Parketnummer: 23-003966-15 Datum uitspraak: 31 maart 2017 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 juni 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15-077284-15 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 16 juli 2014 tot en met 17 juli 2014 te Zwaagdijk, gemeente Medemblik met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhanger (met kenteken [kenteken])(met steigermateriaal) en/of een motorboot (sloep) met motor (merk Yamaha) op trailer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof zich niet met het vonnis kan verenigen. Bewijsmotivering Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw van de verdachte aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. De raadsvrouw is van mening dat zowel de beelden als de stills van de beelden in het dossier te onduidelijk zijn om er iemand op te herkennen. Dit wordt in het dossier bevestigd door de wijkagent, die eveneens verklaart dat de kwaliteit van de stills slecht is. De herkenning van de verdachte door getuige [getuige] is zodoende niet betrouwbaar. Verbalisant [verbalisant] herkent de verdachte op de beelden, maar heeft niet geverbaliseerd waaraan hij de verdachte herkent en hoe vaak hij voor de herkenning contact heeft gehad met de verdachte. Voorts wordt het gebruik van een prepaid telefoon aan de verdachte toegeschreven en wordt dit als bewijs gebruikt, nu op het moment dat de diefstal werd gepleegd die telefoon in de buurt van de diefstal is uitgepeild. Niet bekend is echter op basis van welke informatie dat prepaid nummer aan de verdachte wordt gekoppeld. Het tenlastegelegde kan aldus niet wettig en overtuigend bewezen worden, aldus de raadsvrouw. Het hof overweegt als volgt.Uit het dossier blijkt het volgende. Getuige [getuige] is de eigenaar van een bus waar de verdachte zeer regelmatig gebruik van maakte. De verdachte heeft verklaard dat de bus bijna altijd bij hem was. Uit de camerabeelden blijkt dat deze bus is gebruikt om de gestolen spullen te vervoeren. Voorts is een telefoonnummer uitgepeild in de buurt van het bedrijventerrein waar de spullen gestolen zijn, ten tijde van de diefstal. Dit telefoonnummer heeft de verdachte in een ander onderzoek aan de politie opgegeven als zijn nummer, zo blijkt uit het dossier. Enkele minuten nadat de bus met de gestolen spullen voor de eerste keer het bedrijventerrein afreed, is met dit nummer gebeld naar het toenmalige huisadres van de verdachte. Enkele minuten nadat de bus voor de tweede keer met gestolen spullen het bedrijventerrein afreed, is met dat nummer meerder malen gebeld naar [naam], een bekende van de verdachte. Alle telefoongesprekken die met dit nummer omstreeks de tijd dat de diefstal werd gepleegd zijn gevoerd, zijn via een zendmast gegaan die hemelsbreed 800 meter van de plaats van de diefstal afligt. Tenslotte is de verdachte op de beelden herkend door verbalisant [verbalisant]. Uit voorgaande feiten en omstandigheden leidt het hof af dat de verdachte beschikte over de bus waarmee de diefstal is gepleegd en dat het telefoonnummer waarmee ten tijde van de diefstal werd gebeld en dat op dat moment is uitgepeild in de buurt van de plaats delict, aan de verdachte toebehoort. Deze feiten en omstandigheden bieden steun voor de beide herkenningen door de verbalisanten van de verdachte als zijnde de bestuurder van de bus. Gelet op het voorgaande, in onderling verband en in samenhang gezien, is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 16 juli 2014 te Zwaagdijk, gemeente Medemblik met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhanger, met kenteken [kenteken], met steigermateriaal en een motorboot met motor (merk Yamaha) op trailer, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3]. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: diefstal. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich op een zeer brutale wijze schuldig gemaakt aan diefstal, door naar een bedrijf te rijden en aldaar een motorboot en steigermateriaal met gebruik van een aanhangwagen weg te nemen. Door onder meer zeer waardevolle en - voor zover het betreft het steigermateriaal - voor het functioneren van het bedrijf noodzakelijke goederen weg te nemen, heeft de verdachte veel schade en overlast veroorzaakt, zo blijkt ook uit de door de benadeelde partij ter terechtzitting gegeven toelichting. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 3 maart 2017 is hij eerder ter zake van soortgelijke vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld. Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 30.095,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.