afdeling strafrecht parketnummer: 23-003230-16 datum uitspraak: 17 november 2017 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 31 mei 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-659288-15 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 november 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd-, met dien verstande dat het hof het door de politierechter onder 5 gebezigde bewijsmiddel vervangt door de verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep en dat het hof een daar door de verdediging gevoerd verweer bespreekt. Bespreking van een bewijsverweer De raadsvrouw heeft ter terechtzitting bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken nu zij op het moment van het pakken van de telefoon niet het oogmerk had van wederrechtelijke toe-eigening. De raadsvrouw heeft daartoe – kort gezegd – aangevoerd dat de verdachte niet de intentie had om zich de telefoon toe te eigenen, maar dat zij – nu zij in de veronderstelling verkeerde dat zij door de aangever met die telefoon werd gefilmd – slechts een filmpje van het toestel wilde verwijderen. Toen het de verdachte niet lukte dat filmpje te verwijderen, heeft zij het toestel aan haar vriendin gegeven zodat die het filmpje kon verwijderen. Daarna had de telefoon terug naar de eigenaar gemoeten, aldus de raadsvrouw. Het hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt. Op grond van de inhoud van het dossier en de behandeling ter terechtzitting staat naar het oordeel van het hof vast dat de verdachte op 22 juli 2015 te Amsterdam op de kruising van de Lange Leidsedwarsstraat met de Spiegelgracht de telefoon van de aangever uit zijn handen heeft getrokken. Deze telefoon heeft zij vervolgens aan een vriendin gegeven die deze in haar tas heeft gedaan en daarmee vervolgens is weggelopen. De verdachte heeft zich na de afgifte van de telefoon aan haar vriendin niet meer erom bekommerd dat de telefoon zou worden teruggegeven aan de aangever. De aangever heeft door gebruik te maken van de find my iPhone-app en met hulp van de politie de telefoon weer in zijn bezit gekregen. Door zo te handelen heeft de verdachte opzettelijk en zonder daartoe gerechtigd te zijn zich de feitelijke heerschappij over de telefoon verschaft en deze aan de feitelijke heerschappij van de aangever onttrokken. Dat de verdachte ten tijde van het wegnemen van de telefoon naast de bedoeling om deze af te pakken (al dan niet teneinde een filmpje te verwijderen waarvan zij dacht dat het met die telefoon was gemaakt), ook de intentie had de telefoon aan de aangever terug te geven, is niet aannemelijk geworden. De verdachte heeft dit verklaard, maar het vindt geen steun in de op basis van de inhoud van het dossier vast te stellen feiten. Van belang daarbij is dat de vriendin van de verdachte, [naam 1], bij wie de telefoon is gevonden, op 22 en 23 juli 2015 is gehoord als verdachte (doorgenummerde p. 16-23). Zij heeft verklaard de telefoon uit handen van de verdachte te hebben gekregen, maar heeft niet verklaard dat dit zou zijn gebeurd, zoals de verdachte heeft verklaard (doorgenummerde p. 33), onder de mededeling dat daarvan een filmpje zou moeten worden verwijderd waarna de telefoon moest worden teruggegeven aan de aangever. Het hof acht dit dan ook niet aannemelijk geworden. Het hof is van oordeel dat de verdachte de telefoon met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen. Aanpassing bewijsconstructie Het hof vervangt het door de politierechter onder 5 gebezigde bewijsmiddel met het navolgende bewijsmiddel:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.