afdeling strafrecht parketnummer: 23-001512-17 datum uitspraak: 20 september 2017 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 april 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13/701205-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, thans verblijvende in de [kliniek] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 september 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere overwegingen en beslissingen dan die van de rechtbank, zodat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd (met inbegrip van het bevel dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is), zulks met uitzondering van de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van een mes - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat: - de aan de bewijsbeslissing ten grondslag gelegde bewijsmiddelen op na te melden wijze worden aangevuld; - het nummer van het proces-verbaal dat in het vonnis is opgenomen als bewijsmiddel 2 wordt verbeterd in PL1300-2016025472-5; - de overwegingen op pagina 6 van het vonnis waarvan beroep worden aangevuld met: “De maatregel zal worden opgelegd wegens (een poging tot) zware mishandeling, een misdrijf dat is gericht tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, zodat de duur van de (in voorwaardelijke vorm op te leggen) terbeschikkingstelling, indien en voor zover te gelegener tijd een last tot tenuitvoerlegging wordt gegeven, niet op voorhand gemaximeerd is. De inhoud van het rapport van Reclassering Nederland van 17 juli 2017, waarin onder andere melding wordt gemaakt van de sterk wisselende stemmingen van de verdachte en de plaatsing in een isoleercel wegens suïcidaliteit, leidt het hof niet tot een ander oordeel omtrent de noodzaak van het opleggen van de maatregel dan de rechtbank.”; - als toepasselijke wettelijke voorschriften de artikelen 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in plaats van de artikelen 36b en 36c Sr worden genoemd; - de opdracht aan Reclassering Nederland op pagina 8 van het vonnis verbeterd wordt gelezen, met dien verstande dat deze instelling – overeenkomstig artikel 38, tweede lid, Wetboek van Strafrecht – de veroordeelde hulp en steun zal verlenen bij de naleving van de voorwaarden. Aanvulling bewijsmiddelen In aanvulling op hetgeen de rechtbank tot het bewijs heeft gebezigd, legt het hof aan de bewijsbeslissing tevens de navolgende bewijsmiddelen ten grondslag:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.