afdeling strafrecht parketnummer: 23-003738-16 datum uitspraak: 18 juli 2017 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 september 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-020457-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juli 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 30 januari 2016 te Amsterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het eenmaal of meermalen (met kracht) slaan en/of stompen tegen/in/op het gezicht/hoofd en/of de mond, in elk geval tegen/in/op het lichaam van die [slachtoffer] . Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal om proceseconomische redenen worden vernietigd. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 30 januari 2016 te Amsterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het eenmaal slaan tegen het gezicht van die [slachtoffer] . Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf en maatregel De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede tot een geldboete van € 750,00 subsidiair 15 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede tot een werkstraf voor de duur van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich op 30 januari 2016 in een uitgaansgelegenheid in Amsterdam schuldig gemaakt aan mishandeling. Hij heeft het slachtoffer tegen het gezicht geslagen en hem daarmee letsel bezorgd en pijn toegebracht. De verdachte heeft de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden en op onaanvaardbare wijze gereageerd op een situatie die hem niet beviel. Dergelijk uitgaansgeweld draagt bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 19 juni 2017 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk voor misdrijven is veroordeeld. De laatste onherroepelijke veroordeling voor dergelijke feiten dateert echter van meer dan vier jaar geleden. In het voordeel van de verdachte weegt het hof mee dat hij spijt heeft betuigd van zijn handelen en de verantwoordelijkheid hiervoor op zich heeft genomen. Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete, zoals door de politierechter opgelegd, passend en geboden. Met de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de laakbaarheid van de recidive en de ernst van het feit tot uitdrukking gebracht. Anderzijds heeft deze tot doel heeft de verdachte in te scherpen dat hij zich niet opnieuw aan een strafbaar feit dient schuldig te maken. Anders dan de politierechter zal het hof hieraan een proeftijd van 1 jaar verbinden. In het voorgaande ligt besloten dat het hof in hetgeen de advocaat-generaal naar voren heeft gebracht geen aanleiding te ziet een zwaardere straf op te leggen dan de hierboven bedoelde. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 900,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.