← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2017:2380

Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-000558-16 Datum uitspraak: 25 april 2017 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 februari 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-224489-15 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 april 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 28 oktober 2015 te Zaandam, gemeente Zaanstad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een accuboormachine (merk Makita), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] (beveiliger), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] en/of een of meer (tot op heden onbekend gebleven) andere werknemers van de [bedrijf] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of geduwd en/of zich heeft verzet en/of zich heeft geprobeerd los te rukken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Nadere bewijsoverweging De raadsman heeft vrijspraak van het tenlastegelegde geweldsaspect bepleit, omdat de verdachte stelt dat hij niet heeft gehoord dat hij door beveiligers van [bedrijf] buiten de winkel werd aangesproken, maar dat hij direct door hen is besprongen. De verdachte stelt daarop uit angst te hebben gereageerd en niet om de vlucht mogelijk te maken in verband met de voorafgaande diefstal. Op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting gaat het hof uit van de volgende gang van zaken. Op 28 oktober 2015 heeft de verdachte samen met zijn medeverdachte een accuboormachine gestolen bij [bedrijf] in Zaandam. Medewerkers van [bedrijf] hebben de verdachte en zijn medeverdachte hierop aangesproken. De verdachte liep daarop weg en is vervolgens door de medewerkers bij zijn armen vastgepakt. De verdachte heeft zich daartegen hevig verzet en is vervolgens door de medewerkers naar de grond is gewerkt. De medeverdachte heeft de beveiligingsmedewerker [slachtoffer] een harde duw gegeven waardoor hij zijn evenwicht verloor en de verdachte kon ontkomen. De verdachte is vervolgens hard weggerend. Het hof verwerpt het verweer van de verdediging, nu niet aannemelijk is geworden dat de verdachte direct is besprongen. De fysieke bejegening van de verdachte door de medewerkers is naar het oordeel van het hof enkel het gevolg geweest van de pogingen van de verdachte zich aan hun greep te onttrekken. Het geweld van de verdachte en zijn medeverdachte is naar het oordeel van het hof dan ook gepleegd met het oogmerk om aan de verdachte de vlucht mogelijk te maken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 28 oktober 2015 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een accuboormachine, merk Makita, toebehorende aan [bedrijf], welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer] (beveiliger), gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan hem de vlucht mogelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat zijn mededader die [slachtoffer] heeft geduwd, en hij, verdachte, zich heeft geprobeerd los te rukken van die [slachtoffer] en een of meer andere werknemers van [bedrijf]. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. De raadsman heeft verzocht de straf zoals die is opgelegd door de politierechter te matigen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verdachte heeft geleerd van zijn fouten en na het tenlastegelegde feit niet meer met politie en justitie in aanraking is gekomen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal van een accuboormachine, gevolgd door geweld tegen een beveiliger en andere medewerkers van [bedrijf]. De verdachte heeft er blijk van gegeven zich niets gelegen te laten liggen aan de eigendomsrechten van anderen. Voor de samenleving in het algemeen geldt dat dergelijke misdrijven, begaan op een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedreigend worden ervaren en gevoelens van onrust en onveiligheid teweegbrengen of versterken. Bovendien acht het hof het zeer kwalijk dat de verdachte en zijn mededader de diefstal en het geweld hebben gepleegd in het bijzijn van twee jonge kinderen. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals toegelicht ter terechtzitting in hoger beroep, geen aanleiding een andere strafmodaliteit te kiezen dan door politierechter is opgelegd. Gelet op de aard en de ernst van het feit en in aanmerking genomen dat uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van de verdachte blijkt dat hij niet eerder voor een vermogensdelict is veroordeeld en hij na het onderhavige feit niet opnieuw met justitie in aanraking is gekomen, zal het hof een lagere taakstraf opleggen dan door de advocaat-generaal gevorderd en in eerste aanleg is opgelegd. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 312 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 april 2017. Mrs. Kuiper en Dubelaar zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.