← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2017:3653

afdeling strafrecht parketnummer: 23-001144-17 datum uitspraak: 12 september 2017 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2017 in de strafzaak onder parketnummer 96-243937-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 augustus

  1. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij, op of omstreeks 18 mei 2016, te Amstelveen, op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Asserring, als bestuurder van een personenauto, een voetganger, die op een voetgangersoversteekplaats overstak of kennelijk op het punt stond om zulks te doen, niet heeft voor laten gaan. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van 250 euro, subsidiair 5 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het overweegt hieromtrent als volgt. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep gemotiveerd en gedetailleerd betwist dat de betreffende voetganger op het moment dat de verdachte de voetgangersoversteekplaats naderde, kennelijk op het punt stond die voetgangersoversteekplaats over te steken. De verdachte heeft hiertoe onder meer aangevoerd dat op bedoeld moment de voetganger zich nog op het fietspad aan de andere zijde van de weg bevond dan waar de verdachte reed met zijn auto, in het midden van welke weg zich voorts nog een vluchtheuvel bevond die de voetgangersoversteekplaats onderbrak. Het dossier bestaat, voor zover in dit verband van belang, slechts uit een summier proces-verbaal waarin enkel is gerelateerd dat is waargenomen dat de verdachte over de voetgangersoversteekplaats reed zonder daarbij te stoppen voor de ‘personen die wilde’ oversteken bij de voetgangersoversteekplaats. Deze enkele waarneming is onvoldoende concreet om de gemotiveerde en gedetailleerde betwisting van de verdachte te weerleggen. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking met CJIB-nummer
  2. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S. Bek, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van N. Hannaart, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 september 2017.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.