GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.122.321/01 zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : 1370281 DX EXPL 11-363 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 maart 2017 inzake DEXIA NEDERLAND B.V., gevestigd te Amsterdam, appellante, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , wonend te [woonplaats] , geïntimeerde, advocaat mr. J.B. Maliepaard te Bleiswijk, 1Verder verloop van het geding Partijen worden hierna wederom Dexia en [geïntimeerde] genoemd. In deze zaak heeft het hof op 4 november 2014 een tussenarrest uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt verwezen naar dat arrest. In het kader van de in dat tussenarrest gegeven bewijsopdracht zijn aan de zijde van [geïntimeerde] op 22 januari 2015 twee getuigen gehoord. Van de getuigenverhoren is proces-verbaal opgemaakt. Dexia heeft afgezien van contra-enquête. [geïntimeerde] heeft een memorie na enquête met producties genomen, daarop is door Dexia bij antwoordmemorie na enquête met producties gereageerd. Ten slotte hebben partijen wederom arrest gevraagd. 2Verdere beoordeling 2.1 [geïntimeerde] is bij het tussenarrest toegelaten tot het leveren van tegenbewijs van het - voorshands als bewezen aangenomen - feit dat de echtgenote van [geïntimeerde] met het bestaan van de leaseovereenkomsten bekend is geworden meer dan drie jaar voordat zij de vernietiging bij brief van 13 juni 2005 heeft ingeroepen. [geïntimeerde] heeft zichzelf en zijn echtgenote, [X] (hier ook: [X] ) als getuigen doen horen. 2.2 In het tussenarrest heeft het hof overwogen dat [geïntimeerde] bij memorie van antwoord heeft gesteld dat zijn echtgenote ook al eerder, bij brief van 2 april 2003, een beroep heeft gedaan op vernietiging van een viertal leaseovereenkomsten. Deze brief en het antwoord van Dexia bij brief van 8 april 2003 heeft hij bij memorie van antwoord in het geding gebracht. Nu Dexia zich nog niet heeft uitgelaten over de memorie van antwoord en deze producties heeft het hof Dexia in de gelegenheid gesteld dat alsnog bij memorie na enquête te doen. Met name zijn relevant de stellingen dat [X] al eerder alle overeenkomsten heeft vernietigd en dat stuiting van de verjaring heeft plaats gevonden, aldus het hof. 2.3 [geïntimeerde] stelt in de memorie na enquête dat hij met de getuigenverklaringen het bewijsvermoeden heeft weerlegd, hetgeen Dexia in de antwoordmemorie na enquête niet betwist. De enige vraag die partijen nog verdeeld houdt, is of bij brief van 2 april 2003 ook de twee verlieslatende overeenkomsten Korting-Koers Lease-Service met contractnummer [nummer 3] en [nummer 2] zijn vernietigd. 2.4 De brief van 2 april 2003 luidt, voor zover van belang, als volgt: “In de afgelopen jaren zijn tussen mijn echtgenoot en uw bank een aantal effectenleasecontracten tot stand gekomen. Het gaat daarbij – voorzover ik kan nagaan – om de volgende contracten: [contractgegevens invullen] 1. Legio Feestplan Contractnr.: ………….... [nummer 4] 2. Legio Winstverdriedubbelaar Contractnr.: [nummer 5] 3. Legio Winstver10dubbelaar Contractnr.: [nummer 6] 4. Legio Winstverdriedubbelaar Contractnr.: [nummer 7] (...) Nu mijn toestemming ontbreekt beroep ik mij op de vernietigingsgrond als opgenomen in artikel 1:89 BW, hetgeen tot gevolg heeft dat alle zonder mijn toestemming gesloten overeenkomsten met terugwerkende kracht geacht moeten worden niet tot stand te zijn gekomen.” 2.5 Dexia betoogt dat de echtgenote van [geïntimeerde] in de vernietigingsbrief de overeenkomsten die zij wenst te vernietigen moet noemen. Zij kon derhalve niet volstaan met de zinsnede “voor zover ik kan nagaan” dan wel met een verwijzing naar “alle zonder mijn toestemming gesloten overeenkomsten”. 2.6 Dienaangaande geldt het volgende. Aan de vernietigingsbrief kan - gelet op artikel 3:50, eerste lid, BW – de eis worden gesteld dat daaruit blijkt om welke rechtshandeling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.