parketnummer: 23-001741-16 datum uitspraak: 23 maart 2017 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 april 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-741194-15 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] , adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 maart 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 4 maart 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader zijn/hun verdachtes penis in de vagina en/of de mond van voornoemde [slachtoffer] geduwd en/of gebracht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij omstreeks 4 maart 2015 te Amsterdam met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft verdachte zijn penis in de vagina en de mond van voornoemde [slachtoffer] gebracht. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Strafbaarheid van de verdachte De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld. De gedragingen van de verdachte kunnen hem gelet op de sfeer van de nacht, de omstandigheid dat het slachtoffer zelf seks wilde, de invloed van zijn hormonen en de veranderde tijdsgeest niet worden verweten, aldus de raadsvrouw. Het hof stelt voorop dat in de jurisprudentie aan een dergelijk beroep zeer hoge eisen worden gesteld. Het gaat bij zedendelicten als het onderhavige om een zo doeltreffend mogelijke strafrechtelijke bescherming van zeer jeugdigen, ook indien verleidingen van de jeugdige zelf uitgaan. De normatieve ruimte voor aanvaarding van een beroep op afwezigheid van alle schuld is daarom op grond van de ratio van deze strafbepaling uiterst beperkt. Hiervan kan slechts sprake zijn onder zeer bijzondere feiten en omstandigheden. Het hof is van oordeel dat dergelijke feiten en omstandigheden namens de verdachte niet zijn aangevoerd noch anderszins zijn gebleken, zodat het verweer wordt verworpen. Gelet hierop is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot twee dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als de rechtbank heeft opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Daarbij is in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft als tweeëntwintigjarige man een voor hem onbekend meisje van veertien jaar ’s avonds laat van straat opgepikt, in een auto vervoerd en daarna heeft hij in een hotel seks met haar gehad. Met zijn handelen heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het jeugdige slachtoffer. Minderjarigen worden op seksueel gebied door de wet beschermd tegen oudere, meer ontwikkelde, personen die, naar algemeen moet worden aangenomen, beter in staat zijn hieromtrent keuzes te maken en de gevolgen daarvan te overzien. De verdachte heeft zich onvoldoende vergewist van de leeftijd van het slachtoffer en zijn eigen lustgevoelens de boventoon laten voeren. In beginsel past hierbij een straf van aanmerkelijke omvang. Anderzijds heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven dat hij zich schaamt voor zijn handelen, hetgeen authentiek en oprecht is overgekomen. Hij is in het verleden weliswaar eerder onherroepelijk voor het plegen van strafbare feiten veroordeeld, maar niet voor soortgelijke feiten als het onderhavige. Gelet hierop, zal het hof de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde taakstraf matigen. Een geheel voorwaardelijke taakstraf, zoals bepleit door de raadsvrouw, acht het hof niet in overeenstemming met de aard en ernst van het feit. Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf en taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, die € 1.250 bedraagt. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van €
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.