GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummers : 200.186.069/01; 200.186.100/01; en 200.186.113/01 zaak-/rolnummers rechtbank Amsterdam : C/13/534453 / HA ZA 13-97; en C/13/538536 / HA ZA 13-319 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 mei 2017 in de zaak met zaaknummer 200.186.069/01 1 [appellant 1] , wonend te [woonplaats] (Volksrepubliek China), advocaat mr. S.J.H.M. Berendsen te Amsterdam, 2 [appellant 2] , wonend te [woonplaats] , advocaat: mr. J.A.I. Verheul te Amsterdam, 3de rechtspersoon naar vreemd recht CADENZA MANAGEMENT LIMITED, gevestigd te Tortola (Britse Maagdeneilanden), advocaat: mr. J.A.I. Verheul te Amsterdam, appellanten, tegen FAIRSTAR HEAVY TRANSPORT N.V., gevestigd te Rotterdam, advocaat: mr. P.D. Olden te Amsterdam, geïntimeerde; in de zaak met zaaknummer 200.186.100/01 1 [appellant 1] , wonend te [woonplaats] (Volksrepubliek China), advocaat mr. S.J.H.M. Berendsen te Amsterdam, 2 [appellant 2] , wonend te [woonplaats] , advocaat: mr. J.A.I. Verheul te Amsterdam, appellanten, tegen DOCKWISE WHITE MARLIN B.V., gevestigd te Breda, advocaat: mr. P.D. Olden te Amsterdam, geïntimeerde; in de zaak met zaaknummer 200.186.113/01 1de gezamenlijke erven van [appellant 3] , laatst gewoond hebbend te [woonplaats] , 2 Johannes Jan Hendrik [appellant 4] , wonend te [woonplaats] (België), appellanten, advocaat: mr. J.H. de Lange te Amsterdam, tegen 1FAIRSTAR HEAVY TRANSPORT N.V., gevestigd te Rotterdam, 2DOCKWISE WHITE MARLIN B.V., gevestigd te Breda, geïntimeerden, advocaat: mr. P.D. Olden te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna [appellant 1] , [appellant 2] , Cadenza, [erven appellant 3] , [appellant 4] , Fairstar en Dockwise genoemd. [appellant 1] en [appellant 2] worden hierna gezamenlijk [appellant 1 & 2] genoemd. [erven appellant 3] en [appellant 4] gezamenlijk worden hierna [erven appellant 3 & appellant 4] genoemd. [appellant 3] wordt hierna [appellant 3] genoemd. [appellant 3] en [appellant 4] worden hierna gezamenlijk [appellant 3 & 4] genoemd. Fairstar en Dockwise worden hierna gezamenlijk Dockwise c.s. genoemd. in de zaak met zaaknummer 200.186.069/01 Bij dagvaarding van 29 december 2015 hebben [appellant 1 & 2] en Cadenza Fairstar gedagvaard en hoger beroep ingesteld tegen vonnissen van de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2013, 30 oktober 2013 en 30 september 2015, voor zover onder zaak-/rolnummer C/13/534453/HA ZA 13-97 gewezen tussen Fairstar als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie en [appellant 1 & 2] en Cadenza als (mede)gedaagden in conventie tevens (mede)eisers in reconventie. [appellant 1 & 2] en Cadenza hebben daarna een memorie van grieven ingediend, onder meer bevattend een preliminaire grief en eenentwintig grieven, alsmede de daarbij behorende producties. Bij rolbeslissingen van 8 en 9 juni 2016 heeft de rolraadsheer het verzoek om de preliminaire grief als eerste te behandelen toegewezen respectievelijk de zaak (opnieuw) naar de rol verwezen voor het nemen van een memorie van antwoord ter zake van de preliminaire grief. Vervolgens heeft Fairstar een memorie van antwoord ter zake van de preliminaire grief ingediend. Ten slotte is arrest gevraagd. [appellant 1 & 2] en Cadenza hebben geconcludeerd, samengevat en voor zover thans van belang: primair het bestreden vonnis van 30 september 2015 nietig te verklaren althans te vernietigen op grond van de preliminaire grief en de uitvoerbaarheid van het vonnis in conventie van de rechtbank van 30 september te schorsen en de zaak te verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, dan wel een andere rechtbank in het ressort van het hof voor een nieuwe behandeling en verdere afhandeling van de zaak, en overigens overeenkomstig de conclusie van hun memorie. Fairstar heeft geconcludeerd tot verwerping van de preliminaire grief en tot afwijzing van de overige vorderingen c.q. verzoeken ter zake van de preliminaire grief. in de zaak met zaaknummer 200.186.100/01 Bij dagvaarding van 29 december 2015 hebben [appellant 1 & 2] Dockwise gedagvaard en hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 september 2015, voor zover onder zaak-/rolnummer C/13/538536/HA ZA 13-319 gewezen tussen Dockwise als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie en [appellant 1 & 2] , als (mede)gedaagden in conventie tevens (mede)eisers in reconventie. [appellant 1 & 2] hebben daarna een memorie van grieven ingediend, onder meer bevattend een preliminaire grief en eenentwintig grieven, alsmede de daarbij behorende producties. Bij rolbeslissingen van 8 en 9 juni 2016 heeft de rolraadsheer het verzoek om de preliminaire grief als eerste te behandelen toegewezen respectievelijk de zaak (opnieuw) naar de rol verwezen voor het nemen van een memorie van antwoord ter zake van de preliminaire grief. Vervolgens heeft Fairstar een memorie van antwoord ter zake van de preliminaire grief ingediend. Ten slotte is arrest gevraagd. [appellant 1 & 2] hebben geconcludeerd, samengevat en voor zover thans van belang: primair het bestreden vonnis van 30 september 2015 nietig te verklaren althans te vernietigen op grond van de preliminaire grief en de uitvoerbaarheid van het vonnis in conventie van de rechtbank van 30 september te schorsen en de zaak te verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, dan wel een andere rechtbank in het ressort van het hof voor een nieuwe behandeling en verdere afhandeling van de zaak, en overigens overeenkomstig de conclusie van hun memorie. Dockwise heeft geconcludeerd tot verwerping van de preliminaire grief en tot afwijzing van de overige vorderingen c.q. verzoeken ter zake van de preliminaire grief. in de zaak met zaaknummer 200.186.113/01 [appellant 3 & 4] zijn bij dagvaarding van 28 december 2015 in hoger beroep gekomen van vonnissen van de rechtbank Amsterdam van 30 oktober 2013, 19 februari 2014 en 30 september 2015, voor zover onder zaak-/rolnummers C/13/534453/HA ZA 13-97 en C/13/538536/HA ZA 13-319 gewezen in de gevoegde zaken tussen Fairstar, respectievelijk Dockwise als eiseressen in conventie, tevens verweersters in reconventie en telkens [appellant 1 & 2] als (mede)gedaagden in conventie tevens (mede)eisers in reconventie. [appellant 3] is begin 2016 overleden. De [erven appellant 3 & appellant 4] hebben daarna een memorie van grieven ingediend met twintig grieven, waaronder een preliminaire grief (grief 1 onder 7.1 tot en met 7.12), alsmede de daarbij behorende producties. Bij rolbeslissingen van 8 en 9 juni 2016 heeft de rolraadsheer beslist dat de preliminaire grief als eerste wordt behandeld respectievelijk de zaak (opnieuw) naar de rol verwezen voor het nemen van een memorie van antwoord ter zake van de preliminaire grief. Vervolgens hebben de [erven appellant 3] nog een akte wijziging van eis genomen en heeft Fairstar tegelijkertijd een memorie van antwoord ter zake van de preliminaire grief ingediend. Ten slotte is arrest gevraagd. [erven appellant 3 & appellant 4] hebben laatstelijk in hun akte wijziging van eis geconcludeerd dat het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en voor zover thans van belang: primair het vonnis in gevoegde zaken van 30 september 2015 nietig te verklaren althans te vernietigen op grond van de preliminaire grief en de zaak te verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, dan wel een andere rechtbank in het ressort van het hof dan de rechtbank Amsterdam, voor een nieuwe behandeling en verdere afhandeling van de zaak, en overigens overeenkomstig het petitum van hun akte wijziging van eis. Dockwise c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van de preliminaire grief en tot afwijzing van de overige vorderingen c.q. verzoeken ter zake van de preliminaire grief. 2Feiten in alle drie de zaken: Voor zover thans van belang kan in hoger beroep worden uitgegaan van de volgende feiten. 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.