 2.3 Op 25 maart 2013 heeft de directie van Braincap in een brief aan al haar medewerkers onder andere geschreven: “Terugkijkend op het verkorte boekjaar 2012 stellen wij dat de zeven maanden Braincap, rekening houdend met het uitdagende startpunt, redelijk succesvol zijn geweest. Deze eerste maanden hebben een gezonde basis gelegd voor een bescheiden omzetgroei en een positief nettoresultaat in 2013. (…) Samenvatting Operationeel resultaat positief Hogere doorstartkosten Arbeidsvoorwaardelijk geen recht op bonus Gedeeltelijke bonusuitkering Vooruitzichten 2013 positief. (…)”. 2.4 Braincap heeft op 21 mei 2013 haar nieuwe website gelanceerd. Op deze website werd die dag een vacature voor een “Medior/Senior JAVA Developer Medior” geplaatst. Op diezelfde 21 mei 2013 heeft Van der Horde, human resources manager bij Braincap, een voor de directie en de website-ontwerper bedoelde e-mail aan het voltallig personeel van Braincap gestuurd, met daarin de mededeling: “Ziet er ook vanuit Italië goed uit, lijkt me alleen handig gezien de procedure die loopt tegen [appellant] om de vacature van Java even van de site te halen.” 2.5 Braincap heeft op 24 mei 2013 bij het UWV een ontslagvergunning aangevraagd voor [appellant]. In de toelichting waarom van de drie Java Developers de keuze op [appellant] is gevallen schrijft Braincap: “De keuze voor ontslag is gevallen op [appellant] omdat hij voorafgaande de indiensttreding bij Braincap later in dienst is getreden bij de rechtsvoorgangster dan Dudock”. [appellant] heeft inhoudelijk verweer gevoerd tegen deze ontslagaanvraag. Het UWV heeft op 24 juli 2013 de verzochte vergunning verleend. Het UWV heeft daartoe onder andere overwogen “is gebleken dat voor werknemer sinds september 2012 bemiddelingsactiviteiten hebben plaatsgevonden en dat thans aannemelijk is geworden dat herplaatsing bij potentiële opdrachtgevers vooralsnog niet concreet tot de mogelijkheden behoort.” Het UWV heeft ten slotte overwogen: "(…) dat, indien er binnen 26 weken na bekendmaking van deze toestemming een passende vacature voor werkzaamheden van dezelfde aard voor betrokken werknemer ontstaat, betrokken werknemer door u zal worden benaderd en als kandidaat voor de terbeschikkingstelling bij die opdrachtgever / inlener zal worden voorgedragen”. 2.6 Braincap heeft bij brief van 31 juli 2013 de arbeidsovereenkomst met [appellant] per 1 september 2013 opgezegd. 3Beoordeling 3.1 [appellant] heeft in eerste aanleg onder andere gevorderd primair een verklaring voor recht dat de door Braincap verrichte opzegging nietig is, aangezien de door het UWV aan de toestemming verleende voorwaarde is overtreden, subsidiair Braincap te veroordelen het salaris en een bijdrage voor de leaseauto te betalen over de maanden september tot en met december 2013, in verband met het niet in acht nemen van de geldige opzegtermijn, als ook een verklaring voor recht dat de opzegging kennelijk onredelijk is, en op basis daarvan het dienstverband te herstellen, dan wel een vergoeding toe te kennen van € 75.000,- bruto, met veroordeling van Braincap in de proceskosten. Braincap heeft zich tegen de vorderingen verweerd. 3.2 De kantonrechter heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen, behoudens toekenning van een maandsalaris van € 3.474,- te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, in verband met de onregelmatige opzegging per 1 september 2013 in plaats van per 1 oktober 2013. [appellant] is, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten veroordeeld. 3.3 [appellant] vordert in hoger beroep vernietiging van het bestreden vonnis en toewijzing van hetgeen hij in eerste aanleg heeft gevorderd, met dien verstande dat over het achterstallige loon primair onder 3 en subsidiair onder 5 ook de verhoging op grond van artikel 7:625 BW wordt gevorderd, en met veroordeling van Braincap in de proceskosten in beide instanties. Braincap verweert zich tegen deze vorderingen en verzoekt het bestreden vonnis te bekrachtigen met veroordeling van [appellant] in de proceskosten in hoger beroep. [appellant] voert tegen het bestreden vonnis de volgende grieven aan. 3.4 De grieven I en II zijn gericht tegen de overwegingen van de kantonrechter dat, kort samengevat, de door het UWV aan de vergunning gestelde voorwaarde niet is overtreden. Grief III is gericht tegen de overweging van de kantonrechter dat dient te worden uitgegaan van een dienstverband vanaf 29 mei 2012 en niet vanaf 1993 en grief IV is gericht tegen de overweging van de kantonrechter dat dient te worden uitgegaan van een opzegtermijn van een maand. Grief V is gericht tegen de overweging van de kantonrechter dat “niet kan worden geoordeeld dat Braincap niet in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen om het bedrijf op een andere wijze te organiseren.”. Grief VI is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat “de opzegging van de arbeidsovereenkomst met [appellant] in overeenstemming is met de eisen van goed werkgeverschap en niet kennelijk onredelijk is”. Grief VII is gericht tegen de proceskostenveroordeling. In grief VIII wordt aangevoerd dat de kantonrechter heeft nagelaten te beslissen op de vordering tot toekenning van een vergoeding voor het gemis van de leaseauto gedurende de niet in acht genomen opzegtermijn. 3.5 Met zijn grieven voert [appellant], kort samengevat, aan dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.