afdeling strafrecht parketnummer: 23-003088-16 datum uitspraak: 29 mei 2017 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 8 augustus 2016 in de strafzaak onder de parketnummers 15-111029-16 en 09-819524-14 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats], op [geboortedag] 1989, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde met uitzondering van ‘tezamen en in vereniging’ zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen met aftrek van voorarrest en de vordering tot tenuitvoerlegging zal toewijzen. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep met uitzondering van de bewijsvoering als hierna te melden. Bewijsvoering T.a.v. bewijsmiddel I Het hof neemt over bewijsmiddel I, in dier voege dat de laatste 12 regels vanaf ‘Vervolgens werd ik aangesproken door [naam 1]’ vervallen. T.a.v. bewijsmiddel IV Het hof zal dit bewijsmiddel vervangen door:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.