GERECHTSHOF AMSTERDAM BEKLAGKAMER Beschikking van 31 mei 2017 op het beklag met het rekestnummer K16/0220 van [klager] , wonende te [woonplaats] , klager. 1Het beklag Het klaagschrift is op 15 april 2016 door het hof ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie te Noord-Holland om geen strafvervolging in te stellen tegen [beklaagde 1] en [beklaagde 2], ter zake van smaad(schrift)/laster (artikelen 261/262 Wetboek van Strafrecht). 2Het verslag van de advocaat-generaal Bij verslag van 2 januari 2017 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen. 3De voorhanden stukken Behalve van het klaagschrift en van het verslag heeft het hof kennis genomen van de diverse door klager ingezonden stukken (waaronder zijn boek over de met de klacht samenhangende bestuurlijke problematiek in [gemeente] ) en van het ambtsbericht namens de hoofdofficier van justitie te Noord-Holland van 17 juni 2016 met bijlagen. 4De behandeling in raadkamer Het hof heeft klager in de gelegenheid gesteld op 8 maart 2017 het beklag toe te lichten. Klager is in raadkamer verschenen en heeft het beklag toegelicht en gehandhaafd. Aan de echtgenote van klager, [naam 1] , is bijzondere toegang verleend tot bijwoning van de niet openbare behandeling. Klager heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: De column van [beklaagde 1] heeft niet in de krant gestaan, maar staat op de website van de [krant]. Aanvankelijk luidde de kop: “In [gemeente] is de maffia de baas”. Dit is na een jaar veranderd in “Conflicten stapelen zich op in [gemeente] ”. U zegt mij dat u in het dossier niet de oorspronkelijke versie van het artikel heeft aangetroffen. Een schermafdruk van het artikel met de oorspronkelijke kop heb ik niet bij me; die heb ik destijds bij de aangifte overhandigd. U zegt mij dat ik een kopie kan nazenden. Het is een principiële kwestie voor mij. Er is hier sprake van machtsmisbruik. Het gaat niet alleen om wat politieke partijen doen, maar ook om de rol van B&W. Er worden rechten van burgers geschonden, zoals het heimelijk opnemen van telefoongesprekken en het vernietigen van stukken. In een rechtsstaat moet de overheid de burger beschermen en dat probeer ik in deze procedure te bereiken. De onderste steen moet boven. Het gaat erom dat wij opzettelijk door politieke figuren en bestuurders maffia worden genoemd en als bedreigers en bedriegers worden betiteld. Ik heb daar heel veel last van gehad en heb vele keren moeten uitleggen dat ik niet van de maffia ben. De kwestie heeft niets van doen met een ruimtelijke ordeningsconflict met de gemeente [gemeente] , maar met zwartmakerij als politieke strategie. De column is via wethouder [beklaagde 2] in elkaar gezet en was bedoeld om mij en mijn familie zwart te maken en om ons terug te pakken. Het college van B&W heeft in een aan mij gerichte brief van 26 augustus 2016 excuses aangeboden voor de bedreigingen en intimidaties die jegens mij zijn geuit. Ik vind dat niet voldoende. Ook vind ik het niet voldoende als die brief publiek zou worden gemaakt. Er is mij € 25.000,- als compensatie voor de door mij geleden schade aangeboden onder de voorwaarde dat ik alle procedures tegen de gemeente [gemeente] intrek, maar ik ben al € 100.000,- kwijt aan die procedures. Ik heb een claim van € 450.000,- ingediend bij de gemeente. Het aanbod van € 25.000,- zie ik als chantage. Ik heb meermalen aangifte gedaan en mijn klacht ziet ook op die eerdere aangiften. De advocaat-generaal is bij de behandeling in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft zij geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien. De advocaat-generaal heeft opgemerkt dat de aangifte van 24 oktober 2015 moet worden gezien in de context van een groot en complex geheel van gebeurtenissen waarin diverse gerechtelijke procedures en een schikkingsvoorstel vanuit de gemeente aan de orde zijn. Daarbij komt dat klager zelf de publiciteit evenmin schuwt. Naar het oordeel van de advocaat-generaal is - als er al sprake is van een strafbaar feit - toepassing van het strafrecht in deze zaak niet passend. 5De beoordeling van het beklag Het beklag is gedaan met betrekking tot de aangifte van 24 oktober 2015 ter zake van smaad(schrift)/laster, waaraan geen vervolg is gegeven door de officier van justitie. Volgens de aangifte is klager al een aantal jaren verwikkeld in een conflict met de gemeente [gemeente] en hij heeft al eerder aangifte gedaan. Op 8 augustus 2014 is op de website van De [krant] onder de kop “In [gemeente] is de maffia de baas” een column van beklaagde [beklaagde 1] verschenen. In die column is gesteld dat klager en zijn familie van de maffia zijn en dat klager mensen fysiek heeft bedreigd en vernieling heeft gepleegd ten nadele van anderen. Uit door de gemeente [gemeente] aan klager verstrekte documenten, waaronder e-mailcorrespondentie tussen [beklaagde 1] en [beklaagde 2] (destijds wethouder van [gemeente] ) vlak voor het verschijnen van de column, is klager duidelijk geworden dat [beklaagde 1] gebruik heeft gemaakt van vertrouwelijke informatie van de gemeente. Klager voelt zich door de column van [beklaagde 1] en door het uitwisselen van vertrouwelijke informatie door [beklaagde 2] benadeeld. In de column schrijft [beklaagde 1] over het conflict tussen de gemeente [gemeente] en de gebroeders [naam 2] en al dan niet in rechte aangevochten beslissingen. In de column wordt melding gemaakt van “herhaalde fysieke bedreiging” door klager van een buurman, vernieling van een regenpijp die uitkwam op een afvoer in klagers grond, het niet erkennen van een recht op overpad, het uitschelden van buren, zich door een aanhoudende stroom van telefoontjes en mails van klager en zijn broer “geïntimideerd” voelende ambtenaren. In de tekst van de column wordt tweemaal gerefereerd aan de maffia, te weten: - met betrekking tot de burgemeester van [gemeente] die een communicatiemedewerker van de gemeente had gevraagd met een journalist te spreken over diens niet aflatende stroom van negatieve berichtgeving: “De razende reporter vatte dat op als een poging hem monddood te maken. ‘Maffiapraktijken’ oordeelde professor [naam 3] .”, - onder het kopje “gewiekste zakenlieden”: “Hij (een raadslid) heeft volkomen gelijk, maar ook in [gemeente] leggen de lokale politici het meestal af tegen gewiekste zakenlieden. Met dank aan EenVandaag, de lokale pers en mediaprofessor [naam 3] , die de burgemeester op gezag van één journalist beschuldigde van maffiapraktijken.” Op de website wordt de column gevolgd door een reactie van klager. Oordeel hof Klager heeft ter toelichting op zijn beklag een breed scala aan bezwaren tegen de werkwijze van functionarissen van de gemeente [gemeente] naar voren gebracht. Gelet op strekking van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering kan het hof zich echter alleen uitlaten over de aangifte waarop het beklag tegen de sepotbeslissing van de officier van justitie ziet, te weten klagers aangifte over de online column van 8 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.