← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2017:2186

afdeling strafrecht parketnummer: 23-004028-16 datum uitspraak: 6 juni 2017 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2016 in de strafzaak onder de parketnummers 13-702822-16 en 16-142465-14 (TUL) tegen [naam] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging, in zoverre zal het vonnis worden vernietigd, en met dien verstande dat de bewijsmiddelen zullen worden aangevuld met een bewijsmiddel. Vordering tenuitvoerlegging Het openbaar ministerie heeft ter terechtzitting in eerste aanleg de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 26 september 2014 voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 200,- . Deze vordering is bij vonnis van de politierechter van de rechtbank te Amsterdam op 21 oktober 2016 toegewezen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. Zowel de advocaat-generaal als de raadsman van de verdachte hebben ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de vordering tenuitvoerlegging moet worden afgewezen, omdat er geen mededeling uitspraak van het verstekvonnis van 26 september 2014 in het dossier is aangetroffen. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat het dossier geen mededeling van de uitspraak aan de verdachte bevat, als bedoeld in art. 366 of 366a lid 2 Wetboek van Strafvordering, van zijn veroordeling bij verstek door de rechtbank Midden-Nederland op 26 september

  1. Evenmin kan worden nagegaan, bij gebrek aan stukken daaromtrent, of één van de in art 366 lid 2 Sv genoemde uitzonderingen zich voordoet. Nu niet vast is komen te staan of de verdachte op de hoogte was van zijn voorwaardelijke veroordeling en van de aanvang van de proeftijd, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen. Aanvulling bewijsmiddelen Het overzicht van bewijsmiddelen wordt aangevuld met het navolgende bewijsmiddel: Een kennisgeving van inbeslagneming met nummer PL1300-2016217588-7 van 7 oktober 2016, opgemaakt door [opsporingsambtenaar] , doorgenummerde pagina
  2. Deze kennisgeving houdt, voor zover relevant en zakelijk weergegeven, het volgende in: Inbeslagneming Datum en tijd: 7 oktober 2016 Omstandigheden: bolletje was aangetroffen bij Chab Beslagene: Chab, El Miloud Goednummer: PL1300-2016217588-5265106 Object: verdovende mid (cocaïne) Bijzonderheden: 1 x gebruikers bolletje cocaïne. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht. Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Amsterdam van 12 oktober 2016, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 26 september 2014, parketnummer 16-142465-14, voorwaardelijk opgelegde geldboete van EURO 200,00, subsidiair 4 dagen hechtenis. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M.J.A. Duker en mr. M. Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van N. Hannaart, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 juni
  3. De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.