afdeling strafrecht parketnummer: 23-000485-17 datum uitspraak: 30 maart 2018 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 januari 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-145291-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975, adres: [adres] Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 maart 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 6 maart 2015 te Alkmaar als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 680 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn; 2.hij op of omstreeks 6 maart 2015 te Alkmaar terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Kanaalkade, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; 3.hij op of omstreeks 6 maart 2015 te Alkmaar als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg(en), de Kanaalkade met hoge snelheid, althans met een ter plaatse niet verantwoorde snelheid op de weghelft voor het tegemoetkomend verkeer heeft gereden en/of (vervolgens) op de weghelft van het tegemoetkomend verkeer linksaf is geslagen, de Geestersingel op waarbij een zich op die weghelft bevindend voertuig moest remmen om een aanrijding met hem, verdachte, te voorkomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter. Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde Op grond van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting is niet komen vast te staan dat de verdachte op 6 maart 2015 op de hoogte was van het ongeldig verklaren van zijn rijbewijs of redelijkerwijs daarvan moest weten. Het hof overweegt hiertoe dat stukken van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) in het dossier ontbreken, zodat niet kan worden vastgesteld of het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs daadwerkelijk aan de verdachte ter kennis is gekomen. Daarnaast is aan de hand van de gegevens in het dossier, mede gelet op de justitiële documentatie van de verdachte, niet vast te stellen op grond waarvan het rijbewijs van de verdachte was ingeleverd, terwijl evenmin blijkt van een andere omstandigheid waaruit geconcludeerd zou moeten worden dat de verdachte op 6 maart 2015 wist, of redelijkerwijs moest weten, dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Aan de verklaring van de verdachte, zoals weergegeven op pagina 27 van het procesdossier, kan in dit verband geen belastende waarde worden toegekend, nu geen sprake is van een duidelijke en volmondige bekentenis. Om voormelde redenen is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 is ten laste gelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij op 6 maart 2015 te Alkmaar als bestuurder van een personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 680 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn; 3.hij op 6 maart 2015 te Alkmaar als bestuurder van een personenauto, daarmee rijdende op de wegen, de Kanaalkade met hoge snelheid, althans met een ter plaatse niet verantwoorde snelheid op de weghelft voor het tegemoetkomend verkeer heeft gereden en vervolgens op de weghelft van het tegemoetkomend verkeer linksaf is geslagen, de Geestersingel op, waarbij een zich op die weghelft bevindend voertuig moest remmen om een aanrijding met hem, verdachte, te voorkomen, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd. Hetgeen onder 1 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.