afdeling strafrecht parketnummer: 23-003775-16 datum uitspraak: 18 december 2017 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 oktober 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-161975-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 december 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 5 augustus 2016 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, een goed te weten een snorfiets (merk: Piaggio Zip C25 zwart) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor schuldheling zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor duur van 16 uren, subsidiair 8 dagen hechtenis. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe dat de beantwoording van de vraag of de verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de snorfiets van misdrijf afkomstig was, dient te worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden zoals die op het moment dat de verdachte dat goed voorhanden kreeg bekend waren. De verdachte heeft ontkend dat hij wist dat de snorfiets die hij had geleend gestolen was en heeft ook betwist dat hij had kunnen vermoeden dat dit het geval was. De verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij de snorfiets met daarbij een sleutel heeft geleend, dat hij dacht dat deze ‘eerlijk was’ omdat er een sleutel – van hetzelfde merk als de snorfiets – bij zat en dat het contactslot het ‘gewoon deed’. In het verhoor van de verdachte is gerelateerd dat de verbalisanten bij nader onderzoek aan de snorfiets hebben gezien dat het slot van zowel de buddy seat als het contactslot was geforceerd. Een proces-verbaal waarin nader is omschreven waaruit de schade aan deze sloten bestond en of dit zichtbare schade betrof, dan wel een foto daarvan, ontbreekt echter. Gelet daarop en nu ook overigens uit het dossier onvoldoende van feiten of omstandigheden blijkt die erop wijzen dat de verdachte op dat moment de wetenschap of dat vermoeden had, dan wel had moeten hebben, dient de verdachte van zowel de opzetheling als de schuldheling te worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. G. Oldekamp en mr. G.M. Boekhoudt, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 december 2017. [...] .
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.