GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1 aof zaaknummer : 200.194.127/01 zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/556010 / HA ZA 13-1838 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 september 2017 inzake [appellant] , wonend te [woonplaats 1] , appellant, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , wonend te [woonplaats 2] , en [X] B.V. gevestigd te [vestigingsplaats] geïntimeerden, advocaat: mr. P.W.M. Huisman te Bussum. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna [appellant] , [geïntimeerde] en [X] BV, gezamenlijk [geïntimeerden] , genoemd. [appellant] is bij dagvaarding van 4 mei 2016 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2016, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen [geïntimeerden] als eisers en [appellant] als gedaagde. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, met producties; - memorie van antwoord, met producties. Partijen hebben de zaak ter zitting van 9 juni 2017 doen bepleiten, [appellant] door mr. Kamphuis voornoemd, en [geïntimeerden] door mr. De Groot voornoemd, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Bij bericht van 23 augustus 2017 heeft de advocaat mr. De Groot zich onttrokken en heeft mr. P.W.M. Huisman zich gesteld namens appellanten. Ten slotte is arrest gevraagd. [appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog de vorderingen van [geïntimeerden] zal afwijzen met veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van het geding in beide instanties. [geïntimeerden] hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep met rente. 2Feiten De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.8 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en binden derhalve ook het hof. Waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende. 2.1. [appellant] en [Y] (hierna [Y] ) zijn respectievelijk effectenhandelaar en beleggingsadviseur. [appellant] en [Y] waren bestuurder van Mondiaen N.V., voorheen genaamd Mondiaen Capital Management N.V. (hierna: Mondiaen NVPhoa hield middellijk 20% van de aandelen in Mondiaen Holding BV. [Y] was middellijk 80% aandeelhouder en bestuurder van Mondiaen Holding B.V. Mondiaen Holding BV hield middellijk de aandelen in Mondiaen NV. 2.2. [geïntimeerde] is arts, thans gepensioneerd. [X] BV is zijn pensioenvennootschap. 2.3. [geïntimeerden] hebben vanaf 2002 vermogen toevertrouwd aan een vermogensbeheerder, vertegenwoordigd door [Y] , destijds in dienst bij die beheerder. De vermogensbeheerder heeft in 2003 haar onderneming overgedragen aan Mondiaen NV, waarmee [X] BV een overeenkomst van vermogensbeheer is aangegaan. [Y] was bij Mondiaen NV nog altijd verantwoordelijk voor het beheer van het aldaar onder gebrachte vermogen. 2.4. [Y] heeft in januari 2007 een investering in de Amerikaanse vennootschap Palmetto Court LLC (hierna: Palmetto) aanbevolen en [geïntimeerden] hebben vervolgens, door tussenkomst van Mondiaen NV, ieder USD 150.000 in die vennootschap geïnvesteerd door middel van een geldlening tegen 12% rente per jaar. 2.5. Op advies van [Y] hebben [geïntimeerden] geldleningen (hierna: de geldleningen) verstrekt aan Mondiaen NV tegen 12% rente per jaar. [X] BV heeft in januari 2007 € 235.000 uitgeleend en in mei 2008 € 12.376,67. [geïntimeerde] heeft in april 2007 € 275.000 uitgeleend en in mei 2008 € 14.483,33. [appellant] heeft de schriftelijke bevestiging van de geldleningen namens Mondiaen NV ondertekend. 2.6. Nadat Mondiaen NV in betalingsproblemen was komen te verkeren heeft Mondiaen Holding BV op advies van [Y] en met instemming van [geïntimeerden] in mei 2009 de geldleningen overgenomen. 2.7 Mondiaen NV is op 21 december 2010 in staat van faillissement verklaard. De verschuldigde bedragen uit hoofde van de geldleningen zijn, afgezien van een eenmalige betaling van € 25.000,- niet voldaan. 3Beoordeling 3.1. [geïntimeerden] hebben in eerste aanleg gevorderd [appellant] hoofdelijk met [Y] , Mondiaen Holding BV en twee van hun vennootschappen te veroordelen tot betaling van € 1.158.702,19 aan hoofdsom, met wettelijke rente vanaf 1 februari 2011, € 182.640,43 aan gederfd rendement, € 2.000 aan kosten van het Offshore Kenniscentrum en € 6.775,00 met wettelijke rente, aan buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding, met wettelijke rente en nakosten. 3.2 [geïntimeerden] hebben kort gezegd aan hun vorderingen ten grondslag gelegd dat [appellant] met [Y] onrechtmatig heeft gehandeld door onder de vlag van Mondiaen NV te bevorderen en bewerkstelligen dat [geïntimeerden] de geldleningen aan Palmetto en Mondiaen NV hebben verstrekt, terwijl zij wisten, althans hadden moeten weten dat de geldleningen veel te risicovol waren en niet pasten bij de pensioendoelstelling van het in beheer gegeven vermogen van [geïntimeerden] 3.3 De rechtbank heeft de vorderingen van [geïntimeerden] jegens [appellant] toegewezen en daartoe overwogen dat een redelijk bekwaam en redelijk handelend vermogensbeheerder (of adviseur) niet zou hebben toegestaan en bewerkstelligd dat de geldleningen door [geïntimeerden] werden verstrekt en dat [appellant] , als bestuurder van Mondiaen NV, redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de geldleningen niet zouden worden terugbetaald en dat Mondiaen NV daarvoor ook geen verhaal zou bieden. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] van zijn handelen als bestuurder van Mondiaen NV een voldoende ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt en dat hij om die reden jegens [geïntimeerden] aansprakelijk is voor de als gevolg van het onrechtmatig handelen van Mondiaen NV geleden schade. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt [appellant] met één grief op. 3.4 [appellant] betoogt met zijn grief dat de rechtbank ofwel een onjuiste maatstaf voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid heeft aangelegd, ofwel heeft miskend dat Mondiaen NV ten tijde van het afsluiten van de geldleningen een goedlopende en winstgevende onderneming was, zodat niet kan worden aangenomen dat [appellant] ten tijde van de totstandkoming van de geldleningen wist of had moeten weten dat Mondiaen NV niet in staat zou zijn om aan haar daaruit voortvloeiende verbintenissen jegens [geïntimeerden] te voldoen en daarvoor ook geen verhaal zou bieden. 3.5 Het hof overweegt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellant] [geïntimeerden] nooit zelf heeft geadviseerd of betrokken is geweest bij de inrichting van het beheer van hun vermogen. Dit betekent dat niet als juist kan worden aangenomen dat [appellant] door de geldleningen te adviseren of aan te bevelen persoonlijk jegens [geïntimeerden] onrechtmatig zou hebben gehandeld. De vordering van [geïntimeerden] is tegen die achtergrond dan ook, zoals door [geïntimeerden] ter gelegenheid van het pleidooi nog eens is bevestigd, gebaseerd op de aansprakelijkheid van [appellant] in zijn hoedanigheid van bestuurder van Mondiaen NV voor de door [geïntimeerden] geleden schade als gevolg van het feit dat Mondiaen NV haar verbintenissen jegens [geïntimeerden] niet nakomt en daarvoor ook geen verhaal biedt. 3.6 Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan ter zake van de benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.