afdeling strafrecht parketnummer: 23-002844-16 datum uitspraak: 7 juli 2017 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 juli 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-698183-15 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 juni 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 26 februari 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd en/of aanwezig gehad (in totaal ongeveer) 30,08 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal, bevattende cocaïne, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Rechtmatigheid van de doorzoeking De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het verweer gevoerd dat de doorzoeking van de auto onrechtmatig is. De als gevolg daarvan ontdekte verdovende middelen moeten daarom worden uitgesloten van het bewijs, hetgeen tot vrijspraak van de verdachte dient te leiden. Het hof verwerpt het verweer. Voor zover al sprake is van enig vormverzuim, is geen door dat verzuim veroorzaakt nadeel aangevoerd of aannemelijk geworden dat het door de raadsman bepleite gevolg rechtvaardigt. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof kan niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte ervan op de hoogte was dat zich onder de hoes van de versnellingspook van de door hem bestuurde personenauto pakketjes met daarin cocaïne bevonden. In het bijzonder is daarbij in aanmerking genomen dat i) de verdachte enige wetenschap van de aanwezigheid van cocaïne ontkent, ii) de cocaïne niet in het zicht lag, iii) de auto niet aan de verdachte toebehoorde en iv) deze auto ook door andere personen werd gebruikt. Gelet hierop is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan hem is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken. Hetgeen de raadsman verder omtrent het bewijs naar voren heeft gebracht, behoeft bij die stand van zaken geen bespreking. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: de nummers 7 tot en met 12, 15 tot en met 17, 19, 22 en 25 (het hof begrijpt dat dit voorwerp identiek is aan het onder 19 bedoelde voorwerp) zoals vermeld op de beslaglijst: - geld Euro, 1 x 100 eurobiljet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.