← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2016:5612

Parketnummer: 23-001983-16 Datum uitspraak: 19 december 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 mei 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-100786-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Somalië) op [geboortedag] 1984, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande, thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 december 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 14 mei 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer], gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: 'Adin Omak', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof zich niet met het vonnis kan verenigen. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. De betekenis van de woorden die de verdachte aan verbalisant heeft toegevoegd, kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. Volgens verbalisant heeft de verdachte “adin omak” tegen hem geroepen en vormen deze woorden een Arabisch-Egyptische belediging. Dit blijkt echter niet uit de stukken. Nu niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de gebruikte woorden een belediging bevatten, dient de verdachte te worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. P.F.E. Geerlings en mr. R.A.F. Gerding, in tegenwoordigheid van J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 december 2016.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.