afdeling strafrecht parketnummer: 23-001353-17 datum uitspraak: 27 november 2017 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 april 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-094607-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 november 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 5 mei 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meer ambtenaren, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], (respectievelijk) brigadier en/of agent van politie, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten de aanhouding van hem, verdachte, terzake van overtreding van art 2.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Amsterdam, op heterdaad geconstateerd, door zich los te trekken uit de greep van die ambtena(a)r(en) en/of door te duwen tegen en/of trekken aan die ambtena(a)r(en), terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een gebroken en/of ontwrichte, althans gekwetste, vinger bij die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Het bewijs Gevoerd verweer De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat bij gebrek aan een rechtens relevant causaal verband tussen het verzet van de verdachte bij gelegenheid van zijn aanhouding en het letsel van de verbalisant, het ten laste gelegde letsel als aan de verdachte verweten gevolg niet kan worden bewezen verklaard. Zo kan het zijn dat het letsel het gevolg is geweest van de onhandigheid aan de zijde van de verbalisant bij het naar de grond brengen van de verdachte toen zij hem de boeien wilde aanleggen, aldus de raadsman. Het hof overweegt hieromtrent het volgende. Uit het dossier volgt dat de verdachte zich heeft verzet tegen zijn aanhouding door zich meermalen los te trekken uit de greep van de dienstdoende verbalisanten. Teneinde de verdachte te boeien hebben zij hem naar de grond gebracht, waarbij gebruik is gemaakt van gepast geweld. Bij gelegenheid van het naar de grond brengen van de verdachte voelde verbalisant [slachtoffer 2] een hevige pijnscheut in haar rechterhand, waarna later bleek dat haar pink in een onnatuurlijke stand stond. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen van 6 mei 2016 opgemaakt door de verbalisanten die de aanhouding hebben verricht, genoegzaam dat het bij [slachtoffer 2] vastgestelde letsel is ontstaan bij gelegenheid van het door de verdachte gepleegde verzet. Dat het ontstaan van het letsel uitsluitend of in overwegende mate het gevolg zou zijn geweest van andere factoren dan het handelen van de verdachte is niet aannemelijk geworden. Aldus is komen vast te staan dat de verdachte een rechtens relevante rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het letsel bij [slachtoffer 2]. De door de verdachte ter terechtzitting betrokken stelling dat [slachtoffer 2] aan hem te kennen heeft gegeven dat hem, verdachte, geen blaam trof vindt geen bevestiging in de inhoud van het dossier. Het verweer wordt derhalve verworpen. Nu uit de inhoud van de bewijsmiddelen voorts blijkt dat de verdachte zich heeft verzet bij zijn aanhouding, komt het ten laste gelegde feit met inbegrip van het letsel voor bewezenverklaring in aanmerking. Partiële vrijspraak Anders dan de rechtbank acht het hof niet bewezen dat ook het duwen van verbalisant [slachtoffer 1] de ten laste gelegde wederspannigheid oplevert. Uit het eerdergenoemde proces-verbaal van bevindingen blijkt dat deze verbalisant de verdachte tot rust wilde manen en hem wilde laten zien dat het kenteken van zijn bromfiets geschorst was. Hierop begon de verdachte hem weg te duwen. Het hof leidt uit dat proces-verbaal af dat dit incident plaatsvond nog voordat de verbalisanten tot aanhouding zijn overgegaan. Op dat moment was [slachtoffer 1] (nog) niet doende met verdachtes aanhouding. Bewijsmiddelen Voor wat betreft de bewijsmiddelen verwijst het hof naar de inhoud van de bewijsmiddelen 2, 3 en 4 zoals deze zijn weergegeven in het proces-verbaal terechtzitting van 18 april 2017 dat één geheel uitmaakt met de aantekening van het mondelinge vonnis waarvan beroep. Het hof neemt deze bewijsmiddelen over. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 5 mei 2016 te Amsterdam zich met geweld heeft verzet tegen ambtenaren, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], respectievelijk brigadier en agent van politie, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten de aanhouding van hem, verdachte, terzake van overtreding van art 2.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Amsterdam, op heterdaad geconstateerd, door zich los te trekken uit de greep van die ambtenaren, terwijl dit misdrijf en de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een gekwetste vinger bij die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: wederspannigheid en wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van verzet tijdens zijn aanhouding door twee opsporingsambtenaren, ten gevolge waarvan een van die opsporingsambtenaren een gekwetste vinger heeft opgelopen. Door zo te handelen heeft de verdachte de politieambtenaren gehinderd in de rechtmatige uitoefening van hun taak en één van hen bovendien aangetast in de lichamelijke integriteit. Daarmee heeft hij blijk gegeven van gebrek aan respect voor het openbaar gezag. Het hof heeft in het nadeel van de verdachte betekenis toegekend aan de inhoud van het op zijn naam gestelde uittreksel Justitiële Documentatie van 7 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.