parketnummer: 23-003134-16 datum uitspraak: 1 februari 2017 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 augustus 2016 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-116662-16 (zaak A) en 15-119525-16 (zaak B) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 januari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlasteleggingen Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: Zaak A:hij op of omstreeks 3 juni 2016 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vier blikjes drank (met een winkelwaarde van 7,56 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; Zaak B:hij op of omstreeks 8 juni 2016 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee wraps (waarde 5,49 EURO), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan DEKA te Haarlem ([adres 2]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat de politierechter de bewijsmiddelen niet heeft uitgewerkt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A en B ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: Zaak A:hij op 3 juni 2016 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vier blikjes drank met een winkelwaarde van 7,56 euro, toebehorende aan Albert Heijn B.V.; Zaak B:hij op 8 juni 2016 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig goed, toebehorende aan DEKA te Haarlem ([adres 2]). Hetgeen in zaak A en B meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A en B bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het in zaak A en B bewezen verklaarde levert telkens op: diefstal. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in zaak A en B bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak A en B bewezen verklaarde veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee winkeldiefstallen. Dit zijn ergerlijke feiten waarbij naast schade ook hinder voor de betrokken winkeliers wordt veroorzaakt. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 januari 2017 is hij meermalen voor diefstal onherroepelijk veroordeeld, dit weegt in zijn nadeel. De ernst van de bewezen feiten rechtvaardigt in het licht van de recidive van de verdachte in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep een tweetal e-mailberichten van [ambulant begeleider], overgelegd, gedateerd 18 november 2016 en 17 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.