parketnummer: 23-003586-15 datum uitspraak: 25 januari 2017 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 augustus 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13/139900-13 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1955, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 december 2016 en 11 januari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 5 mei 2013 te Uithoorn, in elk geval in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het eenmaal of meermalen (met kracht) - ( vast)pakken en/of (vast)grijpen en/of (vast)gepakt houden en/of (vast)gegrepen houden van de arm(en)/hand(en), in elk geval van het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of - duwen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] , (tengevolge waarbij voornoemde [slachtoffer] in het water (van de Amstel) is gevallen), waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden en/of ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer] teweeg heeft gebracht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof – op grondslag van een in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging – tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsoverwegingen De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij [slachtoffer] ‘zeker niet’ heeft geduwd en dat zij niet door zijn toedoen in het water is gevallen; zij zou zelf uit balans zijn geraakt. Het hof stelt deze verklaring terzijde en houdt de verdachte aan de verklaring die hij kort na het incident, ‘vers van de lever’, tegenover de ter plaatse gekomen politieambtenaren heeft afgelegd, welke verklaring het volgende inhoudt: “Vervolgens begon die vrouw zich ermee te bemoeien en dat pikte ik niet (…). Vervolgens was ik de vrouw zat. Ik duwde haar vervolgens. Doordat ik haar duwde belandde zij in de Amstel”. Deze verklaring vindt steun in de verklaringen die [getuige] als getuige heeft afgelegd en sluit aan bij de verklaring van [slachtoffer] . De raadsvrouw heeft het hof verzocht de verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde, omdat met het geven van een duw aan iemand die twee tot drie meter van de walkant vandaan staat niet de aanmerkelijke kans wordt aanvaard dat die ander te water raakt. Het hof verwerpt dit verweer, omdat het uit de gebezigde bewijsmiddelen, de verklaring van [slachtoffer] in het bijzonder, afleidt dat de verdachte met ‘vol opzet’ heeft gehandeld. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 5 mei 2013 te Uithoorn opzettelijk [slachtoffer] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het duwen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] , (ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] in het water van de Amstel is gevallen), waardoor verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer] teweeg heeft gebracht. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf en maatregel De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van 660 euro, subsidiair 13 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van 660 euro, subsidiair 13 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft een vrouw met wie hij onenigheid had in de Amstel geduwd. Hij heeft zich vervolgens niet meer om haar bekommerd. Het slachtoffer was niet in staat zelf uit het water te komen; omstanders hebben haar weer op de kant geholpen. Door zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Bovendien heeft het slachtoffer zich door zijn toedoen vernederd gevoeld tegenover het aanwezige publiek. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 december 2016 is hij eerder voor strafbare feiten onherroepelijk veroordeeld. Tevens liep hij in een proeftijd van een deels voorwaardelijk opgelegde straf. Een en ander weegt in zijn nadeel. Gelet op de beperkte draagkracht van de verdachte, zoals daarvan op de terechtzitting in hoger beroep is gebleken, vindt het hof het niet aangewezen hem een geldboete op te leggen, maar acht het in plaats daarvan, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Een geheel voorwaardelijke straf, zoals door de advocaat-generaal gevorderd, doet naar het oordeel van het hof onvoldoende recht aan de ernst van het bewezen feit. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 438,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.