beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM Rekestnummer: R 000344-17 (77dd Sr HB) Parketnummer in eerste aanleg: 14/811022-12 Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 8 februari 2016 op het verzoekschrift op de voet van artikel 77dd, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van: [verzoeker] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996, domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, [adres] . 1Inhoud van het verzoek Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ten laste van de Staat, tot een bedrag van € 17.865,00, ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane vrijheidsbeneming uit hoofde van artikel 77cca Sr in de strafzaak met voormeld parketnummer. 2Procesverloop De rechtbank heeft het verzoek afgewezen. Het hoger beroep is ingesteld door verzoeker (hierna appellant). Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 21 juli 2017 de advocaat-generaal, appellant en diens advocaat ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek. 3Beoordeling van het hoger beroep Het hof overweegt als volgt. Appellant komt in appel tegen de afwijzing door de rechtbank van zijn verzoek om vergoeding van schade op de voet van artikel 77dd, vijfde lid Sr. Het hof overweegt dat in dat artikellid de artikelen 89, eerste lid, tweede volzin, tweede lid, en zesde lid, 90 en 93 Sv van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Artikel 91, eerste lid Sv –waarin wordt voorzien in de mogelijkheid van hoger beroep van beslissingen van de rechtbank op verzoeken op de voet van artikel 89 Sv- is daarin niet van overeenkomstige toepassing verklaard en ook elders is in de wet niet voorzien in de mogelijkheid van hoger beroep. Gelet op het voorgaande heeft de wetgever er kennelijk uitdrukkelijk voor gekozen geen hoger beroep open te stellen van beslissingen van de rechtbank op de voet van artikel 77dd Sr. Gelet op het voorgaande zal het hof appellant niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep. 4Beslissing Het hof: Verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant. Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. M.F.J.M. de Werd, J.L. Bruinsma en A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 15 september 2017.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.