GERECHTSHOF AMSTERDAM Kenmerken 15/00734, 16/00442 tot en met 16/00453. 24 januari 2017 uitspraak van de tiende enkelvoudige belastingkamer op de hoger beroepen van [X] BV, gevestigd te [Z] , belanghebbende, (gemachtigde: L. Veldman), tegen de uitspraak in de zaken met kenmerk ALK 14/1309 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente Koggenland, de heffingsambtenaar, (R. van den Heuvel). 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) met dagtekening 28 februari 2014 de waarde van de onder 2.6 vermelde objecten (verder de Objecten) voor het kalenderjaar 2014 per waardepeildatum 1 januari 2013 op de aldaar genoemde waarden vastgesteld (verder de WOZ-beschikking). In hetzelfde geschrift zijn ook aanslagen onroerende-zaakbelastingen 2014 en aanslagen rioolrecht 2014 vastgesteld (zie 2.6). 1.2. Na tegen de hiervoor gemelde beschikking gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 16 mei 2014, het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. 1.3. Belanghebbende heeft tegen die uitspraak beroep ingesteld. Bij uitspraak van 3 augustus 2015 heeft de rechtbank als volgt beslist (in deze uitspraak is belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de heffingsambtenaar als ‘verweerder’): “De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; verklaart eiseres ontvankelijk in zijn bezwaar; vernietigt de uitspraak op bezwaar, maar houdt de vastgestelde WOZ-waarden en de aanslagen onroerende-zaakbelasting 2014 in stand; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 306; gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 328 vergoedt.” 1.4. Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 10 september 2015. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. 1.5. Op 31 mei 2016 is van belanghebbende een nader stuk ontvangen. Een afschrift hiervan is aan de heffingsambtenaar verstrekt. 1.6. Het onderzoek ter zitting van de vierde meervoudige kamer van het Hof heeft plaatsgevonden op 9 juni 2016. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden. 1.7. Bij brief van 20 juni 2016 heeft de griffier van het Hof de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld om bepaalde met name genoemde stukken - die bij de besluitvorming van de heffingsambtenaar van belang zijn geweest - in de procedure in te brengen. 1.8. Als reactie op de onder 1.7 genoemde brief heeft de heffingsambtenaar het Hof enige stukken doen toekomen, te weten: “- Rekenmodel recreatiewoningen [naam straat] . - Taxatiekaarten (chalets) waartegen beroep is ingesteld” Een kopie van evenvermelde Taxatiekaarten is op 7 juli 2016 aan belanghebbende gezonden en een kopie van het Rekenmodel is haar op 29 augustus 2016 gestuurd. 1.9. Belanghebbende heeft bij brief van 9 juli 2016 en 17 september 2016 op de onder 1.8 genoemde stukken gereageerd. De heffingsambtenaar heeft hierop bij brief van 13 oktober 2016 zijn reactie naar het Hof gestuurd. 1.10. Van belanghebbende is op 8 december 2016 een nader stuk ontvangen, waarvan een afschrift naar de heffingsambtenaar is gezonden. 1.11. De vierde meervoudige kamer heeft de zaak doorverwezen naar de tiende enkelvoudige kamer. 1.12. Het onderzoek ter zitting van de tiende enkelvoudige kamer heeft plaatsgevonden op 21 december 2016. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden. 2Tussen partijen vaststaande feiten Het Hof ziet aanleiding de feiten zelfstandig vast te stellen. 2.1. Belanghebbende is eigenaar van de Objecten. 2.2. Alle Objecten zijn gelegen op het terrein van Chaletpark [naam park] aan de [adres 1] (verder het Park). Op de website van het Park staat: “Chaletpark [naam park] ligt centraal in Noord-Holland, te midden van vele bezienswaardigheden. Wij bieden een bonte mix van klassiek kamperen, bijzondere en luxe verhuur units en camperplaatsen. Er is een prachtig vis- en zwemmeer, een lekkere eethoek, kinderanimatie, je mag je hond meenemen en we organiseren gezellige activiteiten. (…) Op Chaletpark [naam park] hebben diverse accommodaties beschikbaar voor de verhuur. Of u nu alleen bent of met een heel gezelschap. Van tent tot luxe recreatiewoning, we hebben het.” 2.3. Blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel betreffen belanghebbendes ondernemingsactiviteiten onder andere de “verhuur en verkoop van onroerend goed”. 2.4. Op de waardepeildatum (1 januari 2013) gold het bestemmingsplan “Landelijk gebied Herziening 2002, gemeente Obdam” voor het Park. Volgens dat bestemmingsplan was permanente bewoning van ‘recreatiewoonverblijven’ niet toegestaan. In het bestemmingsplan stond onder meer: “Onder permanente bewoning wordt in ieder geval verstaan het overnachten in de maand januari, waarbij onder overnachten wordt verstaan: de aanwezigheid tussen 20.00 uur ‘s avonds en 06.00 ‘s ochtends.” 2.5. Op 27 juni 2013 is het bestemmingsplan Landelijk Gebied Koggenland door de gemeenteraad vastgesteld en inmiddels geheel in werking getreden. In dat bestemmingsplan - dat ook voor het Park gold - is permanente bewoning nog steeds niet toegestaan en is de definitie daarvan ruimer geworden. In het nieuwe bestemmingsplan wordt onder permanente bewoning verstaan: “bewoning als hoofdverblijf waarbij het hoofdverblijf fungeert als het centrum van het sociaal en maatschappelijk functioneren van de bewoner” Belanghebbende heeft een brief ingebracht waarin met betrekking tot de wijziging van het bestemmingsplan geschreven wordt: “de gebruiksmogelijkheid (wordt) beperkt door de wijziging in het laatste bestemmingsplan van 2013 (…). Voor de inwerkingtreding van het huidige bestemmingsplan gold de enige beperking, dat slechts in de kalendermaand januari niet in de chalets mocht worden verbleven. Er is in het nieuwe bestemmingsplan (…) eerder sprake van permanente bewoning, zodat de gebruiksmogelijkheid, de mogelijkheid van verhuur, aanzienlijk wordt beperkt. Het is niet meer mogelijk om huurovereenkomsten voor meerdere maanden aan te gaan, zoals bijvoorbeeld voor een periode van ongeveer zes maanden, zoals cliënten gebruikelijk deden; dit was voor de planologische wijziging wel mogelijk.” 2.6. De WOZ-waarden van de Objecten zijn bij de WOZ-beschikking conform de in de derde kolom van de onderstaande tabel genoemde bedragen vastgesteld. In hetzelfde geschrift zijn de in de vierde kolom vermelde belastingen opgelegd: 1 2 3 4 Kenmerk Hof Object Nr WOZ-waarde in euro’s Belasting* 15/00734 [nummer 1] 28.000 1 + 2 16/00442 [nummer 2] 26.000 1 + 2 16/00443 [nummer 3] 6.000 1 + 3 16/00444 [nummer 4] 7.000 1 + 3 16/00445 [nummer 5] 30.000 1 + 2 16/00446 [nummer 6] 30.000 1 + 2 16/00447 [nummer 7] 35.000 1 + 2 16/00448 [nummer 8] 31.000 1 + 2 16/00449 [nummer 9] 29.000 1 + 2 16/00450 [nummer 10] 31.000 1 + 2 16/00451 [nummer 11] 31.000 1 + 2 16/00452 [nummer 12] 31.000 1 + 2 16/00453 [nummer 13] 31.000 1 + 2 * 1. OZB-eigenaren 2014; 2 = OZB-gebruikers 2014; 3 = Rioolrecht 2014. Met uitzondering van de objectnummers [nummer 3] (een bouwterrein) en [nummer 4] (een schuur) - welke belanghebbende zelf gebruikte - betreffen de Objecten recreatiewoningen (hierna ook aangeduid als ‘chalets’), die belanghebbende aan derden placht te verhuren. De chalets beschikken over een badkamer, kookgelegenheid en sanitair. Niet alle chalets op het Park zijn - direct of indirect - eigendom van belanghebbende. De bij de WOZ-beschikking gevoegde ‘KOPIE SPECIFICATIENOTA’ en ‘Taxatieverslagen’ bevatten geen gegevens betreffende de grootte van de Objecten (het aantal kubieke- en vierkantemeters), noch bevatten zij gegevens aan de hand waarvan de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten konden worden herleid tot de WOZ-waarden. 2.7. Als onderbouwing van bovenstaande WOZ-waarden heeft de heffingsambtenaar in zijn bij de rechtbank ingediende verweerschrift onder meer het volgende geschreven: “Om aan te tonen dat de WOZ-waarde van onderhavig object niet te hoog is vastgesteld, toon ik de vergelijkbare verkooptransacties rond de peildatum (…) 1* 2 3 4 5 6 7 8 9 (chaletnr) Inh. Prijs /m3 Opp Prijs/ m2 Bijgeb WOZ Verkoop-datum Verkoopprijs (…) [nummer 14] 116 225 204 42 1250 35.000 09-07-2013 24-02-2011 35.000 39.000 [nummer 15] 184 189 230 40 1250 45.000 10-05-2012 45.000 [nummer 16] 118 199 185 44 1250 32.000 07-06-2012 32.500 (objectnr.) [nummer 14] : hogere factor uitstraling chalet. (objectnr) [nummer 15] : hogere factor luxe * kolomnummering door Hof aangebracht. Ook in voornoemd verweerschrift ontbreken gegevens betreffende de grootte van Objecten, zodat op basis van de op dat moment bij de rechtbank aanwezige gegevens geen aansluiting te maken viel tussen de onder 2.7 opgenomen tabel gebruikte kubiekemeter- en vierkantemeterprijzen (kolommen 3 en 5) en de - onbekende - door de heffingsambtenaar bij het vaststellen van de WOZ-waarden van de Objecten gebruikte kubiekemeter- en vierkantemeterprijzen. 2.8. Belanghebbende heeft ter onderbouwing van zijn standpunt, dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarden te hoog heeft vastgesteld, in zijn bij de rechtbank op 1 februari 2015 ingediende conclusie van repliek gegevens van drie vergelijkingsobjecten, te weten drie op het Park gelegen chalets, ingebracht. Hij heeft daarbij verwezen naar een van het Kadaster afkomstig “koopsommenoverzicht” waarin onder meer staat: “Transacties tot : 01-06-2014 Datum (Chaletnr.) Koopsom Grootte Omschrijving Met meer onroerend goed (…) 18-6-2013 (…) [nummer 17] € 20.000 215 m2 WONEN (RECREATIE) N 18-3-2013 (....) [nummer 18] € 22.500 167 m2 WONEN (RECREATIE) N 9-1-2013 (…) [nummer 19] € 18.000 170 m2 WONEN (RECREATIE) N (…) “ Volgens een door belanghebbende in hoger beroep ingebracht document hebben de in dit overzicht genoemde chalets de volgende inhoud: Objectnr. Inhoud [nummer 17] 167 m3 [nummer 18] 155 m3 [nummer 19] 163 m3 2.9. Blijkens een leveringsakte van 1 juni 2015 zijn zes op het Park gelegen chalets voor € 6.500 per stuk door de hypotheeknemer verkocht. Een ander chalet op het Park is bij een executieveiling op 16 februari 2015 voor € 5.000 verkocht. In de door belanghebbende op 9 juni 2015 bij de rechtbank ingebrachte bijlage staan chaletnummers, historische aankoopprijzen en verkoopopbrengst van op het Park gelegen chalets vermeld. Die bijlage vermeldt onder andere: “CHALET (…) AANKOOP VERKOOP (…) [nummer 1] (…) 75.852 6.500 (…) [nummer 2] (…) 75.852 6.500 (…) [nummer 20] (…) 75.852 6.500 (…) [nummer 11] (…) 91.090 6.500 (…) [nummer 21] (…) 86.800 6.500 (…) [nummer 22] (…) 75.852 6.500 (…) [nummer 8] (…) 73.090 5.000 (…) [nummer 10] (…) 73.090 5.000 (…) [nummer 12] (…) 73.090 5.000 (…) [nummer 13] (…) 73.090 5.000 (…) [nummer 9] (…) 100.890 5.000 (…) [nummer 5] (…) 100.890 5.000 (…) [nummer 6] (…) 73.090 5.000 (…) [nummer 7] (…) 73.090 5.000 (…)” Alle in deze tabel genoemde chalets zijn, hetzij eigendom van belanghebbende, hetzij eigendom van belanghebbendes (uiteindelijke) aandeelhouder. 2.10. In het proces-verbaal van de rechtbankzitting van 22 juni 2015 staat (cursivering rechtbank): “(…) De drie (Hof: onder 2.7 genoemde) referentiechalets [nummer 14] , [nummer 15] en [nummer 16] (…) zijn volgens (de heffingsambtenaar) voldoende (Hof: ter onderbouwing van de WOZ-waarden). Op vraag van de rechtbank toont (de heffingsambtenaar) de matrix waarin alle referentieobjecten en chalets van eisers zijn vergeleken. Gemachtigde van eisers zegt dat het hem rauw op zijn dak valt dat verweerder ter zitting een matrix laat zien, omdat hij deze gegevens niet zo snel naast elkaar kan zetten. De rechtbank citeert uit de matrix en concludeert dat de waardekenmerken, m2-staffels en prijs per m3 van alle chalets op een enkeling na overeenkomen met de range van de vergelijkingsobjecten. De rechtbank geeft de matrix terug aan verweerder.” 2.11. In een aan het Hof gerichte, op 29 mei 2016 gedateerde, brief schrijft belanghebbende: “Wij als gemachtigde hebben de (Hof: onder 2.10 vermelde) matrix NOOIT ter inzage dan wel ter bestudering ontvangen. Toestemming die matrix te gebruiken hebben wij niet gegeven. (…) Rb neemt de waarden uit die matrix (klakkeloos????) over. De rb heeft hiermee de procesregels in ernstige mate geschonden. Alleen al daarom kan de uitspraak van de RB niet in stand blijven.” 2.12. Na de hofzitting stuurde de heffingsambtenaar op 6 juli 2016 een brief aan het Hof met de volgende inhoud (cursivering Hof): “In uw schrijven van 20 juni 2016 verzoekt u mij alle op de zaak betrekking hebbende stukken toe te zenden. U verwijst in het bijzonder de matrix die op 22 juni 2015 ter zitting (Hof: van de rechtbank) door de gemeente werd getoond. Ik zend u de volgende gegevens toe: - Rekenmodel recreatiewoningen [naam straat] . - Taxatiekaarten (chalets) waartegen beroep is ingesteld Ik ga er van uit dat de door de rechtbank genoemde matrix het rekenmodel recreatiewoningen [naam straat] . zou kunnen zijn. Het rekenmodel is een intern stuk, wat gebruikt is ter voorbereiding ter inrichting van het taxatiemodel. Daarnaast zijn tijdens de zitting de taxatiekaarten van de onderhavige (chalets) getoond, omdat daar (in tegenstelling tot de taxatieverslagen) de prijs per eenheid kunnen worden geraadpleegd. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.” De heffingsambtenaar heeft het in het citaat bedoelde ‘taxatiemodel’ (gecursiveerd weergegeven) niet - ook niet op een ander moment in de procedure - ingebracht. 2.13. Het onder 2.12 bedoelde rekenmodel bevatte de volgende gegevens: “Grondkavelpd2013 Prijs m2 1 50 55 51 100 50 101 150 33 151 200 33 201 250 19 251 500 19 Prijs/m3pd 2013 1 180 180 300 54000 180 2000 309000 150 Grond Doelmatigheid 5% Uitstraling 5% Ligging 20% Woning Kwaliteit/luxe 5% Onderhoud 5% Uitstraling 25% Doelmatigheid 5% Voorzieningen 10% “ 2.14. Volgens de - in 2.12 vermelde - ‘Taxatiekaarten’ heeft de heffingsambtenaar bij de WOZ-waardebepaling voor alle Objecten een kubiekemeterprijs van € 180 gehanteerd. Tevens blijkt uit die Taxatiekaarten dat de heffingsambtenaar bij de WOZ-waardevaststelling de in de vijfde kolom vermelde vierkantemeterpijzen in aanmerking heeft genomen: 1 2 3 4 5 Object Nr Oppervlakte in m2 Inhoud in m3 WOZ-waarde in euro’s In aanmerking genomen vierkantemeter-prijzen [nummer 1] 230 101 28.000 € 40 [nummer 2] 225 89 26.000 € 40 [nummer 3] 108 6.000 € 57 [nummer 4] 100 40 7.000 € 25 [nummer 5] 192 125 30.000 € 43 [nummer 6] 185 125 30.000 € 44 [nummer 7] 125 164 35.000 € 50 [nummer 8] 208 125 31.000 € 42 [nummer 9] 208 116 29.000 € 40 [nummer 10] 208 125 31.000 € 42 [nummer 11] 199 128 31.000 € 43 [nummer 12] 208 125 31.000 € 42 [nummer 13] 208 125 31.000 € 42 3Geschil in hoger beroep 3.1. In hoger beroep is in geschil of de heffingsambtenaar de op zaak betrekking hebbende stukken heeft ingebracht; of de heffingsambtenaar de waarden van de Objecten niet te hoog heeft vastgesteld. 3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Voor hetgeen zij daaraan ter zitting van het Hof hebben toegevoegd wordt verwezen naar het van het verhandelde ter zitting opgemaakte proces-verbaal. 4Het oordeel van de rechtbank 4.1. De rechtbank heeft, voor zover van belang, het volgende overwogen: “Waardering 8. Partijen hebben de rechtbank verzocht in geval van een ontvankelijk bezwaar het beroep van eiseres met betrekking tot de WOZ-waarde te behandelen. 9. Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ wordt de waarde van de woning bepaald op de waarde die aan de woning dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Deze waarde is naar de bedoeling van de wetgever "de prijs welke door de meestbiedende koper besteed zou worden bij aanbieding ten verkoop op de voor de zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding" (Kamerstukken II 1993/94, 22 885, nr. 36, blz. 44). 10. Op verweerder rust de bewijslast aannemelijk te maken dat hij de waarde van, in dit geval, de woningen niet te hoog heeft vastgesteld. Verweerder heeft hiertoe een taxatieverslag en een matrix overgelegd. Verweerder heeft aangegeven dat het in de matrix genoemde referentieobject [adres 1] nummer [nummer 23] te [plaats] door een kopieervergissing in de matrix terecht is gekomen. De rechtbank zal dit object daarom niet in haar beoordeling meenemen. De rechtbank zal eveneens het vergelijkingsobject [adres 2] [nummer 24] te [plaats] buiten beschouwing laten, omdat dit object qua prijs, perceeloppervlakte en inhoud niet vergelijkbaar is. Naar volgt uit het taxatieverslag en de matrix, is de waarde van de woningen bepaald met behulp van een methode van systematische vergelijking met woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn. Met het taxatieverslag en de matrix maakt verweerder aannemelijk dat bij de herleiding van de aan de woningen toegekende waarden uit de bij de verkoop van de in het taxatieverslag en de matrix genoemde vergelijkingsobjecten behaalde verkoopprijzen, in voldoende mate rekening is gehouden met de verschillen tussen de vergelijkingsobjecten en de woningen wat betreft onder meer inhoud, kaveloppervlakte, ligging, uitstraling en kwaliteit van de opstallen. Eiseres geeft aan dat verweerder voor de vergelijking met referentieobjecten alleen de objecten met de hoogste verkoopprijs gebruikt en niet de objecten met een lagere verkoopprijs. Zij stelt dat de verkopen rond de waardepeildatum met een lagere verkoopprijs bij de vergelijking moeten worden betrokken. De rechtbank is van oordeel dat het aan verweerder is om, conform de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet WOZ, op basis van door hem verzamelde en geanalyseerde marktgegevens referentieobjecten te kiezen die de waarde - naar de bedoeling van de wetgever - het best dienen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de drie vergelijkingsobjecten [adres 1] nummers [nummer 14] , [nummer 15] en [nummer 16] te [plaats] de waarde voldoende onderbouwd heeft. De WOZ-waarden van de woningen liggen in lijn met de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten en zijn derhalve niet te hoog vastgesteld. 11. Het vorenstaande laat onverlet dat eiseres feiten en omstandigheden kan aanvoeren die leiden tot een benedenwaartse bijstelling van de waarde van de woningen. Eiseres wijst in dit verband op het veranderde beleid van de gemeente met betrekking tot permanente bewoning van recreatiewoningen. Tot 2008 werd het verbod op permanente bewoning door onder meer de gemeente Obdam, nu onderdeel van de gemeente Koggenland, ingevuld in die zin dat de woning in januari niet bewoond mocht worden maar de rest van het jaar wel. In 2008 heeft de gemeente het verbod op permanente bewoning volgens eiser aangescherpt, hetgeen verweerder beaamt. Hierdoor is het volgens de door eiseres overgelegde gebruiksregels niet toegestaan de recreatiewoning langer dan 5 weken aaneengesloten te bewonen of te verhuren. Ook verhuren voor andere dan recreatieve doeleinden is volgens eiseres verboden. In 2010/2011 heeft de gemeente volgens eiseres de eigenaren van een recreatiewoning brieven gezonden om hen te manen de permanente bewoning op te geven op last van een dwangsom. Dit alles heeft er toe geleid dat de recreatiewoningen in de ogen van eiseres niets meer waard zijn. Zij is daarom van mening dat de WOZ-waarde van de woningen niet meer dan een symbolische € 1 zou mogen bedragen. Ter zitting heeft eiseres dit laatste standpunt verlaten en zich op het standpunt gesteld dat voor de bepaling van de WOZ-waarde moet worden aangesloten bij de verkoopprijs van € 6.500 die de directeur/grootaandeelhouder van eiseres als privépersoon dan wel als directeur/grootaandeelhouder heeft bedongen bij de onderhandse verkoop van een zestal vergelijkbare recreatiewoningen op het chaletpark [adres 1] in 2015. De rechtbank stelt voorop dat voor zover het gewijzigde beleid van de gemeente heeft geleid tot een waardedaling van de woningen dit naar het oordeel van de rechtbank reeds is verwerkt in de gerealiseerde verkoopprijzen van de in onderdeel 10 hiervoor vermelde vergelijkingsobjecten en dus in de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van de woning. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt om de waardebepaling te baseren op een gerealiseerde verkoopprijs van € 6.500. Los van het feit dat geen volledige informatie met betrekking tot deze verko(o)p(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.