afdeling strafrecht parketnummer: 23-004294-16 datum uitspraak: 9 augustus 2017 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 november 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-172084-16 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 juli 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: feit 1:hij op of omstreeks 19 augustus 2016 te Zaandam, gemeente Zaanstad, opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 1] , hoofdagent van politie Eenheid Noord-Holland, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "Kankerlijers! Kankerhoer" en/of die [slachtoffer 1] in het gezicht/tegen het hoofd te spugen, althans woorden en/of (een) feitelijkhe(i)d(en) van gelijke beledigende aard en/of strekking; feit 2:hij op 19 augustus 2016 te Zaandam, gemeente Zaanstad opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 2] , hoofdagent van politie Eenheid Noord-Holland, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Kankerhoer! Kankerwijf!, Kankerlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: feit 1:hij op 19 augustus 2016 te Zaandam, gemeente Zaanstad, opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 1] , hoofdagent van politie Eenheid Noord-Holland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid (mondeling) heeft beledigd, door hem toe te voegen: "Kankerlijers!" en die [slachtoffer 1] in het gezicht spugen; feit 2:hij op 19 augustus 2016 te Zaandam, gemeente Zaanstad, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 2] , hoofdagent van politie Eenheid Noord-Holland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd "Kankerhoer! Kankerwijf!, Kankerlijer". Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op: telkens: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Strafbaarheid van de verdachte De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de feiten niet aan de verdachte kunnen worden toegerekend, omdat hij gedrogeerd moet zijn geweest door GHB die buiten zijn medeweten in zijn bier moet zijn gedaan. De raadsman heeft het hof verzocht, áls het hof deze lezing der gebeurtenissen aannemelijk acht, de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging. Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting acht het hof deze, door en namens de verdachte geschetste toedracht onaannemelijk, omdat daarvoor geen enkel aanknopingspunt is te vinden in het dossier, zodat het verweer wordt verworpen. Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg ten aanzien van feit 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. De raadsman heeft het hof verzocht aan de verdachte geen straf op te leggen dan wel een taakstraf van minder lange duur dan de politierechter in eerste aanleg heeft opgelegd. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft de raadsman gewezen op eerder door het hof gedane uitspraken in vergelijkbare zaken, op het gebrek aan draagkracht van de verdachte hetgeen het opleggen van een geldboete in de weg staat en op het feit dat de verdachte de laatste jaren amper strafbare feiten heeft gepleegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van twee politieambtenaren in functie. Daarbij heeft de verdachte een van de politieambtenaren in het gezicht gespuugd. Door aldus te handelen heeft de verdachte geen respect getoond voor het bevoegd gezag. Dit is temeer verwerpelijk omdat de politieambtenaren trachten de verdachte te begeleiden naar het ziekenhuis vanwege diens zorgwekkende gezondheidstoestand. Het hof heeft ten nadele van de verdachte meegewogen dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 11 juli 2017, eerder ter zake van vele strafbare feiten, waaronder belediging van een ambtenaar in functie, onherroepelijk is veroordeeld. Het hof heeft voorts acht geslagen op een omtrent de verdachte opgemaakt reclasseringsrapport van 7 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.