afdeling strafrecht parketnummer: 23-003633-16 datum uitspraak: 20 september 2017 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-184688-15 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 september 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1:hij op of omstreeks 4 juli 2015 te Amsterdam [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] bij haar keel te pakken en/of grijpen en/of in haar keel te knijpen; 2:hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 24 juni 2015 tot en met 4 september 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door in genoemde periode een of meermalen - die [slachtoffer] en/of haar ouders en/of haar vrienden (dagelijks) te bellen (met een anoniem nummer) en/of te achtervolgen en/of - die [slachtoffer] op te wachten en/of te gaan staan bij en/of in de buurt van haar werk (Kapsalon Trots op haar) en/of bij het gemeentehuis en/of bij een cafetaria en/of snackbar en/of plein naast haar werk en/of bij het Amstelplein en/of - die [slachtoffer] een whatsapp te sturen met de tekst: "ik heb onze laatste x gefilmd". Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot 80 uren taakstraf waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van € 400 moet worden toegewezen, zulks met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Vrijspraak Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde Het hof stelt op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting vast dat de verdachte [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) niet, zoals onder 1 ten laste gelegd, in Amsterdam (gelegen in de provincie Noord-Holland) bij haar keel heeft gegrepen, maar in Amstelhoek (gelegen in de provincie Utrecht). Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad ligt het op de weg van de rechter om in de tekst van een tenlastelegging voorkomende misslagen te verbeteren, indien de verdachte daardoor in zijn verdediging niet wordt geschaad. Zo'n verbetering is niet een wijziging van de tenlastelegging in de zin van artikel 313 Wetboek van Strafvordering (Sv), maar slechts een vaststelling van de juiste inhoud van de tenlaste-legging waarvoor geen medewerking van het openbaar ministerie of van de verdachte is vereist (vgl. HR 30 september 2008, LJN BD3662). Het hof is van oordeel dat de verdachte door een verbeterde lezing van de ten laste gelegde pleegplaats niet in zijn verdediging zou worden geschaad, omdat bij hem blijkens zijn verklaring ter terechtzitting geen misverstand heeft bestaan over het aan hem gemaakte verwijt (een mishandeling te Amstelhoek). Het hof verstaat de rechtspraak van de Hoge Raad echter aldus dat het hem niet vrij staat de plaatsaanduiding verbeterd te lezen, omdat die plaatsaanduiding niet als een misslag in de hiervoor bedoelde zin kan worden gezien. Verbetering van de plaatsaanduiding levert een wijziging op van de tenlastelegging die slechts op de voet van de artikelen 313 en 314 Sv kan plaatsvinden (vgl. HR 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT8787). Een dergelijke wijziging is niet gevorderd, zodat het hof niet anders kan dan oordelen dat de verdachte [slachtoffer] niet in Amsterdam heeft mishandeld, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde Het onder 2 ten laste gelegde is toegesneden op artikel 285b, eerste lid, Wetboek van Strafrecht (Sr). Deze bepaling luidt: “Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen wordt, als schuldig aan belaging, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.” Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, Sr zijn van belang de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer (vgl. HR 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3626). Het hof kan aan de hand van de inhoud van het dossier, in het bijzonder op grond van de aangifte van [slachtoffer] en de bij de politie en ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaringen van de verdachte, vaststellen dat de verdachte op tijdstippen in de periode van 24 juni 2015 tot en met 4 september 2015 (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.