parketnummer: 23-001465-16 datum uitspraak: 17 februari 2017 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 april 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-026169-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1957, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 februari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: zij op of omstreeks 4 februari 2016 te Diemen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid levensmiddelen en/of cd's en/of kleding, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn (filiaal gelegen aan het Diemerplein), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededaders. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsoverwegingen De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het verweer gevoerd dat geen sprake is van een voltooide diefstal en dat de verdachte geen opzet had zich de goederen wederrechtelijk toe te eigenen. Zij moet om die reden worden vrijgesproken. Het hof is met de advocaat-generaal en de raadsvrouw van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte zich de in de kar bevindende goederen wederrechtelijk heeft toegeëigend. Ten aanzien van de goederen die zich bevonden in de (hand)tas die aan de kar hing ligt dit anders. Het hof overweegt ten aanzien daarvan het volgende. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bevestigd dat zij haar tas aan de kar heeft laten hangen, zodat vast staat dat deze aan haar toebehoort. In deze tas zaten niet-afgerekende goederen van de Albert Heijn. De verdachte heeft voor de aanwezigheid van de goederen in haar (hand)tas geen aannemelijke verklaring gegeven. Naar het oordeel van het hof is hiermee sprake van een voltooide diefstal. De verdachte heeft immers door de goederen in de winkel niet in de kar maar in haar eigen (hand)tas te stoppen deze aan de feitelijke heerschappij van de Albert Heijn onttrokken. Hiermee heeft zij tevens gehandeld met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De verweren worden verworpen. Nu sprake is van een voltooide diefstal behoeven de verweren van de raadsvrouw omtrent vrijwillige terugtred geen bespreking. Tot slot is het Hof met de advocaat-generaal en de raadsvrouw van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de diefstal samen met een ander heeft gepleegd. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: zij op 4 februari 2016 te Diemen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig goed toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn (filiaal gelegen aan het Diemerplein). Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: diefstal. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot 40 uren taakstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren met bijzondere voorwaarden. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte, waaronder een haar betreffend reclasseringsrapport van 29 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.