← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2016:5605

Parketnummer: 23-001243-16 Datum uitspraak: 29 november 2016 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 april 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-223863-15 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1958, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 5 november 2015 te Amsterdam opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt (aan [naam]) en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer een bolletje cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis zal worden bevestigd. Vrijspraak In het dossier bevindt zich onder andere een proces-verbaal van bevindingen waaruit volgt dat verbalisanten hebben waargenomen dat de verdachte een andere man, te weten [naam], verder te noemen [naam], een klein voorwerp overhandigde in ruil voor muntstukken. Uit een proces-verbaal van aanhouding blijkt dat kort erna bij de aangehouden [naam] een bolletje cocaïne is aangetroffen. Uit een aanvullend proces-verbaal van bevindingen volgt dat de verbalisanten de waarneming van de vermeende overdracht van cocaïne met een verrekijker hebben gedaan. De verdachte heeft steeds ontkend drugs te hebben overhandigd. Uit het dossier blijkt dat bij de verdachte en in zijn – zich in de nabijheid bevindende - auto noch verdovende middelen noch muntstukken zijn aangetroffen. Daarnaast vond de waarneming van de vermeende overdracht plaats op een donkere winteravond en op een afstand van ongeveer 60 tot 70 meter. Gelet hierop bestaat de mogelijkheid dat er geen overdracht van cocaïne heeft plaatsgevonden tussen de verdachte en [naam]. Dit leidt tot het oordeel dat het hof niet de overtuiging heeft bekomen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van het tenlastegelegde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G. Oldekamp, mr. C.N. Dalebout en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 november 2016. mr. G. Oldekamp is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.