afdeling strafrecht parketnummer: 23-002271-16 datum uitspraak: 17 juli 2017 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 juni 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-074529-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Overijssel, PIV HvB Zwolle te Zwolle. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 juli 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd, waarbij de gronden van de strafoplegging worden vervangen door de navolgende overwegingen. Voorts zal het hof artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toepassen. Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot 30 uren taakstraf, subsidiair 15 dagen hechtenis, waarvan 10 uren, subsidiair 5 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. Het hof overweegt als volgt. De verdachte is bij vonnis van 30 december 2016 voor zes soortgelijke feiten, gepleegd in de periode kort voor en na de onderhavige feiten, onherroepelijk veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden. Op 1 juni 2017 is zij voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld tot de ISD-maatregel, welke zij op dit moment ondergaat. Het hof acht het gelet op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de onwenselijkheid de verdachte na afronding van haar ISD-traject nogmaals te confronteren met een strafrechtelijke sanctie wegens soortgelijke, in dezelfde periode begane feiten, aangewezen te bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht. Bepaalt dat ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met in achtneming van hetgeen hiervoor is overwogen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. C.N. Dalebout en mr. F.W. van Lottum, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 juli 2017. mrs. M.J.A. Duker en F.W. van Lottum zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.