beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummers : 200.148.916/01 NOT en 200.149.303/01 NOT nummers eerste aanleg : 532869/NT 12-74, 534336/NT 13-2, 532874/NT 12-75 en 542872/NT 13-39 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 13 juni 2017 inzake 200.148.916/01 NOT: mr. [naam] , oud-notaris te [plaats] , appellant, gemachtigde: mr. A.H.J. van den Biesen, advocaat te Amsterdam, tegen [naam] , wonend te [plaats] , geïntimeerde, gemachtigde: mr. J.H. van Woudenberg, advocaat te Amsterdam, en inzake 200.149.303/01 NOT: mr. [naam] , oud-notaris te [plaats] , appellant, gemachtigde: mr. A.H.J. van den Biesen, advocaat te Amsterdam, tegen mr. [naam] , wonend te [plaats] , geïntimeerde, gemachtigde: mr. J.H. van Woudenberg, advocaat te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep 1.1. Op 12 mei 2015 heeft het hof in hoger beroep een beslissing (ECLI:NL:GHAMS:2015:1737) gegeven in beide zaken. In deze beslissing heeft het hof de bestreden beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam (hierna: de kamer) van 15 april 2014 (ECLI:NL:TNORAMS:2014:9) vernietigd en – kort gezegd – de oud-notaris (hierna: de notaris) de maatregel van ontzetting uit het ambt opgelegd. Voor het verloop van het geding tot 12 mei 2015 verwijst het hof naar deze beslissing. 1.2. De notaris heeft bij brief van 13 januari 2016 (met bijlagen) verzocht om herziening van voormelde beslissing. 1.3. Bij beslissing van 6 september 2016 (ECLI:NL:GHAMS:2016:3598, hierna: de herzieningsbeslissing) heeft het hof, kort gezegd, het herzieningsverzoek van de notaris gegrond verklaard en de behandeling van het hoger beroep van de notaris heropend, partijen in de gelegenheid gesteld hun standpunten over de oorspronkelijke klachten aan te vullen (in het licht van de feiten en omstandigheden die na de beslissing van 12 mei 2015 naar voren zijn gekomen), bepaald dat een nieuwe mondelinge behandeling zal worden gehouden indien een van partijen dat verlangt en elke verdere beslissing aangehouden. Voor het verloop van het herzieningsgeding verwijst het hof naar deze herzieningsbeslissing. 1.4. De notaris heeft bij brief van 17 oktober 2016 (met bijlagen) zijn standpunt over de oorspronkelijke klachten aangevuld. 1.5. [klagers] (hierna ook: klagers) hebben bij brief van 17 februari 2017 (met bijlagen) eveneens hun standpunt over de oorspronkelijke klachten aangevuld. 1.6. Nadien zijn door klagers op 15 februari 2017 en 27 februari 2017 nadere stukken bij het hof ingediend. De notaris heeft op 18 februari 2017 nadere stukken bij het hof ingediend. 1.7. De zaken zijn gelijktijdig behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 2 maart 2017. De notaris, vergezeld van zijn gemachtigde, en klagers, vergezeld van hun gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; beide gemachtigden aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities. Desgevraagd heeft de gemachtigde van klagers verklaard geen bezwaar te hebben tegen toelating van de buiten de daarvoor gestelde termijn door de notaris bij brief van 27 februari 2017 ingediende productie. Het hof zal deze productie derhalve in de beoordeling betrekken. Na afloop van de zitting heeft de voorzitter de behandeling van de zaken gesloten en partijen medegedeeld dat het hof op 16 mei 2017 uitspraak zal doen. 1.8. Bij brief van 15 mei 2017 heeft het hof partijen medegedeeld dat de uitspraakdatum is uitgesteld naar 13 juni 2017. 1.9. Op 30 mei 2017 heeft het hof de behandeling van de zaken heropend en partijen bij brief van diezelfde datum in de gelegenheid gesteld te reageren op nieuwe informatie die het hof van de kamer heeft ontvangen die van belang is of kan zijn voor de behandeling van de zaken in hoger beroep. 1.10. Op 9 juni 2017 hebben zowel klagers als de notaris per e-mail een reactie bij het hof ingediend. 2De stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie, de stukken ingediend bij het hof in de hoger beroepzaken en de herzieningszaak, alsmede de hiervoor vermelde stukken. 3De feiten 3.1. Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen het hof in de beslissing van 12 mei 2015 en de beslissing van 6 september 2016 heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten geen bezwaar gemaakt. 3.2. Het gaat in deze zaak – kort samengevat – om het volgende. 3.2.1. Klagers hebben een affectieve relatie. [Naam klaagster] (hierna ook: klaagster) is werkzaam als kandidaat-notaris en naar eigen zeggen ‘hardcore’ specialist in het familierecht/estateplanning alsmede deskundig op het gebied van verdelingen. 3.2.2. [Naam klager] (hierna ook: klager) en zijn broer [naam] (hierna: de broer) waren tot 1998 beiden aandeelhouder in de vennootschap [naam] . In die periode hebben klager en de broer verschillende (onroerende) zaken al dan niet gezamenlijk in eigendom verkregen. De notaris heeft sinds medio 1985 voor klager en de broer verschillende notariële werkzaamheden verricht, onder meer met betrekking tot gemeenschappelijke aankopen van onroerende zaken, het vestigen van zekerheden en de inbreng in vennootschappen. Hierbij fungeerde de broer steeds als woordvoerder voor beiden tegenover de notaris. 3.2.3. Klager en de broer hebben sinds eind 2007 onderhandelingen gevoerd over de ontvlechting van hun samenwerking en de afwikkeling van het door hen gezamenlijk opgebouwde vermogen. Eind 2009 heeft de broer de notaris opdracht gegeven om die ontvlechting notarieel vorm te geven. Daarbij was het volgende aan de orde: - de aankoop door de broer van de woning met toebehoren, gelegen aan de [straat] in [plaats] (hierna: [woning A] ) van [naam] (hierna: [de heer X] ), voor een koopprijs van € 2.350.000,00, met daarop volgend de doorverkoop van de woning door de broer aan klager voor dezelfde koopprijs; - de verkoop van het appartement aan de [straat] in [plaats] (hierna: het appartement) en een parkeergarageplek aan de [straat] door de broer en klager aan [de heer X] en zijn echtgenote voor een koopprijs van € 1.000.000,00; - de verkoop door klager van zijn aandelen in [BV1] (hierna: [BV1] ) aan de broer; - de verkrijging door klager van de onverdeelde helft in het weiland, gelegen nabij de [straat] en grenzend aan [woning A] (hierna: het weiland) van de broer voor een koopprijs van € 152.500,00; klager was al eigenaar van de andere onverdeelde helft; - het vastleggen van het gebruik van het weiland door de echtgenote van de broer; - de verkoop door klager aan de broer van alle aandelen in [BV2] ; - het vastleggen van geldleningen die over en weer zouden worden afgesloten ter financiering van de hiervoor bedoelde transacties; - het regelen van de vrijstelling voor overdrachtsbelasting voor Rijksmonumenten, welke vrijstelling per 31 december 2009 zou komen te vervallen; dit was met betrekking tot het appartement en [woning A] aan de orde. 3.2.4. De notaris heeft in de periode van december 2009 tot en met juni 2010 in dat kader in totaal 8 notariële akten en 2 onderhandse overeenkomsten opgemaakt, die partijen hebben ondertekend. 3.2.5. De notaris is halverwege juli 2012 gedefungeerd. 3.2.6. Klager heeft in 2014 verschillende civiele procedures aangespannen jegens onder andere de broer en de notaris. 3.2.7. Bij beschikking van 20 november 2014 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam is het door klager gevraagde verlof om ten laste van de broer conservatoir beslag te mogen leggen onder derden en op aandelen, onroerende en roerende zaken (alsnog) geweigerd. Het gerechtshof Amsterdam heeft op 1 december 2015 voormelde beschikking bekrachtigd en klager veroordeeld in de proceskosten. 3.2.8. Bij vonnis van 9 november 2016 heeft de rechtbank Amsterdam alle vorderingen van klager betreffende – kort gezegd – de ontvlechting in 2009 en strekkende tot het verkrijgen van een schadevergoeding, ingesteld tegen onder anderen de broer en (het kantoor van) de notaris, afgewezen. Klager is veroordeeld in de proceskosten. In deze civiele procedure zijn de in de herzieningsbeslissing van dit hof genoemde verklaringen van fiscaal adviseur [naam] (hierna: [fiscaal adviseur] ) en klaagster van 16 januari 2015 respectievelijk 20 december 2015 overgelegd. Van het vonnis is hoger beroep ingesteld. 4De oorspronkelijke klachten De klacht met nummer 532869/NT 12-74 4.1. In de kern komt de klacht erop neer dat klager de notaris verwijt dat deze bij het realiseren van de ontvlechting van de samenwerking tussen klager en de broer en de afwikkeling van het al dan niet door hen gezamenlijk opgebouwd vermogen, specifiek bij het opmaken en passeren van de akten op 29 december 2009, in strijd heeft gehandeld met zijn zorg-, onderzoeks-, informatie- en geheimhoudingsplicht. Daarnaast verwijt klager de notaris dat hij partijdig en niet vakbekwaam heeft gehandeld. De klacht valt in de volgende onderdelen uiteen. A. Partijdigheid 1. Bij het opmaken van de verschillende akten heeft de notaris uitsluitend de instructies van de broer gevolgd, de regie aan de broer uit handen gegeven en geen overleg met klager gevoerd of om zijn instemming gevraagd, terwijl de notaris zich als onpartijdig notaris had dienen op te stellen. De notaris was bekend met, althans had ermee bekend kunnen zijn, dat klager in verhouding met de broer het onderspit delfde. Hiervoor had klaagster de notaris gewaarschuwd en dit had de notaris gezien de door hem in het verleden telkens in opdracht van de broer gepasseerde akten duidelijk moeten zijn. 2. De notaris heeft de conceptakten niet aan klager rechtstreeks toegezonden, maar aan de chauffeur van de broer meegegeven. Dit gaf de broer de mogelijkheid om een door hem opgestelde afrekening aan de stukken toe te voegen, terwijl bij klager de indruk werd gewekt dat alle stukken door de notaris waren opgesteld. 3. De notaris heeft een kwijtingsbepaling in de akte van verkoop en levering van aandelen [BV1] opgenomen, zonder bij klager te informeren wat die gemeenschap inhield en welke geschilpunten er nog tussen partijen bestonden. Verder is de notaris tijdens de onderhandelingen op 29 december 2009 niet opgekomen voor het belang van klager als zwakkere partij en heeft hij daarbij tevens zijn onderzoeksplicht verzaakt door niet verder te informeren naar de uitkomst van de zogenaamde ‘ [naam] ’ rechtszaak, terwijl later uit informatie van de rechtbank bleek dat het geld van die rechtszaak al aan de broer was uitgekeerd. Klager is bij de onderhandelingen niet de mogelijkheid geboden om contact op te nemen met zijn adviseur. 4. Klager is door de notaris onder druk gezet om akkoord te gaan met de passeerdatum van 29 december 2009, terwijl de notaris een “Groninger akte” had kunnen voorstellen aan partijen, zodat in 2009 nog gebruik had kunnen worden gemaakt van de per 31 december 2009 vervallen vrijstelling voor overdrachtsbelasting voor Rijksmonumenten. 5. De notaris heeft op 29 december 2009 de verschillende akten gepasseerd, zonder rekening te houden met de door klaagster vooraf gegeven waarschuwingen en informatie over de waarde van de betrokken registergoederen en het feit dat klager geen informatie kreeg van de broer en van hem geen contact op mocht nemen met de notaris. 6. In de akte van levering met betrekking tot het weiland is niet de afspraak tussen klager en de broer over een persoonlijk (mede)gebruik van het weiland vastgelegd, maar een zakelijk recht van gebruik. Het was de uitdrukkelijke wens van de broer dat zijn echtgenote het weiland kon blijven gebruiken voor het berijden van haar paarden. De notaris is bij de bespreking op 29 december 2009 niet op het voorstel van hun zuster [naam] ingegaan om de akte zodanig aan te passen dat een persoonlijk recht van medegebruik van het weiland voor een beperkte periode werd vastgelegd. 7. Onbegrijpelijk is waarom de tussen partijen gemaakte afspraak met betrekking tot de “ship-shape” oplevering van [woning A] niet in de akten van levering is opgenomen. Verder is het klager onduidelijk waarom [woning A] eerst door [de heer X] aan de broer en vervolgens op de dezelfde dag door de broer aan klager werd geleverd. B. Informatieplicht 8. De notaris heeft klager niet over de (concept)akten geïnformeerd, zelfs niet nadat hij door klaagster op specifieke punten over de transacties was gewaarschuwd. De notaris heeft niet de deskundigheid van klager onderzocht. Verder zijn de conceptakten op een te korte termijn aan klager gezonden. 9. Op 24 december 2009 zijn de conceptakten aangepast, zonder dat de notaris klager daarvan vooraf in kennis heeft gesteld. 10. Tijdens het passeren heeft de notaris niet de tijd genomen de akten uitgebreid te bespreken, zoals blijkt uit de in de akten opgenomen passeertijden. 11. De notaris heeft klager niet gewaarschuwd voor de risico’s van het vestigen van een derdenhypotheek en er niet voor gezorgd dat klager zekerheden kreeg ter compensatie van de derdenhypotheek op [woning A] . Na de onderhandelingen tussen de broer en klager op 29 december 2009 bestond voor een derdenhypotheek immers geen rechtsgrond. C. Onderzoeksplicht 12. De notaris heeft met betrekking tot de verschillende transacties nagelaten om onderzoek te doen naar de waardestijgingen en -verminderingen van de registergoederen. Zo had de notaris een MOT-melding dienen te doen bij de transactie van het weiland dat op 29 december 2009 in één dag ruim € 1.000.000,00 in waarde steeg. Ook heeft de notaris de waardedaling van de aandelen [BV1] niet aan de bank medegedeeld en nagelaten de jaarrekening over 2008 te bestuderen. Mede gelet op de taxatierapporten die hem vooraf waren aangereikt, de mededeling van klaagster dat klager geen informatie kreeg van de broer en dat klager geen contact met de notaris mocht opnemen, had de notaris zijn ministerie moeten weigeren. 13. Op de afrekening van de broer stond een ‘betaling’ met saldo van klager op diens eigen bankrekening. De notaris had onderzoek dienen te verrichten naar de herkomst van dat geld. De notaris heeft die afrekening niet bestudeerd, met als gevolg dat de betaling van de ‘uitkoopprijs’ voor een deel buiten de derdengeldrekening van de notaris is omgegaan. Dit had voor de notaris (mede) reden kunnen zijn om zijn dienst te weigeren. Klager heeft tot op heden de overeengekomen uitkoopprijs niet ontvangen. 14. De notaris heeft in de akte met betrekking tot het weiland de bestemming van het weiland niet zodanig gewijzigd dat klager in aanmerking kon komen voor vrijstelling overdrachtsbelasting voor natuurgrond, op welke vrijstelling in de akte wel een beroep is gedaan. Het weiland voldoet evenmin aan de formele vereisten om als natuurterrein in de zin van de Natuurschoonwet te worden aangemerkt. Een natuurterrein mag uitsluitend worden gebruikt voor begrazing of als hooiland en niet voor het hebben, houden en berijden van paarden, zoals nu het geval is. D. Overige klachten 15. De notaris heeft geen of onvoldoende toezicht gehouden op de financiële en juridische organisatie van zijn kantoor door een notarisklerk in te zetten die niet op de hoogte was van de voorgeschiedenis - met name de waarden van de registergoederen - en van de situatie. De notarisklerk heeft de verschillende akten opgesteld, welke akten van een dermate complex juridisch niveau waren dat dit niet als passend werk voor een notarisklerk kan worden beschouwd. De notaris heeft nagelaten om de akten te controleren en te corrigeren, zodat in iedere akte sprake is van serieuze juridische fouten en ongebruikelijke artikelen en clausules, zoals de kwijtingsbepaling in de akte van verkoop en levering van aandelen [BV1] . 16. Op 1 december 2000 is voor de notaris de akte van verdeling van landgoed [naam] verleden, waarbij de broer aan klager NLG 15.000.000,00 voor diens helft betaalde. De akte is niet ingeschreven in de openbare registers. Dit registergoed is vervolgens op 17 december 2003 verkocht aan [BV3] voor € 14.500.000,00. Alle akten daartoe werden door de notaris gepasseerd; de notaris heeft toen geen melding gedaan van ongebruikelijke transacties. 17. De broer heeft klager in november 2009 verteld dat hij door de notaris op de hoogte was gebracht van de door klager aan de notaris gestuurde informatiebrief van 5 november 2008 met betrekking tot voormelde verdeling van landgoed [naam] en de daarmee gemoeide uitkoopsom. De notaris heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden door de broer van het bestaan van deze brief op de hoogte te brengen, te meer omdat klager de notaris in de brief om geheimhouding had verzocht. 18. De notaris heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden door - in strijd met de waarheid - te melden dat klaagster met de notaris heeft gebeld. Klaagster heeft aan de notaris een brief geschreven en e-mailcontact met hem gehad. De notaris heeft vervolgens in strijd met het verzoek van klaagster om geheimhouding, zowel klager als de broer ingelicht over de inhoud van de brief van klaagster. 19. De notaris is, na herhaald verzoek, pas op 3 juni 2010 overgegaan tot rectificatie van de door de notaris op 29 december 2009 gepasseerde akte van levering met betrekking tot het appartement en de parkeergarageplek. De klacht met nummer 534336/NT 13-2 4.2. Klager verwijt de notaris dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door de op 13 december 2012 door klager aan de notaris gezonden conceptklacht aan (de advocaat van) de broer door te sturen. In plaats van contact te zoeken met klager, waarom klager in de begeleidende brief vraagt, heeft de notaris de (advocaat van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.